Geplaatst door SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise)

Geüpgradede HAN Solarboat kan tegen een stootje

Vijf studenten werken sinds februari aan de HAN Solarboat om deze robuuster te maken. Het vaartuig wordt 15 en 16 mei op de proef gesteld in het Friese Akkrum, tijdens het Nederlands kampioenschap zonnebootracen.

Betrouwbaar
De studenten geven de boot een flinke upgrade. Zij ontwikkelen nieuwe afdekplaten, nieuwe behuizingen, brengen dikkere kabels aan, verstevigen de cockpit en ga zo maar door. De werkzaamheden zijn vooral bedoeld om de boot robuust en betrouwbaar te maken.

Kinderziektes
De solarboat werd vorig jaar voor het eerst te water gelaten en dat ging – naar verwachting – niet zonder slag of stoot. Zo brak een stuk van de aandrijving af, een dag voor het Kampioenschap Oost-Nederland. Het team moest de hele nacht doorwerken om het probleem op te lossen.

Hydrofoils
De boot krijgt waarschijnlijk meer te verduren dan vorig jaar. De studenten werken namelijk aan zogenaamde hydrofoils. Deze draagvleugels zorgen dat de romp opstijgt uit het water, wanneer die een bepaalde snelheid bereikt.

De bestuurder kan instellen hoe hoog hij boven het water ‘vliegt’. ‘Als je langzame golven hebt, wil je dat de boot meebeweegt en als je kleine golfjes hebt, wil je daar overheen skimmen’, zegt HAN-student Elektrotechniek (Embedded Systems Engineering) Dany Brugman.

Opleidingen
Om alle ontwikkelingen in goede banen te leiden, werd een multidisciplinair team samengesteld. De HAN-opleidingen Elektrotechniek (Embedded Systems Engineering), Werktuigbouwkunde, Industrieel Product Ontwerpen en Communication & Multimedia Design zijn bij de Solarboat betrokken. Het team wordt bovendien versterkt door Roy te Boome, een Werktuigbouwkundestudent van het Graafschap College.

Wedstrijden
De Solarboat komt 15 en 16 mei in actie, tijdens het Nederlands Kampioenschap in Akkrum. De boot vaart dat weekend zonder draagvleugels, omdat die onvoldoende zijn getest. 30 mei racet de solarboat op de Oude IJssel, tijdens het HANds Up Solarboatfestival. 9 tot en met 11 juli doet het team mee aan de Monte-Carlo Cup in Monaco, een wedstrijd waar het team van vorig jaar de tweede prijs in de wacht sleepte.

Nieuw HAN-lectoraat focust op betrouwbaarheid elektriciteitsvoorziening

Rob Ross startte in maart als bijzonder lector Reliable Power Supply op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Hij focust, in samenwerking met lector Meet- en Regeltechniek Aart-Jan de Graaf, op de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening.

Netbeheer

Want die betrouwbaarheid is niet vanzelfsprekend, weet Ross uit ervaring. Hij werkt niet alleen als bijzonder lector op de HAN, maar ook als strateeg bijhoogspanningsnetbeheerder TenneT. Deze transmission systems operator (TSO) is verantwoordelijk voor het transport van elektriciteit in Nederland.

Overbelasting

Door de opkomst van duurzame energie wordt dat transport een steeds grotere uitdaging. ‘In Noord-Duitsland wordt bijvoorbeeld geregeld meer windenergie opgewekt dan lokaal gebruikt kan worden. Daarom gaat de stroom naar omliggende regio’s, waaronder Nederland. Die hoeveelheden elektriciteit worden steeds groter. Op een gegeven moment hebben we als netbeheerder meer transportcapaciteit nodig dan we nu beschikbaar hebben. Daarom wordt er hard gewerkt aan een robuuster net’, zegt Ross.

Onderzoek

Om te zorgen dat het elektriciteitsnet in de toekomst niet overbelast raakt, is toegepast onderzoek nodig. ‘We willen bijvoorbeeld ervaring opdoen met supergeleiding. Daarmee zouden we veel grotere energiestromen aankunnen. Maar dat is een vrij prille technologie. Door middel van onderzoek groeit die uit tot volwassenheid’, zegt Ross.

Meet- en regeltechniek

Dit soort onderzoek sluit goed aan op de werkzaamheden van het lectoraat Meet- en Regeltechniek van de HAN. ‘Je zult moeten monitoren en regelen. Dat soort zaken zijn heel belangrijk, daarom is dit een goed kennisgebied om bij aan te sluiten’, zegt Ross. ‘Meet- en regeltechniek speelt een hele grote rol in netten en kan helpen om te optimaliseren, maar kan geen dramatische veranderingen in de situatie brengen. Samen met Reliable Power Supply kunnen we dat wel’, vult lector Meet- en Regeltechniek Aart-Jan de Graaf aan.

Veiligheid

Meet- en regeltechniek draagt ook bij aan de veiligheid van de netten, een ander aspect waar het lectoraat Reliable Power Supply zich mee bezig houdt. ‘Veiligheid staat voorop bij TenneT, zegt Ross.

Drones

Om de energie-infrastructuur veilig te houden, moeten verouderende componenten op tijd vervangen worden. Maar hoe ga je op een efficiënte manier na of onderdelen bijna gaan falen? Er kunnen bijvoorbeeld drones worden ingezet om hoogspanningslijnen te controleren. ‘We hoeven niet zelf een drone te ontwerpen maar die heeft wel wat diagnostieken nodig om überhaupt iets zinnigs over die lijn te zeggen. Hoe kun je bijvoorbeeld zien of die lijn ontladingen geeft langs een isolator? Kun je dat detecteren met een gewone camera of moet er een uv-camera onder? Noem maar op’, zegt Ross.

Studenten

‘Dit soort onderzoeken zijn heel praktisch en kun je goed met hbo-studenten uitvoeren’, zegt Aart-Jan de Graaf. Onder andere de hbo-opleiding Elektrotechniekwordt aan Reliable Power Supply verbonden. Op masterniveau past Control Systems Engineering goed bij de werkzaamheden van het lectoraat.

Nieuwe energietechnici

Energiebedrijven zien HAN-studenten graag ervaring opdoen met duurzame energie. ‘TenneT, en andere energiebedrijven, kunnen jonge engineers goed gebruiken. Het is een fantastisch werkgebied met een groot maatschappelijk belang en er wordt veel in geïnvesteerd op land en op zee. Landelijk is veel vraag naar energietechnici. Met name de betrouwbaarheid van de energievoorziening is een onderwerp waar veel aandacht aan wordt besteed in Arnhem, dat geldt als de hoofdstad van de elektriciteitsvoorziening door de aanwezigheid van grote netbeheerders’, zegt Ross.

Symposium Werken en Leren met Energie benadrukt belang leerwerktraject

Partijen die betrokken zijn bij Werken en Leren met Energie maakten dinsdag 31 maart de balans op, tijdens een symposium op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

Ruim tachtig bedrijven, onderwijsprofessionals, overheidsfunctionarissen en potentiële leerwerkers zitten geconcentreerd in een zaal op de Faculteit Economie en Management van de HAN. In de ochtend, en een deel van de middag, wonen ze verschillende presentaties bij en nemen ze deel aan een discussie.

 Bezoekers luisteren aandachtig naar verschillende presentaties.

Uitdagingen

‘Als je tekorten oplopen tot 5000 medewerkers, moet je wel wat doen’, vertelt Robert Berends, humanresourcesmanager bij Alliander. Berends, die verantwoordelijk is voor de technische arbeidscapaciteit bij de netbeheerder, legt uit dat de vervangingsvraag bij bedrijven vele malen groter is dan het aanbod van verschillende scholen.

Deze conclusie komt niet uit de lucht vallen. Twee jaar geleden bleek al uit de Arbeidsmarktverkenning voor Netwerkbedrijven dat er een tekort aan – vooral – werktuigbouwkundigen en elektrotechnici ontstaat. Veel energietechnici gaan de komende jaren met pensioen en door de transitie naar duurzame energie is nieuwe technische kennis nodig.

Leerwerkers delen hun ervaringen.

Ondersteuning topsector

Er wordt op landelijk niveau gewerkt om het tekort op te lossen. ‘Wij zorgen dat er een scholingsinfrastructuur komt’, zegt Marsha Wagner, programmamanagerHuman Capital Agenda van de Topsector Energie. Daardoor kan iedereen in aanmerking komen voor een energiegerelateerde opleiding. En die opleidingen zijn niet alleen bedoeld voor technici die bij energiebedrijven willen werken. ‘Ik heb het over partijen die een bijdrage leveren aan de energietransitie’, aldus Wagner.

Uit de presentatie van Wagner blijkt dat er niet alleen een tekort is aan techniektalent, maar ook een overschot. Er zijn technici die een opleiding gevolgd hebben waarmee ze niet aan een baan komen. ‘Er zijn krimpsectoren, maar er is ook een schreeuw om werknemers. Hoe krijgen we die mensen van werk naar werk? Hoe beweeg je mee met de arbeidsmarkt?’

 Marsha Wagner vertelt over de Topsector Energie.

Werken en Leren met Energie

Werken en Leren met Energie speelt in op de scheefgroei. Deelnemers aan het traject zijn vaak talentvolle jongeren die elektrotechnicus of werktuigbouwkundige willen worden maar niet de juiste studie hebben gevolgd.

Dankzij Werken en Leren met Energie krijgen de leerwerkers een tweede kans. Kandidaten werken drie dagen bij een bedrijf dat zich bezig houdt met energievraagstukken en studeren twee dagen per week op de HAN. De werkgever betaalt de opleiding en de leerwerkers krijgen – tenminste – minimumloon.

 Bezoekers laten met groene en rode kaarten zien of ze voor of tegen een stelling zijn.

Resultaten

Van die kans werd gretig gebruik gemaakt. In 2013, het startjaar van Werken en Leren met Energie, startten 16 Elektrotechniekstudenten en 30 Werktuigbouwkundestudenten in combinatie met een baan. In 2014 waren dit 17 elektrotechniekstudenten en 25 werktuigbouwkundestudenten. ‘Wij namen vorig jaar vijf leerwerkers aan, dit jaar nemen wij vijf leerwerkers aan en – u raadt het al – daar gaan wij mee door’, zegt Robert Berends van Alliander enthousiast.

De lovende woorden vanuit Alliander baren een aantal aanwezigen zorgen. ‘Is dit traject vooral bedoeld voor grote energiebedrijven, zoals netbeheerders, of ook voor het MKB?’ Vraagt een van de bezoekers. Leon Verhoeven, werkzaam bij het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), wijst naar de eigenaar van MKB-bedrijf QConcepts. ‘Jurrian, jij hebt een leerwerker in dienst. Kun je daar iets over vertellen?’

Leonie Dijkhof, leerwerker bij QConcepts, laat een tekening van de SkyWindTurbinezien. 

Investering

Tijdens het symposium komen meer zorgen aan de orde. Er zijn bijvoorbeeld bedrijven die de investering aan de grote kant vinden. Vier jaar lang collegegeld én minimumloon van een leerwerker betalen, is nogal wat.

Migon Schmitz, Elektrotechniekstudent en werknemer bij het Graafschap College, grijpt de microfoon en tackelt deze stelling. ‘De investering hoeft niet voor de lange termijn te zijn. Je kunt een leerwerker ook een jaar aannemen. In die tijd kan een leerwerker veel waarde toevoegen aan het bedrijf’, zegt Schmitz.

Potentiële leerwerker informeert naar Powerlab.

Kennis

Berends benadrukt dat deelname aan Werken en Leren met Energie niet alleen extra arbeidskracht betekent, maar ook deelname aan een kennisnetwerk. ‘SEECE, initiator van Werken en Leren met Energie, is een kenniscentrum met kennis die wij nodig hebben. Studenten zitten in dat netwerk en nemen innovatie mee naar ons bedrijf’, aldus Berends.

Marsha Wagner van de Topsector Energie laat weten dat SEECE bovenop de nieuwste ontwikkelingen zit. ‘SEECE heeft een trekkende en leidende rol naar scholen die met smart grids [slimme energienetwerken (red.)] bezig zijn’, zegt Wagner.

 Een potentiële leerwerker leest de brochure van SEECE.

Ontmoetingen

Tijdens een uitgebreide lunch presenteert een aantal bedrijven zich en spreken potentiële leerwerkers met managers die wellicht een werkplek kunnen bieden. Studenten kunnen namelijk alleen starten met het leerwerktraject als ze worden aangenomen bij een bedrijf.

De werkzoekenden die nog geen leerwerkbaan gevonden hebben, krijgen 17 april nog een kans. Dan vindt de Bedrijvenmarkt Werken en Leren met Energie plaats inPowerlab, op Arnhems Buiten.

 

Elektrisch aangedreven racebuggy nadert testfase

Techniekstudenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) bereiden een elektrisch aangedreven racebuggy voor op een eerste testrit. ‘Zo’n project neemt je mee in de nieuwe energietechnologie.’

‘We houden de buggy goed vast, want de remmen zijn nog niet aangesloten’, zegt docent Eigbert de Jongh terwijl hij de e-buggy naar buiten rolt voor een fotosessie. Hoewel een aantal onderdelen nog afgerond moet worden, ziet het racemonster er strak uit. De zon verlicht zwartgelakt metaal, knalrode vering, doeken met sponsorlogo’s en natuurlijk een uitgebreid accupakket.

Bouw
Een jaar geleden stond slechts een frame in de hal van het Instituut Engineering van de HAN. Het was aan studenten Werktuigbouwkunde, Elektrotechniek, Industrieel Product Ontwerpen, Autotechniek en minorstudenten Intelligent Power Control om een elektrische aandrijving te bouwen voor het voertuig.

Uitdaging
Dat ging niet zonder slag of stoot, laat elektrotechniekstudent Berend-Jan Zeevat weten. ‘Tijdens mijn minor Intelligent Power Control bouwden we een converter voor het voertuig. Het is echter niet gelukt om de converter het volledige vermogen te laten leveren, in de tijd die wij hadden.’

Concreet

Voor studenten is het werk aan de e-buggy een fijne afwisseling. ‘Tijdens mijn opleiding Elektrotechniek ben ik veel met theorie bezig. Ik schrijf bijvoorbeeld veel onderzoeksrapporten. Maar dit project was veel concreter. We maakten iets. We moesten solderen en ander handwerk doen. Dat voegt iets toe’, zegt Zeevat.

Belangrijk thema
Het is goed dat de studenten weten hoe een elektrisch voertuig in elkaar zit. Elektrische auto´s zijn in opkomst en steeds meer energiegerelateerde bedrijven krijgen daarmee te maken. ‘Ik werk nu bij netbeheerder Liander. Daar merken we dat elektrische auto’s steeds meer invloed hebben op het elektriciteitsnet. Daar zit een link’, aldus Zeevat.

Samenwerking mbo
Binnenkort krijgen hbo-studenten die aan de e-buggy werken versterking. Als het aan Eigbert de Jongh ligt, althans. De docent wil samenwerken met mbo-instellingen, zoals het ROC. ‘Mbo’ers zouden onderdelen kunnen maken. Hbo’ers zijn meer ontwerpers’, zegt De Jongh.

Nieuwe technologie
Zowel hbo- als mbo-studenten krijgen daardoor een kijkje in de wereld van nieuwe energietechnologie. De e-buggy vraagt om technische oplossingen die nog niet in de opleidingen zijn doorgedrongen. Mede dankzij de sponsoren SEECE, SMIT Transformers, MTSA, PhasetoPhase en Cito Benelux. ‘Cito Benelux heeft bijvoorbeeld een touchscreen voor het dashboard en de laadstekker, zoals gebruikt door BWM en Volkswagen, ter beschikking gesteld’, zegt De Jongh.

Testrit
Hoe die nieuwe technologie precies presteert, weten de technici pas als de buggy getest is. Maar wanneer de eerste rit plaatsvindt, houdt de HAN nog even geheim. ‘Ik weet nog niet wanneer we gaan rijden, maar het duurt niet lang meer. Het kriebelt behoorlijk!’ Zegt De Jongh.

UWV-rapport onderstreept tekort aan technici

Het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) verkleint sinds 2013 het tekort aan technici in Nederland. Een recent rapport van het UWV onderstreept de urgentie van deze aanpak.

Vooral elektrotechnici en werktuigbouwkundigen zijn de komende jaren moeilijk te vinden. Dat blijkt uit een overzicht dat het UWV publiceerde in het rapport Welke beroepen bieden kansen? dat in februari verscheen.

Doelstellingen SEECE
De cijfers onderstrepen het belang van de SEECE-doelstellingen. Het centre of expertise zorgt voor meer en beter opgeleide technici, die verstand hebben van duurzame elektrische energie. SEECE schenkt daarbij veel aandacht aan elektrotechniek en werktuigbouwkunde.

Niet zonder resultaat. Het aantal studenten dat een energiegerelateerde opleiding volgt op de HAN steeg flink na de start van het centre of expertise. Maar niet voldoende om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen.

Nieuwe doelgroep
Daarom boort SEECE een doelgroep aan, die – tot voor kort – buiten beeld bleef: techniektalenten die als elektrotechnicus of werktuigbouwkundige aan de slag willen, maar niet de mogelijkheid hebben een fulltime studie te volgen.

Die krijgen via het traject Werken en Leren met Energie de kans om een hbo-studie te volgen op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) in combinatie met een baan bij een energiebedrijf, of een bedrijf waar veel energievraagstukken voorkomen.

Mismatch
Veel deelnemers aan dit traject hebben een achtergrond waarmee ze weinig kans maakten op de arbeidsmarkt. Een groeiend probleem, blijkt uit het UWV-rapport. ‘[..]de komende tijd zullen in sommige sectoren grote groepen mensen hun baan verliezen terwijl andere sectoren zich zorgen maken over toenemende tekorten in bepaalde beroepen. Voor een goed draaiende economie en arbeidsmarkt is het belangrijk mismatches zoveel mogelijk te voorkomen’, staat in het document.

Het leerwerktraject is een succes. Sinds de start in 2013 werken tientallen elektrotechnici en werktuigbouwkundigen in spe bij een energiegerelateerd bedrijf, dankzij Werken en Leren met Energie. 31 maart 2015 maakt SEECE de balans op, tijdens een evenement dat in het teken staat van het leerwerktraject en gaan buitenstaanders in gesprek met deelnemende bedrijven en leerwerkers.

Samenwerking mbo
Tekorten en mismatch ontstaan niet alleen op hbo-niveau. Op de middellange termijn (2017–2019) voorspelt het UWV een tekort aan mbo’ers die verstand hebben van elektrotechniek en werktuigbouwkunde. Daarom werkt SEECE samen met mbo-instellingen.

In oktober 2014 werd Powerlab geopend, in het Energy Business Park Arnhems Buiten. Powerlab is een plek waar onderwijs en bedrijfsleven structureel met elkaar samenwerken op het gebied van duurzame energie. Door deze samenwerking wordt de transitie naar een nieuwe energiewereld ondersteund met meer en beter toegeruste studenten, startende ondernemers én werknemers in de EMT-sector. Zowel SEECE als het ROC Rijn IJssel zijn hierbij betrokken.

Duurzame energie goed vertegenwoordigd tijdens Nacht van de Gelderse Economie

Ondernemers kwamen donderdag 26 februari bijeen in de oude Honigfabriek in Nijmegen voor de Nacht van de Gelderse Economie. Er werden veel energieoplossingen gepresenteerd.

De oude Honigfabriek aan de Waal wordt nog volop verbouwd. Bezoekers waren omgeven door kaal beton in de uitgestrekte hallen van het complex. Maar het was alles behalve kil tijdens de Nacht van de Gelderse Economie. Ruim 800 ondernemers krioelden langs de nieuwste innovaties, bedrijfspresentaties en etensstands.

Een aantal duurzame energieoplossingen viel goed in de smaak. Launchplatform plaatste SEECE-partner QConcepts in de top 10 van beste Gelderse start-ups. De jonge onderneming presenteerde de SkyWindTurbine. Deze airborne turbine legt patronen af in de lucht en wekt windenergie op.

Ook Studio Roes uit het Arnhemse Powerlab eindigde in de start-up-top-10, met het Sollysysteem. Met dit speelgoed kunnen kinderen duurzame energie opwekken en gebruiken.

En omdat duurzame elektrische energie niks is zonder opslag, presenteerden de makers van Wattsun hun pop-up-energievoorziening. Studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen ontwikkelden stapelbare accupakketten voor festivals. Deze kunnen worden opgeladen met duurzame energie en bijvoorbeeld worden toegepast op kleine podia.

Henk Kamp bekijkt bijzondere energie-innovaties op de HAN

Henk Kamp bezocht maandag 23 februari het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). De minister maakte kennis met een aantal bijzondere energie-innovaties.

“De energietransitie is een enorme opgave. Daar hebben we jullie voor nodig”, zegt Kamp tegen de aanwezige studenten op het instituut Engineering van de HAN. Nadat de minister van Economische Zaken welkom werd geheten door Diana de Jong, lid van het college van bestuur van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), benadrukt hij het belang van jong talent en energie-innovaties. “Hier valt de vervuiling door fossiele brandstoffen nu nog wel mee, maar ik kom net uit China en daar krijgt men grijze haren op het hoofd door de problematiek”, aldus Kamp.

Samenwerken
Daarom moet er meer innovatieve duurzame energietechnologie ontwikkeld worden. En innoveren kunnen we het beste niet alleen doen, weet de minister. “Het is belangrijk dat ondernemers, overheid en onderwijs samen kijken waar de wereld behoefte aan heeft. Het is belangrijk dat zij samen bepalen waar onderzoek naar gedaan wordt en waarin geïnvesteerd wordt”, aldus Kamp.

SEECE bracht veel innovaties voort, op basis van die filosofie. Programmamanager Tinus Hammink neemt de minister mee langs verschillende projecten, die tot stand kwamen door samenwerkingen tussen de HAN en het bedrijfsleven.

WattSun
Studenten die deelnamen aan de HAN-minor Green S-Team vertellen Kamp over WattSun, ‘pop-up-energie’ voor festivals. Ter vervanging van vervuilende dieselaggregaten kunnen festivalorganisatoren handzame accupakketten opladen met duurzame energie en inzetten bij kleine podia en stands. Bijvoorbeeld op een blarenpost tijdens de Nijmeegse vierdaagse. Aan het product werken vier studenten Industrieel Product Ontwerpen en een student Embedded Systems Engineering (sinds kort onderdeel van de opleiding Elektrotechniek).

RODGER
Ondernemer en oud-HAN-student Harm Giesen laat RODGER zien, een ‘multifunctionele lastendrager’. RODGER, een elektrisch aangedreven onderstel, kan gebruikt worden voor golftrolleys, kinderwagens, pakketvervoer, buggy’s en bolderkarren. ‘Het aandrijfsysteem van RODGER is uniek. De beleving is low-tech. Het systeem heeft geen knoppen, ledjes, schermen of gashendels. Slechts een houten stuurtje. Maar de binnenkant van RODGER is high-tech’, aldus Giesen. Het Smart Velocity System neemt met verschillende sensoren de beweging van de gebruiker waar. Hierdoor volgt ROGER de gebruiker intuïtief. ‘De machine volgt de mens. Niet andersom’, aldus Giesen.

SOPRA
Ter afsluiting bekijkt Kamp een video over SOPRA. Deze ‘Sustainable Off-grid Power plant Supply for Rural Applications’ kan afgelegen gebieden – die niet zijn aangesloten op het reguliere elektriciteitsnet – van duurzaam opgewekte elektriciteit voorzien. Het systeem bestaat onder andere uit een container vol vermogenselektronica, meet- en regelapparatuur en accu’s. Hier kunnen zonnepanelen, windturbines en conventionele opwekkers op worden aangesloten. Het kan dienen als een permanente energiecentrale.

Energiek Arnhem bespreekt EmiA 2.0 op de HAN

Op de faculteit Techniek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) werd woensdag 4 februari gesproken over de toekomst van Energie Made in [Arnhem] (EmiA).

Henk Kok, wethouder milieu, energie en landschap, opende de bijeenkomst met een positief bericht: ‘in het coalitieakkoord “Met de stad!” van april 2014 is EmiA opnieuw als speerpunt benoemd. De komende vier jaar blijven wij focussen op EmiA’, zegt Kok.

Hoe wordt het gemeenteprogramma de komende vier jaar vormgegeven? Anders dan voorgaande jaren. Kok bekende – onder toeziend oog van de ‘founding mother’ van EmiA: Margreet van Gastel – dat de energiedoelstellingen van de gemeente niet geheel zijn gehaald.

“Nu moeten we zorgen voor haalbare doelstellingen. Ik wil dat die niet van de gemeente komen, maar van jullie”, zegt Kok. Hij benadrukt dat de gemeente een faciliterende rol heeft. Kok wil met de convenantpartners en andere belanghebbenden bepalen hoe EmiA wordt voortgezet. In april 2015 wordt een voorstel aangeboden aan de gemeenteraad.

Op de HAN werd alvast een aantal belangrijke discussies gevoerd. Tinus Hammink, programmamanager van SEECE en Paul van Hoof, programmamanager van EmiA gingen bijvoorbeeld in op de unieke profilering van Arnhem als elektriciteitsstad. ‘Wat maakt ons nou echt uniek? Wij hebben grote partijen als TenneT, DNV GL en Alliander. Die zorgen voor een betrouwbare elektriciteitsvoorziening in heel Nederland en zelfs in het buitenland’ zegt Hammink.

En die Arnhemse focus op betrouwbaarheid wordt steeds relevanter. ‘Door de transitie naar duurzame energie wordt een betrouwbare levering van elektriciteit een grote uitdaging. Er is genoeg duurzame energie beschikbaar, maar vaak niet op het juiste moment en de juiste plek. Opslag van energie, bijvoorbeeld in accu’s of waterstof, wordt steeds belangrijker. Dat geldt helemaal voor gebieden waar helemaal geen elektriciteitsnet is en de stroom plaatselijk opgewekt en verbruikt wordt. Arnhemse partijen zijn bezig met unieke oplossingen hiervoor’, zegt Hammink.