Geplaatst door SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise)

HAN-studenten bouwen elektrische buggy

HAN-studenten ontwikkelen een elektrische buggy die zijn accu’s bijlaadt, wanneer het voertuig naar beneden rijdt. De eerste versie van de zogenoemde e-buggy is aanstaande zomer gereed.

De wielen en het frame werden ingekocht, maar de rest van de buggy wordt gebouwd door HAN-studenten van het Instituut Engineering. De hbo-opleidingen ElektrotechniekEmbedded Systems Engineering enWerktuigbouwkunde zijn betrokken bij het project. De technische vaardigheden die de studenten nodig hebben voor de productie van dit voertuig passen goed bij hun reguliere onderwijs.

Projectleider Eigbert de Jongh legt het belang van de e-buggy uit. ‘Een voertuig dat rijdt op fossiele brandstoffen stoot co2 uit. Zelfs als dat bergafwaarts rijdt. De e-buggy laadt zijn accu’s bij, zodra die een heuvel af rijdt. Daarnaast hoeft de bestuurder niet te schakelen’, aldus De Jongh.

De e-buggy moet minstens tachtig kilometer per uur kunnen rijden en bestand zijn tegen ruig terrein. Na de zomer wordt de e-buggy omgebouwd, zodat die de weg op mag.

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door Smit Transformers en het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE).

Potentiële ‘energietrainees’ op zoek naar technische functie

Ruim 25 werkzoekenden presenteerden zich vrijdag 25 april aan energiegerelateerde bedrijven. Watt Connects, het demonstratiecentrum voor slimme energienetwerken, stond in het teken van een innovatief leerwerktraject.

“Liander heeft jaarlijks een vervangingsvraag van 80 mbo’ers en 30 hbo’ers”, vertelt ’Robert Berends, humanresourcesmanager van Liander, aan een zaal vol afgevaardigden uit de energiegerelateerde sector. “Als we nu niet investeren in de ontwikkeling van nieuw talent, krijgen wij een probleem”, aldus Berends. En dat geldt niet alleen voor Liander. De hele energiesector krijgt te maken met een tekort aan goedgeschoold personeel.

Het centre of expertise voor duurzame elektrische energie (SEECE) draagt bij aan een oplossing voor dit probleem en startte het leerwerktraject Samen Leren en Werken met Energie. Kandidaten met een passie voor techniek kunnen een deeltijdopleiding Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde volgen aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en tegelijkertijd werken bij een energiegerelateerd bedrijf, mits zij een werkgever vinden. Kandidaten kunnen niet starten aan het traject als zij geen geschikte werkplek hebben. Aan het einde van de bacheloropleiding ontvangen leerwerkstudenten een hbo-diploma. “Je start met een mbo-technicus die zijn kunde en kennis laat groeien in jouw bedrijf. Tegen lage kosten trek je mensen aan die veel potentie hebben”, zegt Berends.

In september 2013 startte de eerste lichting trainees, een groep studenten met verschillende achtergronden. Een aantal trainees heeft een mbo-diploma dat weinig kans biedt op de arbeidsmarkt. Maar ook mensen die wel een baan hadden, waagden een overstap naar de energietechniek. In de zaal zit Dorien, een voormalig basisschoollerares. Nu is zij Elektrotechniekstudent en werknemer bij Alliander Mobility Services. Ze hielp mee met de ontwikkeling van een nieuwe laadpaal voor elektrische auto’s. “Financieel ging ik er flink op achteruit, maar ik hoop stiekem dat energiebedrijven voor mij in de rij staan als ik klaar ben”, zegt ze. “Dat is mijn stip op de horizon.”

Zo’n instelling siert de ambitieuze leerwerkstudenten, vindt de eigenaar van design en engineeringbedrijf Qconcepts Jurian Rademaker. “Ik heb een aantal leerwerkers in dienst. Deze jongens hebben de ballen om een switch te maken en risico te nemen. Toen ze hun keuze maakten, konden ze niet verder dan een jaar vooruit kijken”, zegt Rademaker tijdens zijn presentatie.

Halverwege de dag wordt WattConnects omgebouwd tot bedrijvenmarkt en presenteren potentiële deelnemers zichzelf aan verschillende bedrijven. Want zonder werkgever kunnen ze niet starten met het leerwerktraject.

De zaal staat vol tafels met afgevaardigden van energiegerelateerde bedrijven. In de hoek zit Hennie van Ingen, procesanalist bij NN Netherlands. Tijdens de vorige bedrijvenmarkt, die een jaar geleden plaatsvond, maakte hij kennis met Jaapjan Verkerk. Deze student volgt een opleiding Werktuigbouwkunde aan de HAN en werkt op de Research and Developmentafdeling van NN als trainee. “De motivatie van Jaapjan viel op. Hij komt uit de zorg en was bereid zijn leven om te gooien. Hij verdient een stuk minder en is dicht bij zijn werk komen wonen. Ik hoop dat we vandaag een enthousiast persoon vinden die een leerwerktraject op het gebied van Elektrotechniek wil doen”, zegt Van Ingen. “Het werk bij NN is heel specifiek. Een elektrotechnicus moet hoe dan ook gevormd worden binnen ons bedrijf. Het is beter om dat tijdens iemands studie te doen.”

De ontmoetingen tussen bedrijven en potentiële trainees vormen de basis voor verdere gesprekken. In de komende weken wordt duidelijk of en waar kandidaten worden aangenomen. Een levensbepalende gebeurtenis, voor sommigen. “Ik weet niet hoe ik anders de overstap naar energietechniek moet maken”, merkt een aantal werkzoekenden op.

Wilt u meer informatie over de mogelijkheden van dit traject? Neem dan contact op met Mieke de Vries (Mieke.deVries@han.nl)

MM Cito Benelux onder blog

Medewerkers van City Benelux in gesprek met een potentiële trainee

MM Migon wc onder blog

Trainee Migon Schmitz laat zien hoe een duurzame energievoorziening gereguleerd wordt, aan de hand van een demonstratietafel

MM Robert Berends onder blog

Robert Berends, humanresourcesmanager bij Alliander, wacht op het volgende gesprek met potentiële trainees

MM Tinus onder blog

Tinus Hammink, directeur van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), benadrukt het belang van Samen Leren en Werken met Energie

Potentiële trainees en energiebedrijven maken kennis bij Watt Connects

Het demonstratie- en inspiratiecentrum voor smart grids, WattConnects, staat vrijdag 25 april in het teken van deeltijdonderwijs. Energiebedrijven kunnen een trainee in dienst nemen, die Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde studeert op de HAN.

De komende jaren wordt een tekort aan goedgeschoolde energietechnici verwacht. Zo is er nieuw talent nodig, met verstand van duurzame energietechnologie.

Dankzij het project Samen Leren en Werken met Energie zijn bedrijven deze ontwikkeling voor. Die kunnen per direct een trainee in dienst nemen, die twee van de vijf werkdagen besteedt aan een opleiding Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde op de HAN. Naarmate het project vordert, stijgt het werkniveau van de trainee en kan deze steeds gecompliceerdere werkzaamheden uitvoeren. Na afronding ontvangt de deelnemer een hbo-diploma.

Het project verbetert niet alleen het personeelsbestand van energiebedrijven, maar geeft een verbinding met onderwijsinstellingen en de onderzoeksgebieden die daarbij horen. Vanuit het project Samen Leren en Werken met Energie werken regionale ROC’s, bedrijven en de HAN samen. Het project is een initiatief van het Sustainable Lectrical Energy Centre of Expertise (SEECE). SEECE realiseert innovaties op het gebied van duurzame elektrische energieopwekking, – opslag en smart grids.

Samen Leren en Werken met Energie wordt ondersteund door de overheid. Initiatiefnemer SEECE wordt erkend en deels gefinancierd door het ministerie. De provincie Gelderland stelde onlangs 200.000 euro subsidie beschikbaar voor Samen Leren en werken met Energie.

Klik hier als u  meer wilt weten over de programmering voor aanstaande vrijdag.

Extra aandacht voor duurzame elektrische energie en Meet- en regeltechniek tijdens open dag HAN

Bezoekers van de open dag op de HAN die zaterdag 12 april plaatsvindt, ontdekken waarom meet- en regeltechniek steeds belangrijker wordt in de energiebranche en zien hoe de HAN haar onderwijs hierop toespitst.

Studenten, onderzoekers en docenten laten zaterdag zien waarom duurzame elektrische energie veel controleproblemen en – mogelijkheden met zich meebrengt. Sabi Aoni, bijvoorbeeld. Deze Soedanese masterstudent Control Systems Engineering vertelt bezoekers hoe duurzame elektrische energie inwoners van Sub-Saharisch Afrika vooruit helpt. Hij doet onderzoek naar SOPRA, een mini-energiecentrale die onafhankelijk van het vaste elektriciteitsnet energie opwekt en distribueert. Sabi schreef eerder een blog over de economische vooruitgang die dit systeem zal brengen in gebieden die niet zijn aangesloten op een elektriciteitsnet.

Sabi volgt een nieuwe specialisatie, binnen de master Control Systems Engineering: Energy Management. Deze is in samenwerking met het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise ontwikkeld om aan de groeiende vraag naar meet- en regeltechnici te voldoen. Energiebedrijven zitten te springen om technici die meet- en regelkennis toe kunnen passen in de energiesector.

Om dezelfde reden is onlangs de minor Out of Control in het leven geroepen. Studenten doen praktische ervaring op met microcontrollers. Tijdens de open dag staan studenten en docenten van deze minor klaar om meer informatie te geven.

De open dag vindt plaats tussen 10:00 en 15:00 uur. Informatie over energiegerelateerde projecten wordt verschaft op Ruitenberglaan 26 in Arnhem, labruimte B 1.66 in de engineeringvleugel. .

Meer weten over de open dag? Klik hier.

Wedstrijd: verzin een zonnige naam voor de HAN Solarboat

Op dit moment bouwt een team engineeringstudenten aan de HAN Solarboat. Deze boot doet komende zomer mee aan de Dong Energy Solar Challenge en aan de Solar1Monte-Carlo Cup in Monaco.

Eén ding ontbreekt nog: de HAN Solarboat heeft nog geen naam en daarom vragen wij jou een zonnige naam te verzinnen die eruit spat!

Wat kun je winnen?
De bedenker van de beste naam wordt door het Solarboatteam uitgenodigd voor een compleet verzorgde dag tijdens 1 van de etappes bij de Dong Energy Solar Challenge. Een echt VIP-arrangement, inclusief het vervoer naar Friesland en een maaltijd.

Wat moet je doen?
Bedenk een goede naam voor de HAN Solarboat en vul voor 1 mei 2014 het online-deelnameformulier in.

Voorwaarden
Een kleine interne commissie beoordeelt de ingezonden ideeën. De commissie behoudt zich het recht voor géén winnaar te benoemen, indien zich geen geschikte naam onder de inzendingen bevindt.

De winnende naam wordt rond 8 mei 2014 op de website (www.han.nl/solarboat ) gepubliceerd. De winnaar ontvangt persoonlijk bericht. Met de overige deelnemers wordt over de uitslag niet gecorrespondeerd. De winnaar zal uitgenodigd worden een (nader overeen te komen) etappe van de DONG Energy Solar Challenge 2014 te bezoeken, inclusief vervoer en maaltijd.

Meer weten?
De HAN Solarboat wordt gebouwd bij design- en productontwikkelingsbedrijf QConcepts uit Doetinchem door studenten van de bacheloropleidingen

Elke stageperiode wordt een nieuw studententeam samengesteld. Ook studenten uit andere opleidingen, bijvoorbeeld Communicatie van de Faculteit Economie en Management, of Technische Bedrijfskunde kunnen binnen het project stageplaatsen krijgen.

BRON: HAN.NL

Gedeputeerden tekenen voor samenwerking energietransitie

Op de eerste dag van de Hannover Messe ondertekenen gedeputeerde Annemieke Traag van Gelderland, gedeputeerde Theo Rietkerk van Overijssel en Thomas Kattenstein namens de EnergieAgentur.NRW de samenwerking voor een grensoverschrijdend energietransitieprogramma. De ondertekening vindt plaats op de beurs in het bijzijn van Herman Kaiser, burgemeester van Arnhem en Harry Webers van GreenTechAlliances, powered by kiEMT.

Minister-president Mark Rutte gaf het tijdens zijn openingsspeech van de Hannover Messe al aan: “bij een samenwerking tussen Duitsland en Nederland is 1 + 1 vaak méér dan 2”. Dit werd ook geconstateerd tijdens de E=NLD2 bijeenkomst op 26 september 2013 in Arnhem, waar ruim 200 energie-experts spraken over grensoverschrijdende samenwerking. Frank-Michael Baumann, directeur van EnergieAgentur.NRW sprak de wens uit voor een Nordrein-Westfälisch-Nederlands Energiebureau.

GreenTechAlliances neemt samen met EnergieAgentur.NRW het initiatief om de mogelijkheid, voorwaarden en voordelen van een grensoverschrijdende samenwerking voor energietransitie in kaart te brengen. Deze ondertekening is de aftrap van het onderzoek.

KiEMT, founding partner van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), bemant samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Oost NV een stand op industriebeurs Hannover Messe.

 

Keuzegids roept HAN-Master Control Systems Engineering uit tot topopleiding

De Keuzegids Masters 2014 roept de Master Control Systems Engineering (MCSE) uit tot topopleiding! Het Engelstalige HAN-programma staat op nummer 6 in een overzicht met Nederlandse masteropleidingen.

In de bewoordingen van de Keuzegids: ‘Control Systems wordt zeer gewaardeerd. Inhoud en docenten krijgen veel complimenten en de opleiding slaagt erin ruime aandacht te schenken aan onderzoeks- én praktijkvaardigheden’. Uit de gids valt op te maken dat zowel studenten als experts onder de indruk zijn. Zij zijn over alle facetten van de opleiding goed te spreken zijn, met name over de inhoud, docenten, informatievoorziening en faciliteiten. Het is inmiddels het vierde jaar op rij dat MCSE wordt geprezen in de keuzegids.

Verschillende medewerkers van het Instituut Engineering, het lectoraat Meet- en Regeltechniek en het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) zijn betrokken bij dit masterprogramma. Zij werken samen met het bedrijfsleven, waardoor de masterstudenten kennis en vaardigheden opdoen waar bedrijven behoefte aan hebben.

Duurzame energie
Dit studiejaar werd binnen MCSE de specialisatie Energy Management in het leven geroepen, naast de bestaande richtingen Process Industry en Mechatronics. Door de overgang van fossiele naar duurzame energie staan energiebedrijven te springen om medewerkers die verstand hebben van nieuwe energietechnologie.

Keuzegids
Met de Keuzegids Masters 2014 van het Centrum Hoger Onderwijs Informatie (CHOI) wil het CHOI potentiële studenten objectief en onafhankelijk informeren over het masteraanbod in het Nederlandse hoger onderwijs (zie ook www.keuzegids.org).

De kwaliteitsoordelen in de gids zijn voor twee derde gebaseerd op bewerkingen van de Nationale Studentenenquête, en voor een derde op expert-oordelen in het kader van de accreditatie van opleidingen door keurmerkorganisatie NVAO. Dit jaar zijn 730 masters beoordeeld.

Middelbareschooldocenten bouwen zonnecollector van afval

Docenten van het Mondial College en het Zwijssen college leren deze week hoe een zonnecollector van afvalmateriaal gemaakt wordt, tijdens een tweedaagse cursus op de HAN. Die kennis hebben zij nodig om hun leerlingen te begeleiden tijdens het project Solar Scraps.

Vanaf 20 april werken leerlingen van verschillende middelbare scholen aan een zonnecollector van afvalmateriaal. Zij krijgen een gastles op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en worden door hun docent begeleid op hun eigen school. De leerlingen moeten zelf, in groepjes, ontdekken welke materialen het beste werken voor hun toepassing.

Op 20 juni krijgt de groep met de beste zonnecollector een prijs. De uitreiking vindt plaats tijdens een afsluitende dag op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Het aantal aanmeldingen loopt storm. Er zijn momenteel meer dan 200 leerlingen die deelnemen. Via de website van Solar Scraps kunnen scholen hun leerlingen nog opgeven voor het programma. Er vinden helaas geen docententrainingen meer plaats.

Solar Scraps is een initiatief van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), dat zich onder andere inzet voor onderwijs aan onderwijzers. SEECE is een initiatief van het energiegerelateerde bedrijfsleven en het hoger onderwijs. Het doet onderzoek naarduurzame elektrische energie, verbetert onderwijs en vergroot de uitstroom van studenten met energie-expertise.

HAN bouwt kas voor onderzoek ‘solar concentration’

Naast de faculteit Techniek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) verrijst een grote, glazen kas. Deze wordt gebruikt voor onderzoek naar energie uit geconcentreerd zonlicht, binnen het HCPV-GO-project.

In de kas worden vlakke, kunststof lenzen geïnstalleerd die kunnen meebewegen met de zon. Hoogrendementszonnecellen kunnen tot veertig procent van het geconcentreerde licht omzetten in elektrische energie. Naast elektrische energie komt warm water en licht voor het gebouw beschikbaar. Door de afvang van veel zonnewarmte is er ook minder koeling noodzakelijk.

Het project wordt uitgevoerd door het Lectoraat Duurzame Energie van de HAN. Dit wil met de partners DNV GL, IDeeuwes, NTS-Optel, Sika Energy BV en S-Air International BV het energieverbruik in de gebouwde omgeving en van kassen flink terugbrengen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland steunt het project en stelde onlangs 500.000 euro subsidie beschikbaar.

De kas naast de HAN is halverwege april gereed. Daarna wordt een start gemaakt met de aanleg van een verwarmingsinstallatie.

Interview: civiel technicus stort zich op windenergie

Civiel technicus Marco Raafs specialiseerde zich in windenergie op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De net afgestudeerde vertelt hoe en waarom. “De windenergiebranche groeit. Als ik over tien jaar terugkijk, ben ik blij dat ik ben ingestapt.”

Vier jaar geleden startte je een opleiding Civiele Techniek op de HAN. Waarom?
“Ik keek vroeger naar bouwprogramma’s, zoals Megastructures op Discovery Channel en National Geographic. Toen ik die grote bouwwerken op televisie zag, dacht ik: daar wil ik aan meewerken. In de loop der jaren werd dat idee concreter. Voordat ik aan mijn studie begon, wilde ik meebouwen aan de infrastructuur in ontwikkelingslanden. Voornamelijk aan bruggen en waternetwerken. Tijdens mijn studie kwam ik erachter dat daar weinig mee te verdienen is, dus ben ik een andere richting op gegaan.”

Waar komt jouw passie voor techniek vandaan?
“Ik ben opgegroeid met techniek. Mijn vader heeft een elektrotechnisch bedrijf, waar ik een tijdje heb gewerkt. Ik heb zelfs Elektrotechniek gestudeerd, maar die studie was toentertijd te theoretisch voor mij. Daarom heb ik de overstap gemaakt naar Civiele Techniek.”

Aan welke projecten heb je gewerkt tijdens jouw studie?
“Max Bögl, het Duitse bedrijf dat samen met BAM Civiel aan de nieuwe stadsbrug in Nijmegen werkte, was mijn stageverlener. Ik hielp met de kwaliteitsbewaking en communicatie. Er moest een Nederlands aanspreekpunt komen. Dat laatste was niet helemaal wat ik wilde. Ik stond te ver van de techniek af.”

Na jouw stage heb je de minor Wind Energy Project Management gevolgd. Hoe sloot die aan bij jouw ambities?
“De windenergiebranche is nieuw en groeiende. Ik wilde instappen bij een techniek die heel groot gaat worden. De techniek is niet heel ingewikkeld, als het ik die vergelijk met een brug. Maar de bouwwerken zijn zo massaal, dat die andere uitdagingen met zich meebrengen. Als je een windmolen neerzet, zet je een stalen buis in de grond. Maar die buis heeft wel een diameter van zes meter.”

Hoe zat de minor in elkaar? 
“De HAN stelt de minor samen met OutSmart. Dat bedrijf houdt zich bezig met de hele levenscyclus van een windturbine of windmolenpark. Het bedrijf doet onder andere het technisch management voor een windmolenpark ten noorden van de Waddenzee.
Tijdens de minor kregen wij een pakket landen, waar wij onderzoek naar moesten doen. We wilden weten in welk land het de moeite waard was om winenergie op te wekken. Spanje stond bijvoorbeeld op de lijst. Maar daar heeft de overheid onlangs verstrekte subsidies teruggetrokken. Daardoor is het vertrouwen verdwenen. Bedrijven investeren daar niet meer. Uiteindelijk bleven er drie landen over: Nederland, Denemarken en Duitsland. Daar worden subsidies verstrekt, is genoeg ruimte en voldoende kennis. Vervolgens kregen wij de opdracht om onderzoek te doen naar de mogelijkheid voor een windmolenpark. Wij kregen winddata, turbinestatistieken enzovoorts.”

Nu ben je afgestudeerd. Naar wat voor baan ben je op zoek? 
“Bij mijn toekomstige baan wil ik werkvoorbereiding doen. In de keet zitten. Ik wil tussen de tekenaar en de uitvoerder instaan. Daarnaast wil ik best naar het buitenland. Als een bedrijf mij in Dubai nodig heeft, zit ik morgen in het vliegtuig!”

Heeft u een civiel technicus nodig die verstand heeft van windenergie? Mail Marco: mraafs[at]gmail.com

Energieorganisaties zien toekomst in waterstofmobiliteit

Waterstofauto’s kunnen ons elektriciteitsnetwerk gezond houden, blijkt uit onderzoek van HAS-student Rick Cox. Zijn vondst, en andere voordelen van waterstofmobiliteit, werd 28 januari op de HAN besproken door toonaangevende energieorganisaties.

Nederlandse energieorganisaties bespraken dinsdag 28 januari onderzoeksmogelijkheden op het gebied van waterstofmobiliteit (vervoer met waterstofauto’s), tijdens een rondetafelconferentie op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Dit deden zij naar aanleiding van het onderzoek van Rick Cox, milieukundestudent aan HAS Hogeschool.

Afgevaardigden van – onder andere – het ministerie van Economische Zaken, Provincie Gelderland, Gemeente Arnhem, Liander, DNV GL, Gasterra bogen zich over de zaak, samen met ZKH Prins Carlos de Bourbon de Parme, boegbeeld en woordvoerder van Nederland Krijgt Nieuwe Energie (NKNE).

Er zijn gebruiksvriendelijke waterstofauto’s op de markt maar in Nederland ontbreekt een waterstofinfrastructuur. Oftewel: er zijn nauwelijks plaatsen waar auto-eigenaren waterstof kunnen tanken. Zonde, vindt Cox. Uit zijn onderzoek blijkt dat de aanleg van waterstoftankstations financieel en technisch haalbaar is en problemen met betrekking tot ons elektriciteitsnet kan oplossen. Beter dan batterij-elektrische voertuigen.

Tanken versus opladen
Waterstofauto’s hebben een aantal voordelen, ten opzichte van batterij-elektrische voertuigen. De actieradius van batterij-elektrische voertuigen is klein en het opladen van een accu duurt uren. Een waterstofauto is in 10 a 15 minuten volgetankt en heeft een actieradius die vergelijkbaar is met benzine- of dieselauto’s.

Bij grootschalige inzet van batterij-elektrische auto’s ontstaat een tekort aan laadpalen en parkeerplaatsen in stedelijke gebieden. Er is onvoldoende ruimte om auto’s voor lange tijd op één plek te hebben staan. Bovendien worden elektriciteitskabels overbelast, wanneer complete woonwijken volstaan met batterij-elektrische voertuigen.

Energiebuffer
Waterstoftankstations kunnen op het hoogspanningsnet worden aangesloten en kunnen bij goede regeling juist bijdragen aan de stabiliteit van deze netten. In het energieakkoord staat dat we in 2023 meer dan 10 GW aan windenergie opwekken. Om de energiepieken en – dalen op te vangen is 300GWh buffer nodig. Omdat het in Nederland soms dagen windstil is, moet minstens een week overbrugd kunnen worden met energieopslag. Dat is haalbaar met waterstofopslag.

De aanleg van buffers is een belangrijke stap in de energietransitie. De stabiliteit van het elektrisch net staat onder druk, door de toename van energie uit duurzame bronnen. De hoeveelheid opgewekte wind- en zonne-energie is bijvoorbeeld niet te regelen, waardoor het netwerk uit balans raakt. Dat kan leiden tot het uitvallen van het gehele elektriciteitsnetwerk.

Momenteel worden grote, niet-duurzame energiecentrales gebruikt om het net in balans te houden. Maar er is veel capaciteit nodig om een plotseling gebrek aan duurzame energie op te vangen. Zonder goed alternatief blijven gas- en kolencentrales operationeel. Duurzame opwekkers worden zelfs afgeschakeld om traditionele energiecentrales in de lucht te houden.

Er wordt veel aandacht besteed aan accuopslag, om de pieken en dalen in het net op te vangen. Zo kunnen elektrische auto’s dienen als energiebuffer. Auto’s die aan de laadpaal staan, kunnen bijvoorbeeld stroom terug leveren aan het net. Hiermee kan echter geen buffer worden opgebouwd, die groot genoeg is om grote pieken en dalen in de elektriciteitsproductie op te vangen.

Stabiliteit van het elektrisch net
Waterstof kan met behulp van elektriciteit relatief eenvoudig worden geproduceerd uit water. De installatie is zo eenvoudig dat ieder waterstoftankstation kan worden uitgerust met zijn eigen productie-eenheid. Tankwagentransport van waterstof van raffinaderijen naar tankstations is daarmee niet nodig. Bij overtollige opwekking van elektriciteit – door bijvoorbeeld windmolens – kunnen de waterstoftankstations extra waterstof produceren waarmee de pieken in het aanbod worden weggevangen.

Bij een gebrek aan opwekking kan de productie van waterstof juist worden ingeperkt om een tekort aan elektriciteit te voorkomen. Indien het opschroeven en inperken van de waterstofproductie nog niet voldoende is voor het stabiliseren van het elektriciteitsnet kunnen tankstations aanvullend worden uitgerust met brandstofcellen, die de grote hoeveelheden opgeslagen waterstof ook nog deels kunnen terug vormen in elektriciteit en deze inzetten om dreigende tekorten van elektriciteit aan te vullen.

De kosten van een waterstofinfrastructuur liggen tussen de 10 en de 15 miljard euro, wanneer alle 4200 tankstations, verspreid over Nederland, worden uitgerust met een productie-eenheid voor waterstof. ‘Mijn berekeningen zijn pessimistisch. Als een dergelijk project grootschalig wordt opgepakt, vallen de kosten waarschijnlijk lager uit’, zegt Cox.

Vervolg
Cox voerde zijn onderzoek uit voor Duurzame Energie Consult in samenwerking met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Het lectoraat Meet- en Regeltechniek van de HAN blijft zich samen met Duurzame Energie Consult inzetten voor onderzoek naar waterstofmobiliteit en de stabiliserende invloed daarvan op het elektriciteitsnet. De partijen die aanwezig waren op de rondetafelconferentie willen hier nauw bij betrokken blijven.

2 ton subsidie voor leerwerktrajecten energiesector

De provincie Gelderland verstrekt 200.000 euro subsidie voor het project Samen leren en werken met energie. Binnen dit leer-werkproject werken het hoger beroepsonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en bedrijven samen om arbeidstekorten in de energiebranche tegen te gaan.

Belangstellenden die in aanmerking komen, kunnen een baan in de energiesector combineren met een deeltijdopleiding Elektrotechniek aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). De leer-werkstudenten werken binnen hun functie bij een organisatie rondom thema’s die aansluiten bij de lesstof die ze op dat moment behandelen. Als zij het traject afronden, ontvangen zij een regulier bachelordiploma.

Met name mbo-afgestudeerden worden gemotiveerd om deel te nemen aan het project. ROC Rijn Ijssel, ROC A12, ROC De Graafschap, ROC Aventus en ROC Nijmegen zijn betrokken. Daarnaast neemt een aantal bedrijven deel aan Samen leren en werken met energie-project, waaronder Alliander, Qconcepts, NN-Netherlands, Iv-Industries, ALFEN en Alewijnse. In de loop der tijd nemen meer energiegerelateerde organisaties deel aan het project.

De verschillende partijen dragen bij aan een oplossing voor de tekorten in de energiesector. Door de overgang van fossiele naar duurzame energie is behoefte aan nieuw talent dat verstand heeft van nieuwe energietechniek. Daarnaast gaat een groot deel van de werkzame energietechnici de komende jaren met pensioen.

Het leerwerkproject werd geïnitieerd door het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), een samenwerkingsverband tussen de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, ALFEN, kiEMT, Liander, DNV GL en TenneT. Het opleiden van meer en betere energietechnici is een belangrijke doelstelling van SEECE.

1,8 miljoen subsidie voor onderzoek bio-LNG

Het bedrijf OSOMO en haar onderzoekspartners – waaronder De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) – ontvangen bijna 1,8 miljoen euro voor onderzoek naar bio-LNG, vloeibaar gemaakt biogas. Deze brandstof is uitermate geschikt voor vervoerstoepassingen.

Onderzoekers van het lectoraat Duurzame Energie aan de HAN inventariseren manieren om biogas vloeibaar te maken. In die vorm kan de brandstof beter worden ingezet voor vervoer. Bio-LNG is veel compacter dan biogas en er zijn geen compressietanks nodig om er wagens op te laten rijden.

Verder onderzoekt de HAN hoe verontreiniging zonder onderhoud verwijderd kan worden en doen onderzoekers metingen om het rendement vast te stellen. De HAN heeft ervaring op het gebied van gasmotoren. Zo maakte een masterstudent meet- en regeltechniek een computermodel in Simulink van een thermo akoestische stirlingmotor, waarmee het gas vloeibaar gemaakt kan worden.

Het bio-LNG-project werd aangevraagd door Osomo, een bedrijf dat producten op het gebied van CNG en LNG levert. Daarnaast nemen Waterschap Vallei en Veluwe, de Nederlandse Gasunie en Rolande LNG B.V. deel aan het onderzoeksproject. Het maakt onderdeel uit van het goedgekeurde TKI-project Small Scale bio-LNG/LBM productie en conditionering.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland steunt onderzoek geconcentreerde zonne-energie

Het Lectoraat Duurzame Energie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) ontvangt 500.000 euro subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor onderzoek naar systemen rondom geconcentreerde zonne-energie.

Het lectoraat wil met de partners DNV GL, IDeeuwes, NTS-Optel, Sika Energy BV en S-Air International BV het energieverbruik in de gebouwde omgeving en van kassen flink terugbrengen. Dat doet het door middel van HCPV, hoog concentrerend foto voltaische systemen. In het HCPV-GO-project worden deze systemen voor de gebouwde omgeving ontwikkeld.

In kassen en gebouwen met glazen daken worden vlakke, kunststof lenzen geïnstalleerd die kunnen meebewegen met de zon. Hoogrendementszonnecellen kunnen tot veertig procent van het geconcentreerde licht omzetten in elektrische energie. Naast elektrische energie komt warm water en licht voor het gebouw beschikbaar. Door de afvang van veel zonnewarmte is er ook minder koeling voor het gebouw noodzakelijk.

De HAN heeft ervaring met HVPC. Zo ontwikkelden technici een zonnevolger met microcomponenten. De kennis achter deze technologie kan worden toegepast voor grotere systemen.

Studenten pitchen concept mini-waterkrachtcentrale

Een HAN-student en studenten van Hogeschool Van Hall Larenstein(VHL) presenteerden vrijdag 20 december concepten voor een mini-waterkrachtcentrale.

Rond 1600 werd een aantal sprengen gegraven op het Veluwse landgoed Vosbergen, naast het plaatsje Heerde. Er ontstonden beken, die gebruikt werden voor wasserettes en watermolens voor de papierindustrie. Inderdaad, duurzame energie.

Vandaag de dag worden de beken niet gebruikt voor energieopwekking. Aftaab Elahi, student Industrieel Product Ontwerpen, en een groep VHL-tuinarchitectuurstudenten brengen daar verandering in. Zij ontwerpen een mini-waterkrachtcentrale. Elahi, die tevens stage loopt bij het Lectoraat Duurzame Energie, neemt het technische deel voor zijn rekening. VHL-studenten zorgen dat de installatie goed in het landschap past.

Afgelopen vrijdag presenteerden studenten hun uiteenlopende concepten op VHL, door middel van een maquette en een pitch. Op tafel stond een verlichte kunstboom, een horecagelegenheid, een glazen huisje met een microklimaat en meer. Voor het opwekken van energie willen de meeste studenten een vijzel gebruiken.

Na de presentaties vond een vergadering plaats met afgevaardigden van Provincie Gelderland, het Waterschap, VHL en het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise(SEECE). Die bepalen welke concepten verder worden uitgewerkt. De gelukkigen worden nog bekend gemaakt.