Geplaatst door SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise)

Stichtingsbestuur Cleantech Center geïnstalleerd

Het bestuur van Stichting Cleantech Center, een samenwerkingsverband tussen ondernemers en kennisinstellingen uit Oost-Nederland, werd 20 december geïnstalleerd bij ROC Aventus in Apeldoorn.

Het Cleantech Center is het kennisplatform waar ondernemers gebruik maken van de kennis en know-how van talent in het onderijs. Een plek waar studenten, docenten, praktijkbegeleiders én ondernemers kennis en technologie met elkaar delen. De fysieke plek van deze ‘incubator’ is het Pakhuis in Zutphen. Hier wordt hard gewerkt aan de voorbereidingen voor deze broedplaats, een startersfaciliteit voor cleantechbedrijven.

De werkorganisatie is achter de schermen al enige tijd bezig met de activiteiten van het Cleantech Center. Zo vindt op 3 en 4 februari de Holland Cleantech Challenge plaats, waarbij studenten zich twee dagen lang buigen over uitdagingen met schone technologie. De vraagstukken zijn door het bedrijfsleven ingediend en worden tijdens het congres Cleantech Tomorrow op 3 en 4 februari gepresenteerd.

Het bestuur bestaat uit topmensen uit Oost-Nederland. Die komen uit het onderwijs en het bedrijfsleven: voorzitter Jan Emmerzaal (Utwente) en bestuursleden Gideon Alewijnse (ROC Aventus), Henk Nieboer (Witteveen +Bos), Werner van Eelen (Remeha) en Leon Verhoeven (HAN). De directeur van het Cleantech Center is Henk Janssen, duurzaam ondernemer en innovatie-aanjager.

Studenten Elektrotechniek maken kennis met smart grids

Eerstejaarsstudenten Elektrotechniek van de HAN bezochten smart-grid-inspiratiecentrum Watt connects in november. Zij maakten kennis met slimme energienetwerken, aan de hand van een interactieve demotafel.

25 november vindt een van de laatste excursies van het jaar plaats. Een groep studenten omringt een grote, verlichte tafel. Elke deelnemer zit achter een scherm en bedient een controlepaneel. Een beamer projecteert een Arnhemse woonwijk in het midden van de tafel.

De studenten voorzien een digitaal huishouden van elektrische apparatuur. Grafieken op een scherm aan de muur geven het stroomverbruik en de opwek weer. En – het onoverkomelijke gevolg van te veel gelijktijdige belasting of duurzame opwekking – kapotte zekeringen en zelfs een lokale black-out!

Het echte, huidige energienetwerk is niet bestand tegen grote hoeveelheden duurzame elektrische energie. Doordat huishoudens zelf energie opwekken, verandert de richting en timing van energiestromen. Dat maakt balanshandhaving op het net ingewikkeld.

De hoeveelheid duurzame energie levert nu al problemen op in Europa. “In Duitsland geeft een op de vier zon-PV-systemen problemen in het laagspanningsnet”, legt consultant elektrische energie bij DNV KEMA Peter Vaessen uit. “Over kleine transformatorhuisjes en lokale opwek weten we bijna niks. Ter vergelijking: van de stroom die uit grote centrales komt en de grote transmissieverbindingen weten we alle waarden van spanning en stroom op de milliseconde.”

Op het scherm naast de demonstratietafel zien de studenten wel hoeveel energie het net op gaat en hoeveel energie verbruikt wordt. Zij krijgen de opdracht om het net weer balans te brengen. En dat gaat niet zonder slag of stoot. Op de tafel staat een kleine graafmachine met een RFID-chip die een defecte kabel veroorzaakt in de simulatie.

De opdracht is een eyeopener, blijkt uit reacties van de eerstejaarsstudenten. “We zijn Elektrotechniek gaan studeren omdat we elektrisch vervoer interessant vonden. Maar we hebben onze studierichting nog niet bepaald. Het is goed om in het eerste jaar kennis te maken met allerlei soorten technologie. Bij energienetwerken hebben we eigenlijk nooit stilgestaan”, laat een groepje studenten weten.

Het inspireren van potentiële energietechnici is een belangrijke functie van Watt connects. Door de transitie van fossiele naar duurzame energie, hebben energiebedrijven talent nodig dat verstand heeft van nieuwe energietechnologie. Er is een mooie carrière weggelegd voor studenten die zich specialiseren in nieuwe energietechnologie.

Slimme energienetten vragen om een internationale mindset

Door de transitie van fossiele naar duurzame energie ontstaan nieuwe producten en diensten. Mart van der Meijden, innovatiemanager bij netbeheerder TenneT en full professor aan TU Delft, vertelt wat dat betekent voor internationalisering van de energiesector.

“De opkomst van duurzame energie wordt flink gestimuleerd. In 2050 moet de Europese co2-uitstoot met 80 tot 95 procent gereduceerd zijn, ten opzichte van 1990. Dat staat op de duurzaamheidsagenda van de Europese Commissie. Elk land zet zijn eigen policy op het thema duurzaamheid, waardoor in elk land nieuwe initiatieven ontstaan die vaak nog niet op elkaar zijn afgestemd.

TenneT investeert de komende tien jaar zeven miljard in apparatuur die voorheen niet bestond. Dit is noodzakelijk voor een verantwoorde inpassing van de sterk groeiende opkomst van duurzame energie. We investeren vijf miljard euro in ‘stopcontacten’ bij windmolenparken op de Duitse Noordzee. Op land investeren we drie miljard euro in Duitsland en 5 miljard Euro in Nederland. In de Randstad ligt een 380 kV- kabel(een elektriciteitskabel van het meest zwaarbelaste soort) van 20 kilometer, de langste in de wereld van die klasse.

In Duitsland zien we veel beweging, wanneer het gaat om duurzame opwek. Daar krijgt men een terugleververgoeding voor duurzame energie, die zorgt voor grote hoeveelheden wind- en zonne-energie. Het opwekken van windenergie gebeurt veelal op grote afstand van het verbruik en het opwekken van zonne-energie gebeurt vooral heel dicht bij het verbruik. De elektriciteitsstromen in Europa veranderen dus in volume en richting.

Dat zorgt voor een aantal uitdagingen. De elektriciteitsdistributie en het transportnet moeten geschikt zijn voor tweerichtingsverkeer. We hebben ook te maken met balanshandhaving. Als je een bepaalde hoeveelheid elektriciteit gebruikt, moet je op hetzelfde moment produceren. En als je net niet genoeg productie hebt, dan moet je reservevermogen contracteren.

Ik vind het belangrijk dat we binnen Europa beter energie kunnen uitwisselen. Daar kunnen bedrijven een hoop geld mee besparen. TenneT heeft een stuk elektriciteitstransportnetwerk in Duitsland overgenomen. Daardoor kunnen we met gezamenlijke inkoop onze inkoopkosten reduceren.

Goed samenwerken loont. We hebben samen gekeken naar de hoeveelheid systeemvermogen die we in Duitsland en Nederland hadden. Wat bleek: toen we dat in één portfolio samenvoegden, konden we een honderdtal megawatt schrappen en hielden we nog steeds genoeg reservevermogen over voor beide landen.

Reservevermogen wordt nu gecontracteerd bij grote centrales, maar in de toekomst moeten de programmaverantwoordelijke partijen ook een beroep doen op kleine partijen. Dan krijgen we aggregators. Dat zijn bedrijven die bijvoorbeeld namens een groep kleinverbruikers diensten ontwikkelen en deze concurrerend op de toekomstige flexibiliteitsmarkt aanbieden. Met deze nieuwe producten en diensten ontstaan nieuwe businessmodellen.

Als we dat internationaal willen oppakken, moeten we zorgen dat medewerkers internationaal georiënteerd zijn. Niet alleen de technologie, maar ook de systeemconcepten en systeemcodes die wij bij TenneT gebruiken zijn internationaal. Daarom moeten niet alleen onze managers, maar ook onze technici in staat zijn om internationaal contacten op te bouwen. Ze moeten het management adequaat kunnen adviseren. Daarom moeten vakmensen in voldoende mate de strategische, internationale context kennen.

Bij TenneT zijn hele zware technici – met een hbo- of wo-diploma – in dienst zoals netstrategen, technologen en beleidsmedewerkers. Wij willen onze vakmensen de kans geven om een professionele carrière te ontwikkelen zoals we dat ook doen bij managers. Professionals moeten carrière kunnen maken zonder dat ze hun vak als techneut opgeven. Dat betekent: een combinatie van vakmanschap, kunnen samenwerken, communiceren, strategisch denken, effectief adviseren, de omgeving lezen, kansen zien en weten hoe in te springen.

Die kwaliteiten kunnen onder andere worden versterkt door middel van internationaal georiënteerd onderwijs. Ervaring opdoen met andere culturen is erg belangrijk. Ik heb in Zweden gewerkt en ben voor projecten in Griekenland en India geweest. Cultuur kan voor een barrière zorgen. Maar als je daar ervaring mee hebt, kun je die benoemen, een plek geven en daar iets constructiefs mee doen.

Energievoorziening is al heel lang een internationale aangelegenheid. Elektronen stoppen nu eenmaal niet voor landsgrenzen. Maar door de opkomst van duurzame energie ontstaan nieuwe kansen, wanneer het gaat om internationalisering. Daarom moeten onze werknemers goed voorbereid zijn.”

Smart grids, irrationeel gedrag en termietenheuvels

In het smart-grid-inspiraticentrum Watt Connects vond 4 december een symposium plaats, dat in het teken stond van systeemdenken. De energiebranche is onderdeel van een complex ecosysteem waar professionals rekening mee moeten houden en veel van kunnen leren.

“We cannot solve our problems with the same thinking we used to create them.” Ruim zestig bezoekers lezen een citaat van Albert Einstein op het scherm achter in de zaal. De quote sluit aan bij uitdagingen binnen de energiebranche. Problemen die ontstaan door de opkomst van duurzame energie kunnen niet worden niet opgelost met de kennis en expertise die energiebedrijven in huis hebben.

Uitdagingen in de energietransitie
Mart van der Meijden, innovatiemanager bij netbeheerder TenneT en professor aan TU Delft, maakt zich zorgen om de energievoorziening. “In 2018 hebben we een Duitslandsituatie. We zien een exponentiele groei, wanneer het gaat om duurzame energie.” Met ‘Duitslandsituatie’ doelt Van der Meijden op black-outs, het noodgedwongen stilleggen van opwekkers en het dumpen van overtollige stroom in buurlanden.

Daarnaast kan energietransport problemen geven op het net. Op het scherm verschijnt een plattegrond met verschillende soorten energiebronnen in Europa en omstreken. In Noord-Europa en West-Afrika is veel wind, in de Noord-Afrikaanse woestijngebieden veel zon en in Zuid-Europa zijn veel geothermische bronnen. Als een bron tijdelijk geen energie oplevert – bijvoorbeeld door slechte weersomstandigheden – moet de energie ergens anders vandaan komen. “In de toekomst lopen energiestromen van noord naar zuid en andersom”, aldus Van der Meijden. Daar is het Europese net niet op voorbereid.

Er zijn oplossingen voor dat probleem. Consumenten kunnen duurzame energie gebruiken die lokaal is opgewekt. Maar dat leidt tot de volgende vragen: wat doen we als er lokaal meer wordt opgewekt dan verbruikt? Waar moet die energie naartoe?

De presentatie van Van der Meijden raakt de kern van het symposiumthema. Elke beantwoorde vraag leidt tot twee nieuwe vragen. En die gaan lang niet allemaal over energietechnologie. “Leuk dat overheden de opwek van duurzame energie stimuleren, maar wat als die energie niks oplevert? In Denemarken is de energieprijs negatief bij overproductie. Wie betaalt die kosten? En wat als zonnepanelen worden uitgeschakeld bij een overschot aan zon? Dan wordt de eigenaar boos!”

Consumenten en emoties
“Emoties gaan een rol spelen”, benadrukt marketeer Joris Craandijk tijdens zijn presentatie. Consumenten en kleine producenten maken irrationele beslissingen en hebben eisen die niet gebaseerd zijn op harde feiten. Wat die eisen zijn? Dat weten we nog niet. “Consumentengedrag gaat tegen alle ratio in. Mensen kopen een nieuwe iPhone voor 600 euro, terwijl het 100 euro kost om zo’n apparaat te maken. Wie doet nou zoiets?” Vraagt Craandijk zich af. Hetzelfde geldt voor energietechniek. Consumenten gebruiken niet alleen apparatuur omdat die goed werkt of geld oplevert.

De marketeer adviseert om de consumenten bij het innovatieproces te betrekken, ook al hebben die geen verstand van energietechniek. “Vraag niet aan die mensen hoe ‘het’ moet, maar vraag wat niet deugt aan een nieuw product.”

De natuur als inspiratiebron
Naast consumenten, techniek, beleid en markt kunnen energiebedrijven rekening houden met de natuur. Dat vertelt biomimicrispecialist Randy Topp, tijdens zijn afsluitende presentatie. Dier- en plantensoorten kunnen als inspiratie dienen voor de ontwikkeling van energiegerelateerde producten. “Die hebben ten slotte al 3,85 miljard jaar ervaring”, aldus Topp.

Natuurverschijnselen worden in allerlei vakgebieden gekopieerd en toegepast. Zo wordt er speciaal glas ontwikkeld, om te voorkomen dat vogels tegen ramen botsen. Ter inspiratie keken ontwikkelaars naar spinnenwebben die ultraviolet licht reflecteren. Door de weerkaatsing zien vogels dat ze het web moeten ontwijken.

Wat hebben energieprofessionals aan de natuur? Op het scherm achter Topp verschijnt een enorme termietenheuvel. Deze dieren zijn ontzettend goed in temperatuurregulatie. Hoe koud of warm het ook wordt, de temperatuur in de kern van de hoop blijft gelijk. Kunnen mensen ook energieneutraal bouwen, zoals termieten dat kunnen?

Connect
De vormgeving van een nieuwe energievoorziening vindt niet alleen plaats binnen de energiesector. Die raakt mensen, markt, politiek, technologie, natuur en meer. “De problemen in de energiebranche gaan we niet oplossen met de mensen die in deze zaal zitten”, zegt Craandijk.

Systeemdenken in de energietransitie

De energietransitie verandert niet alleen de energiebranche, maar ook het ecosysteem waar de energiesector onderdeel van is. ‘Zonder systeemdenken is een smart grid niet mogelijk’, vertellen stuurgroepleden van smart-grid-inspiratiecentrum WattConnects.

Systeemdenken is dus essentieel en actueel. Waarom? Dat vertellen Roland van der Pouw (directeur van Liandon) en Theo Bosma (hoofd DNV Research and Innovation).

TB: “Dit is het moment om een discussie over systeemdenken aan te gaan. Het aantal renewables stijgt – vooral in Duitsland zien we een exponentiële groei – en het aantal applicaties in het grid neemt toe. We staan aan de vooravond van heel veel verandering.

Onze netwerken moeten snel slimmer worden en zonder systeemdenken is een smart grid niet mogelijk. De gebruiker, de producent en de netwerkbeheerder zijn van elkaar afhankelijk. We hangen met zijn allen aan een systeem. Wanneer energie anders wordt opgewekt, moet of het gedrag van de consument veranderen of het netwerk.”

RvdP: “Het is belangrijk om grensoverschrijdend te opereren op energiegebied en integraal te denken. Het energieakkoord dat door de SER werd gesloten is een mooi voorbeeld: er ligt een akkoord waar alle stakeholders het mee eens zijn, maar in de Tweede Kamer geeft het enorme problemen. Ik sprak onlangs met een politicus die lokale opwek onzin vindt. Hij noemde het ‘soldaten op zoek naar een oorlog’. Er zijn altijd buitenstaande partijen die anders denken dan de partijen binnen de energiesector.”

TB: “Samenwerking is noodzakelijk maar ook voordelig. Als we op een gegeven moment renewables gebruiken, kunnen producenten met consumenten afspreken dat ze hun gebruik veranderen. Op die manier hoeven we geen dure oplossingen te verzinnen.

Dat soort situaties doen zich nog niet voor, maar we gaan er vanuit dat in de toekomst gigawatts aan zonne-energie worden opgewekt. Om die te reguleren, kunnen we investeren in energieopslag maar we kunnen ook het energiegebruik beter over de tijd spreiden. De warmtepomp eerder of later uitzetten bijvoorbeeld.”

RvdP: “Systeemdenken levert Liander al veel op. We werken samen met bedrijven die vooruitstrevend zijn in het ontwikkelen van technologie die relevant is. Duurzame gebiedsontwikkeling en elektrisch vervoer worden zelfs in een aparte bedrijfsomgeving georganiseerd. We verwachten dat de impact hiervan op onze netten groot is.”

TB: “Watt connects helpt bij het realiseren van nieuwe samenwerkingen. Het inspiratiecentrum brengt mensen en bedrijven samen. Die kunnen hier van gedachten wisselen. Daarnaast is er een demonstratietafel die het hele energiesysteem laat zien en alle regels die daarbij horen. Niet alleen het grid, niet alleen de generator, alles.”

RvdP: “We besturen het inspiratie- en demonstratiecentrum met vier partijen uit de energiesector. Hoewel een aantal partijen zich slechts focust op elektriciteit, bespreken we ook gas en warmte. Deze energiesoorten zijn immers onderling uitwisselbaar.”

4 december vindt een symposium over systeemdenken plaats bij WattConnects, het inspiratiecentrum over smart gridsin Arnhem. Klik hier voor meer informatie

Nominaties Jan Terlouw Innovatieprijs bekend

Stichting kiEMT nomineerde woensdag 30 oktober vijf energieprojecten voor de Jan Terlouw Innovatieprijs 2013.

Deze jaarlijkse prijs is in 2011 door Stichting kiEMT in het leven geroepen om duurzame innovaties en nieuwe bedrijvigheid op EMT-gebied in Oost-Nederland een extra impuls te geven.

Een expertcomité onder voorzitterschap van Jan Terlouw nomineerde de volgende inschrijvingen:

O-foil BV: een op- en neergaand voortstuwingssysteem voor schepen (geïnspireerd op de zwembeweging van dolfijnen) dat een brandstofbesparing tot 50% oplevert;
Bredenoord E-saver: dit hybride aggregaat bespaart tot 40 % brandstof, stoot tot 40% minder CO2 uit en maakt minder geluid;
• Foreco Dalfsen BV: Nobelwood® FRX, een methode die zacht naaldhout duurzaam, sterk, stabiel en brandvertragend maakt;
Plant-E: grootschalige elektriciteitsproductie met levende planten, waardoor bijvoorbeeld groene daken duurzame stroom leveren;
Dr. Ten: een recyclebare zeezoutbatterij die goedkoper, stabieler en schoner is dan welke bestaande batterij ook.

De winnaar wordt bekend op het GreenTech Congres op 25 november. De economische waarde die de innovatie vertegenwoordigt staat centraal bij de verkiezing. Tijdens dit EMT-congres maakt Jan Terlouw persoonlijk de winnaar bekend. Van alle innovaties is een filmpje gemaakt, aan de hand daarvan kunnen aanwezigen hun stem uitbrengen voor de publieksprijs van 1000 euro. De hoofdprijs bedraagt 10.000 euro en acht adviesdagen voor verdere commercialisering van de innovatie.

HAN-autotechniek ontwerpt elektronische motorfiets

HAN Motomotive wil, op basis van aanwezige kennis en ervaring binnen de opleiding Autotechniek, in ongeveer 3 jaar een elektrische motorfiets realiseren; de E-Bike. Over een jaar wordt een compleet conceptontwerp opgeleverd. Als er dan voldoende investeerders zijn gevonden, kan deze motorfiets in 2 jaar tijd worden gerealiseerd mèt kenteken.

3D-model
Een projectgroep met studenten gaat in het studiejaar 2013-2014 werken aan het ontwerpen van een ‘goede’ body. Door middel van CFD (Computational Fluid Dynamics) zal een optimum gevonden moeten worden en dit op schaal valideren in een windtunnel. Het 3D-model dat hiervoor geprint wordt, zal tijdens de testen vergeleken worden met een bestaand schaalmodel om de relatieve verschillen aan te kunnen tonen.

Daarnaast is in september een stagiair gestart met het vinden van financiering voor de veelal dure aandrijfonderdelen. Een andere stagiair ontfermt zich over het ontwerp van de swingarm, de achterwielophanging van de motorfiets.

Actieradius
Het is de bedoeling dat HAN Motomotive een technisch ‘goed’ concept ontwerpt in plaats van concessies te doen aan de bestuurder of de markt. Een grote actieradius is de voornaamste reden hiervoor.

De actieradius is de afstand die een voertuig kan afleggen zonder tussentijds van buitenaf energie aan het voertuig toe te voegen (meestal zonder te tanken).

Doelstelling
De doelstelling van het project is het ontwerpen van een lichtgewicht conceptchassis voor een volledig elektrische motorfiets. Daarbij geldt dat de motorfiets bij iedere rijstijl tot een snelheid van 120 kilometer per uur, een gegarandeerde actieradius heeft van 100 kilometer of meer.

Bron: HAN motomotive

Geen wind? Uit die airco!

Inwoners van Hawaii werken actief mee aan een onderzoek naar ‘the grid of the future’, door energieverbruik te verminderen wanneer de wind niet waait.

Er vindt steeds meer onderzoek plaats naar energienetwerken die om kunnen gaan met de onvoorspelbare energiepieken en – dalen die duurzame bronnen met zich meebrengen. Zo schreef EnergieNext onlangs over de nieuwe HAN-lector meet- en regeltechniek Aart-Jan de Graaf die het belang van smart grids benadrukt. Hij vertelde tijdens zijn intreerede over de mogelijkheid om elektrische auto’s te gebruiken voor energieopslag, zodat deze stroom aan het net kunnen leveren wanneer de wind niet waait en de zon niet schijnt.

Er zijn ook andere opties, blijkt uit een praktijkvoorbeeld op het afgelegen Hawaii. Onderzoekers rekruteren grote energieverbruikers, zoals hotels en scholen, en sturen die een bericht wanneer de wind gaat liggen. De gebruikers verminderen vervolgens hun stroomverbruik. Hoe dit precies werkt? Luister naar deze radioreportage van de Amerikaanse omroep NPR.

[soundcloud url=”https://api.soundcloud.com/tracks/117602215″ width=”100%” height=”166″ iframe=”true” /]

Wordt de complexe energiepolitiek van Shell overbodig?

De documentaire Big Data: de Shell Search laat zien welke complexe, politieke verbindingen nodig zijn om energie te winnen in Iran. Wordt dit soort energiepolitiek overbodig dankzij duurzame energie?

De transitie van fossiele naar duurzame energie heeft niet alleen gevolgen voor het milieu en de portemonnee. Naarmate aardolie en -gas irrelevant worden, vervagen productieketens en alle machtsverhoudingen die daarbij horen. Duurzame energie geeft bedrijven de mogelijkheid om hun stroom lokaal op te wekken of geeft ze in ieder geval de keus om dat te doen in een gebied waar politieke omstandigheden gunstig zijn. Nu is dat anders. Deze Tegenlichtdocumentaire laat zien wat nodig is om energie te winnen in Iran, in het olie- en gastijdperk. ‘Ik zie Shell als een hele politieke organisatie die voortdurend bezig is met het leggen van verbindingen tussen overheden, diplomaten, geheime diensten en militairen. Dat moeten ze doen omdat dat de manier is waarop je de productie van olie en gas voor elkaar krijgt’, vertelt onderzoeksjournalist Marcel Metze.

Drie ontwikkelingen die de energiemarkt op zijn kop zetten

Het Financieele Dagblad publiceerde 21 oktober een artikelreeks over de energietransitie. Drie ontwikkelingen die de markt beïnvloeden, op basis van de berichtgeving.

‘Nieuwe technologieën, lokale opwek en veranderend gedrag van consumenten zet de energiewereld op zijn kop’ vertelt Jeroen van Hoof, voorzitter van de Europese energiegroep, aan het FD. Hoe? De krant geeft een aantal voorbeelden.

Nieuwe technologieën
‘De markt is zo heftig in beweging, dat het logisch is dat nieuwkomers uit bijvoorbeeld de IT-sector zich melden’, zegt Jan-Paul van Term van de Amerikaanse consultant AT Kearney tegen het FD. Zo heeft Google serieus overwogen om zich op de Europese energiemarkt te storten. Met Google PowerMeter wilde het consumenten gratis inzicht geven in hun verbruik. Google ziet kansen in het managen van gebruiksgegevens, zoals ze dat al doen met informatie op internet.

Volgens Van Term zijn dit soort concurrenten een bedreiging voor de energiebedrijven. ‘Geld verdienen met energie-informatie is een potentiële groeimarkt voor energiebedrijven. Als ze tegenover spelers als Google komen te staan, wordt dat een grote strijd’, aldus Van Term.

Energie-informatie is onder andere van belang voor het functioneren van slimme energienetwerken, oftewel smart grids. Deze netwerken moeten de opslag van overtollige energie combineren met fijnmazige sturing van vraag en aanbod via variabele stroomprijzen, zowel centraal als decentraal.

Lokale opwek
Uit onderzoek van accountants- en adviesbureau PwC onder 53 bestuurders van energiebedrijven in 35 landen blijkt dat de opkomst van lokaal opgewekte energie de financiën van grote, Europese energiebedrijven onder druk zet. Meer dan 90 procent van de ondervraagden geeft aan dat de huidige verdienmodellen op termijn niet houdbaar zijn.

Dat komt onder andere doordat lokaal opgewekte energie sneller opkomt dan veel bedrijven hadden verwacht. ‘Windenergie gaat volgens plan, maar vooral zonne-energie gaat veel harder dan we hadden gedacht’, zegt Gertjan Lankhorst, ceo van gashandelsmaatschappij GasTerra. Dat is een probleem. Veel investeringsbeslissingen over nieuwe energiecentrales zijn jaren geleden genomen, toen veel minder stroom lokaal werd opgewekt. Dit zorgt voor overcapaciteit en lagere energieprijzen.

Veranderend gedrag van consumenten
‘Kort na de liberalisering van de Europese energiemarkt ontstond een ongekende bouwwoede bij de vermogende, pas geprivatiseerde energiebedrijven’, schrijft het FD. Vooral Nederlandse bedrijven zouden teveel centrales hebben gebouwd. Dat gebeurde voor de economische crisis. Nu stokt ook nog eens de vraag naar energie, omdat de consument meer op zijn geld let.

De transitie van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen gaat niet zonder slag of stoot. Sommigen zien het somber in voor traditionele energiebedrijven. ‘Het is onvermijdelijk dat energiebedrijven zullen omvallen’, zegt Gertjan Lankhorst. ‘Faillissementen horen bij een markt in transitie. Maar zijn we daar wel klaar voor?’

Lees de artikelreeks in Het Financieele Dagblad van 21 oktober (www.fd.nl)

Nieuwe HAN-lector meet- en regeltechniek focust op energiebranche

Lector meet- en regeltechniek Aart-Jan de Graaf gaf donderdagmiddag zijn intreerede getiteld ‘energie en mobiliteit in een control crisis?’ Hij legde haarfijn uit waarom zijn expertise onmisbaar is in de duurzame energiesector.

‘Ik heb gezegd’, luidt de laatste zin van De Graaf. Een klappende menigte werd meegenomen op reis door een wereld die voor een groot deel verborgen ligt in veelgebruikte technologie. Van personenauto tot moestuinirrigatie. De echte Arnhemmers herkennen de ietwat abstracte afbeelding op het intreeredeboekje dat wordt uitgedeeld. ‘De bovenleiding van de trolleybussen die door de stad rijden’, concludeert instituutsdirecteur Herman Janssen.

Aan het einde van de lezing is duidelijk: meet- en regeltechniek is overal en wordt steeds belangrijker. De wereldbevolking groeit en mensen gebruiken steeds meer elektrische apparatuur. De elektrische auto is bijvoorbeeld in opkomst. Hierdoor wordt de regulering van elektriciteit steeds ingewikkelder.

Energietransitie
Daarbij is een transitie van fossiele naar duurzame energie gaande. Tegelijk wordt energie niet meer vanuit een aantal centrale punten gedistribueerd maar, verspreid over het land, in kleine hoeveelheden opgewekt. Bijvoorbeeld door zonnepanelen op woonhuizen.

Bovendien is de opwekking van energie steeds moeilijker te voorspellen. Men wordt afhankelijk van wind, zon, water en andere duurzame bronnen. Die zorgen dat energiepieken en –dalen ontstaan. Op het ene moment is het zonnig en waait het, op het andere moment is het windstil en bewolkt. Ons elektriciteitsnet is niet gemaakt voor dat soort over- en onderbelasting.

Onderzoek
De Graaf doet onder andere onderzoek naar smart grids, slimme energienetwerken die om kunnen gaan met deze onvoorspelbare energievoorziening. Deze netwerken kunnen onderdeel uitmaken ons algemene energienet, maar ook op zichzelf functioneren in afgelegen gebieden. Op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen is een smart grid aanwezig. Dit heet SOPRA, Sustainable Off-grid Power Station for Rural Applications. Het systeem maakt gebruik van zon, wind en conventionele energiebronnen als back-up. Dankzij intensief onderzoek functioneert dit netwerk als een betrouwbare stroomvoorziening. Zo betrouwbaar dat deze aangesloten kan worden op het reguliere energienet.

Onderwijs
De lector brengt het onderzoek een slag verder. Resultaten en onderzoek worden verwerkt in onderwijs, dat studenten klaarstoomt voor de energiewereld van morgen. Er wordt onder andere een nieuwe afstudeerrichting ontwikkeld binnen de master Control Systems Engineering, rond het thema ‘energie’. Broodnodig, want de door de energietransitie is nieuwe kennis nodig, die ons toekomstige energiesysteem vormgeeft.

In zijn rede schetst De Graaf een scenario waarin de stroom uitvalt, waardoor elektrische auto’s niet zijn opgeladen. ‘Dan kun je niet naar je werk en is het tijd om ‘ze’ de schuld te geven. Maar wie zijn ‘ze’ eigenlijk? Dat is een kleine groep mensen van een jaar of 70’, aldus de lector. De technici in de energiebranche staan op het punt om met pensioen te gaan. Kortom: er moet nieuw talent worden opgeleid.

EnergyClub: ‘clubhuis voor de energieprofessional’

Deze website lanceerde maandag op een toepasselijke locatie. EnergieNext was te gast bij Energyclub, een clubhuis voor de energieprofessional.

In Arnhem is een mix aanwezig van kleine energiebedrijfjes en -giganten zoals DNV KEMA , TenneT en NRG. Deze werken grotendeels vanuit het Energy Business Park Arnhems Buiten. De perfecte plek om kennis te delen en inspiratie op te doen. EnergyClub helpt daarbij, vertelt verhuurmanager Gabrielle van Galen.

Wat is Energyclub?
“Dit is een clubhuis voor energieprofessionals waar zelfstandigen en kleinere, groeiende ondernemingen elkaar ontmoeten. Deze worden lid worden van Energyclub waarna ze terecht kunnen in alle Nederlandse vestigingen. Ondernemers kunnen hier flexwerken en vergaderen, zonder dat ze aan een huurcontract vastzitten. Dankzij die flexibele instelling ontmoeten veel verschillende mensen elkaar en vindt kruisbestuiving plaats.”

Wat heeft die kruisbestuiving voor initiatieven veroorzaakt?
“Een nieuw initiatief binnen de EnergyClub is Watt Connects: een netwerk voor professionals en broedplaats voor nieuwe ideeën die te maken hebben met smart grids, slimme energienetwerken. Beneden in het gebouw staat een Watt Connects demonstratietafel waardoor bezoekers kunnen zien hoe een smart grid werkt. Daar hebben allerlei partijen aan meegewerkt. De tafel is gebouwd door Phase2phase, maar er heeft ook een stagiair van de HAN aan meegewerkt.”

Waarom is dit een goede locatie voor EnergyClub?
“Arnhem is van oudsher een energiestad. Hier op het terrein zijn DNV KEMA, TenneT en NRG gevestigd. Bovendien is energie een speerpunt van de Gemeente Arnhem. De stad trekt veel vernieuwende energiegerelateerde projecten aan. Die zie je bijvoorbeeld ook terug op Kleefse Waard, een terrein vol productie- en cleantechbedrijven.”

Nog noemenswaardige plannen voor de toekomst?
“’Powerlab 2014’ staat op de planning. Nu richten wij ons vooral op het delen van kennis, maar we willen ook een locatie waar energieprofessionals fysiek werk kunnen verrichten. Daarom zetten wij een lab op met een multifunctioneel karakter.”

Elektrotechnicus wint geldprijs met energie-app-concept

De pas-afgestudeerde elektrotechnicus Mischa van Loon wint een geldprijs van 350 euro met een energie-app voor huishoudens.

‘Stel dat alle huishoudelijke apparaten met elkaar kunnen communiceren. Wat voor handige app zou je dan bedenken voor jezelf, je buurt of specifieke doelgroep?’ Zo luidde de vraag die TNO uitzette voor een conceptwedstrijd. Geen vreemd thema voor Van Loon. Hij is trainee bij Croon Elektrotechniek en liep dit jaar stage bij het lectoraat Duurzame Energie op de HAN, vanuit zijn opleiding Elektrotechniek.

De elektrotechnicus wil huishoudens inspireren, zodat die zuiniger met energie omgaan. Hij presenteerde een concept genaamd: ‘Het label van energiebesparing en milieubehoud’. De app – die uit dat concept moet voortkomen – geeft aan hoe energiezuinig een huis is en inventariseert alle apparaten, waaronder opwekkingsapparatuur. Hierdoor ontstaat een netwerk, dat gekoppeld wordt aan een zuinigheidslabel. Uiteindelijk zien een huishouden wat het bespaart.

Het visuele aspect van de app maakt deze extra aantrekkelijk. Wanneer de gebruiker nog geen apparaten heeft toegevoegd, krijgt die een rood huisje te zien. Hoe energiezuiniger het huishouden, hoe groener het huisje wordt.

Om het huis zo groen mogelijk te krijgen kan de gebruiker een schakelschema maken voor huishoudelijke apparaten, waardoor deze alleen aanslaan als het nodig is. Een koelkast trekt bijvoorbeeld continu stroom. Maar wanneer die niet gebruikt wordt, kan deze een bepaalde temperatuur vasthouden.

Daarnaast staat de app in verbinding met internet, waardoor de gebruiker slimmer met zelfopgewekte energie om kan gaan. “De energie kan of opgeslagen worden in een batterijenpakket of terug geleverd worden aan het elektriciteitsnet. Over het internet kunnen dan ook actieve weerberichten gebruikt worden om energieopwekkingen te voorspellen”, schrijft Van Loon in de winnende conceptomschrijving.

De wedstrijd waar Van Loon aan meedeed werd uitgezet door kennisorganisatie TNO, via Battle of Concepts. TNO ontwikkelde in samenwerking met Alliander open standaardsoftware, die ontwikkelaars kunnen gebruiken om apparatuur met elkaar te laten communiceren. Dit gebeurt vanuit het Flexiblepower Alliance Network(FAN).

Miniwaterkrachtcentrale maakt dure infrastructuur overbodig

Arnhemse studenten ontwerpen een kleine waterkrachtcentrale in het bosrijke Heerde. Door energieopwekking in het afgelegen gebied wordt dure infrastructuur overbodig.

Studenten en afgevaardigden van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Van Hall Larenstein (VHL), provincie Gelderland en Waterschap Veluwe wandelen over modderige paadjes rond kasteel Vosbergen. Op de buitenplaats werd rond 1600 een aantal sprengen gegraven, waardoor grondwater naar de oppervlakte kwam. De beken die daaruit voortkwamen werden gebruikt voor wasserettes en watermolens die werden ingezet voor de papierindustrie. Inderdaad, duurzame energie rond 1600.

Nu is het aan een HAN-student en een aantal VHL-studenten om deze duurzaamheid nieuw leven in te blazen. Zij ontwerpen een waterrad in een van de beken die door het gebied stroomt. Dit systeem moet stroom opwekken voor een of twee huizen op het landgoed. Dat is niet alleen gunstig voor het milieu en de huishoudens, laat Rijk Verheul van het Veluws Centrum voor Technologie weten. ‘Als we in afgelegen gebieden duurzame energie kunnen opwekken, hebben we geen dure infrastructuur meer nodig.’

Het is geen gemakkelijke opgave. Omdat het waterrad in een recreatiegebied komt, moet het veilig zijn en in het landschap passen. VHL-studenten houden rekening met het decor, zichtlijnen, waterwegen en kleuren in het landschap. Ze blijven tijdens de wandeling regelmatig staan om foto’s te maken. Een enkeling haalt zelfs een tekenblok tevoorschijn om het landschap in kaart te brengen.

Aftaab Elahi, student Industrieel Product Ontwerpen op de HAN en stagiair bij het lectoraat Duurzame Energie, focust op het technische gedeelte. Hij kijkt tevreden naar de waterval waar het rad moet komen. ‘Er zit meer kracht achter dan ik dacht.’ Maar ook Elahi staat voor een aantal uitdagingen. Er zit veel verschil in de waterkracht, omdat deze wordt gereguleerd. In droge periodes wordt minder water toegelaten dan in natte periodes. Daarnaast mag de waterloop niet belemmerd worden en zijn uitlogende materialen – zoals zink – verboden.

De wandeling die de studenten op 11 september maakten door het gebied, vormde de aftrap van dit project. Een eindpresentatie wordt in september verwacht.

HVL-student fotografeert(klein)

Provincie interview(klein)

HVL-student leest tekening(klein)