Geplaatst door SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise)

Elektrisch aangedreven racebuggy nadert testfase

Techniekstudenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) bereiden een elektrisch aangedreven racebuggy voor op een eerste testrit. ‘Zo’n project neemt je mee in de nieuwe energietechnologie.’

‘We houden de buggy goed vast, want de remmen zijn nog niet aangesloten’, zegt docent Eigbert de Jongh terwijl hij de e-buggy naar buiten rolt voor een fotosessie. Hoewel een aantal onderdelen nog afgerond moet worden, ziet het racemonster er strak uit. De zon verlicht zwartgelakt metaal, knalrode vering, doeken met sponsorlogo’s en natuurlijk een uitgebreid accupakket.

Bouw
Een jaar geleden stond slechts een frame in de hal van het Instituut Engineering van de HAN. Het was aan studenten Werktuigbouwkunde, Elektrotechniek, Industrieel Product Ontwerpen, Autotechniek en minorstudenten Intelligent Power Control om een elektrische aandrijving te bouwen voor het voertuig.

Uitdaging
Dat ging niet zonder slag of stoot, laat elektrotechniekstudent Berend-Jan Zeevat weten. ‘Tijdens mijn minor Intelligent Power Control bouwden we een converter voor het voertuig. Het is echter niet gelukt om de converter het volledige vermogen te laten leveren, in de tijd die wij hadden.’

Concreet

Voor studenten is het werk aan de e-buggy een fijne afwisseling. ‘Tijdens mijn opleiding Elektrotechniek ben ik veel met theorie bezig. Ik schrijf bijvoorbeeld veel onderzoeksrapporten. Maar dit project was veel concreter. We maakten iets. We moesten solderen en ander handwerk doen. Dat voegt iets toe’, zegt Zeevat.

Belangrijk thema
Het is goed dat de studenten weten hoe een elektrisch voertuig in elkaar zit. Elektrische auto´s zijn in opkomst en steeds meer energiegerelateerde bedrijven krijgen daarmee te maken. ‘Ik werk nu bij netbeheerder Liander. Daar merken we dat elektrische auto’s steeds meer invloed hebben op het elektriciteitsnet. Daar zit een link’, aldus Zeevat.

Samenwerking mbo
Binnenkort krijgen hbo-studenten die aan de e-buggy werken versterking. Als het aan Eigbert de Jongh ligt, althans. De docent wil samenwerken met mbo-instellingen, zoals het ROC. ‘Mbo’ers zouden onderdelen kunnen maken. Hbo’ers zijn meer ontwerpers’, zegt De Jongh.

Nieuwe technologie
Zowel hbo- als mbo-studenten krijgen daardoor een kijkje in de wereld van nieuwe energietechnologie. De e-buggy vraagt om technische oplossingen die nog niet in de opleidingen zijn doorgedrongen. Mede dankzij de sponsoren SEECE, SMIT Transformers, MTSA, PhasetoPhase en Cito Benelux. ‘Cito Benelux heeft bijvoorbeeld een touchscreen voor het dashboard en de laadstekker, zoals gebruikt door BWM en Volkswagen, ter beschikking gesteld’, zegt De Jongh.

Testrit
Hoe die nieuwe technologie precies presteert, weten de technici pas als de buggy getest is. Maar wanneer de eerste rit plaatsvindt, houdt de HAN nog even geheim. ‘Ik weet nog niet wanneer we gaan rijden, maar het duurt niet lang meer. Het kriebelt behoorlijk!’ Zegt De Jongh.

UWV-rapport onderstreept tekort aan technici

Het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) verkleint sinds 2013 het tekort aan technici in Nederland. Een recent rapport van het UWV onderstreept de urgentie van deze aanpak.

Vooral elektrotechnici en werktuigbouwkundigen zijn de komende jaren moeilijk te vinden. Dat blijkt uit een overzicht dat het UWV publiceerde in het rapport Welke beroepen bieden kansen? dat in februari verscheen.

Doelstellingen SEECE
De cijfers onderstrepen het belang van de SEECE-doelstellingen. Het centre of expertise zorgt voor meer en beter opgeleide technici, die verstand hebben van duurzame elektrische energie. SEECE schenkt daarbij veel aandacht aan elektrotechniek en werktuigbouwkunde.

Niet zonder resultaat. Het aantal studenten dat een energiegerelateerde opleiding volgt op de HAN steeg flink na de start van het centre of expertise. Maar niet voldoende om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen.

Nieuwe doelgroep
Daarom boort SEECE een doelgroep aan, die – tot voor kort – buiten beeld bleef: techniektalenten die als elektrotechnicus of werktuigbouwkundige aan de slag willen, maar niet de mogelijkheid hebben een fulltime studie te volgen.

Die krijgen via het traject Werken en Leren met Energie de kans om een hbo-studie te volgen op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) in combinatie met een baan bij een energiebedrijf, of een bedrijf waar veel energievraagstukken voorkomen.

Mismatch
Veel deelnemers aan dit traject hebben een achtergrond waarmee ze weinig kans maakten op de arbeidsmarkt. Een groeiend probleem, blijkt uit het UWV-rapport. ‘[..]de komende tijd zullen in sommige sectoren grote groepen mensen hun baan verliezen terwijl andere sectoren zich zorgen maken over toenemende tekorten in bepaalde beroepen. Voor een goed draaiende economie en arbeidsmarkt is het belangrijk mismatches zoveel mogelijk te voorkomen’, staat in het document.

Het leerwerktraject is een succes. Sinds de start in 2013 werken tientallen elektrotechnici en werktuigbouwkundigen in spe bij een energiegerelateerd bedrijf, dankzij Werken en Leren met Energie. 31 maart 2015 maakt SEECE de balans op, tijdens een evenement dat in het teken staat van het leerwerktraject en gaan buitenstaanders in gesprek met deelnemende bedrijven en leerwerkers.

Samenwerking mbo
Tekorten en mismatch ontstaan niet alleen op hbo-niveau. Op de middellange termijn (2017–2019) voorspelt het UWV een tekort aan mbo’ers die verstand hebben van elektrotechniek en werktuigbouwkunde. Daarom werkt SEECE samen met mbo-instellingen.

In oktober 2014 werd Powerlab geopend, in het Energy Business Park Arnhems Buiten. Powerlab is een plek waar onderwijs en bedrijfsleven structureel met elkaar samenwerken op het gebied van duurzame energie. Door deze samenwerking wordt de transitie naar een nieuwe energiewereld ondersteund met meer en beter toegeruste studenten, startende ondernemers én werknemers in de EMT-sector. Zowel SEECE als het ROC Rijn IJssel zijn hierbij betrokken.

Duurzame energie goed vertegenwoordigd tijdens Nacht van de Gelderse Economie

Ondernemers kwamen donderdag 26 februari bijeen in de oude Honigfabriek in Nijmegen voor de Nacht van de Gelderse Economie. Er werden veel energieoplossingen gepresenteerd.

De oude Honigfabriek aan de Waal wordt nog volop verbouwd. Bezoekers waren omgeven door kaal beton in de uitgestrekte hallen van het complex. Maar het was alles behalve kil tijdens de Nacht van de Gelderse Economie. Ruim 800 ondernemers krioelden langs de nieuwste innovaties, bedrijfspresentaties en etensstands.

Een aantal duurzame energieoplossingen viel goed in de smaak. Launchplatform plaatste SEECE-partner QConcepts in de top 10 van beste Gelderse start-ups. De jonge onderneming presenteerde de SkyWindTurbine. Deze airborne turbine legt patronen af in de lucht en wekt windenergie op.

Ook Studio Roes uit het Arnhemse Powerlab eindigde in de start-up-top-10, met het Sollysysteem. Met dit speelgoed kunnen kinderen duurzame energie opwekken en gebruiken.

En omdat duurzame elektrische energie niks is zonder opslag, presenteerden de makers van Wattsun hun pop-up-energievoorziening. Studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen ontwikkelden stapelbare accupakketten voor festivals. Deze kunnen worden opgeladen met duurzame energie en bijvoorbeeld worden toegepast op kleine podia.

Henk Kamp bekijkt bijzondere energie-innovaties op de HAN

Henk Kamp bezocht maandag 23 februari het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). De minister maakte kennis met een aantal bijzondere energie-innovaties.

“De energietransitie is een enorme opgave. Daar hebben we jullie voor nodig”, zegt Kamp tegen de aanwezige studenten op het instituut Engineering van de HAN. Nadat de minister van Economische Zaken welkom werd geheten door Diana de Jong, lid van het college van bestuur van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), benadrukt hij het belang van jong talent en energie-innovaties. “Hier valt de vervuiling door fossiele brandstoffen nu nog wel mee, maar ik kom net uit China en daar krijgt men grijze haren op het hoofd door de problematiek”, aldus Kamp.

Samenwerken
Daarom moet er meer innovatieve duurzame energietechnologie ontwikkeld worden. En innoveren kunnen we het beste niet alleen doen, weet de minister. “Het is belangrijk dat ondernemers, overheid en onderwijs samen kijken waar de wereld behoefte aan heeft. Het is belangrijk dat zij samen bepalen waar onderzoek naar gedaan wordt en waarin geïnvesteerd wordt”, aldus Kamp.

SEECE bracht veel innovaties voort, op basis van die filosofie. Programmamanager Tinus Hammink neemt de minister mee langs verschillende projecten, die tot stand kwamen door samenwerkingen tussen de HAN en het bedrijfsleven.

WattSun
Studenten die deelnamen aan de HAN-minor Green S-Team vertellen Kamp over WattSun, ‘pop-up-energie’ voor festivals. Ter vervanging van vervuilende dieselaggregaten kunnen festivalorganisatoren handzame accupakketten opladen met duurzame energie en inzetten bij kleine podia en stands. Bijvoorbeeld op een blarenpost tijdens de Nijmeegse vierdaagse. Aan het product werken vier studenten Industrieel Product Ontwerpen en een student Embedded Systems Engineering (sinds kort onderdeel van de opleiding Elektrotechniek).

RODGER
Ondernemer en oud-HAN-student Harm Giesen laat RODGER zien, een ‘multifunctionele lastendrager’. RODGER, een elektrisch aangedreven onderstel, kan gebruikt worden voor golftrolleys, kinderwagens, pakketvervoer, buggy’s en bolderkarren. ‘Het aandrijfsysteem van RODGER is uniek. De beleving is low-tech. Het systeem heeft geen knoppen, ledjes, schermen of gashendels. Slechts een houten stuurtje. Maar de binnenkant van RODGER is high-tech’, aldus Giesen. Het Smart Velocity System neemt met verschillende sensoren de beweging van de gebruiker waar. Hierdoor volgt ROGER de gebruiker intuïtief. ‘De machine volgt de mens. Niet andersom’, aldus Giesen.

SOPRA
Ter afsluiting bekijkt Kamp een video over SOPRA. Deze ‘Sustainable Off-grid Power plant Supply for Rural Applications’ kan afgelegen gebieden – die niet zijn aangesloten op het reguliere elektriciteitsnet – van duurzaam opgewekte elektriciteit voorzien. Het systeem bestaat onder andere uit een container vol vermogenselektronica, meet- en regelapparatuur en accu’s. Hier kunnen zonnepanelen, windturbines en conventionele opwekkers op worden aangesloten. Het kan dienen als een permanente energiecentrale.

Energiek Arnhem bespreekt EmiA 2.0 op de HAN

Op de faculteit Techniek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) werd woensdag 4 februari gesproken over de toekomst van Energie Made in [Arnhem] (EmiA).

Henk Kok, wethouder milieu, energie en landschap, opende de bijeenkomst met een positief bericht: ‘in het coalitieakkoord “Met de stad!” van april 2014 is EmiA opnieuw als speerpunt benoemd. De komende vier jaar blijven wij focussen op EmiA’, zegt Kok.

Hoe wordt het gemeenteprogramma de komende vier jaar vormgegeven? Anders dan voorgaande jaren. Kok bekende – onder toeziend oog van de ‘founding mother’ van EmiA: Margreet van Gastel – dat de energiedoelstellingen van de gemeente niet geheel zijn gehaald.

“Nu moeten we zorgen voor haalbare doelstellingen. Ik wil dat die niet van de gemeente komen, maar van jullie”, zegt Kok. Hij benadrukt dat de gemeente een faciliterende rol heeft. Kok wil met de convenantpartners en andere belanghebbenden bepalen hoe EmiA wordt voortgezet. In april 2015 wordt een voorstel aangeboden aan de gemeenteraad.

Op de HAN werd alvast een aantal belangrijke discussies gevoerd. Tinus Hammink, programmamanager van SEECE en Paul van Hoof, programmamanager van EmiA gingen bijvoorbeeld in op de unieke profilering van Arnhem als elektriciteitsstad. ‘Wat maakt ons nou echt uniek? Wij hebben grote partijen als TenneT, DNV GL en Alliander. Die zorgen voor een betrouwbare elektriciteitsvoorziening in heel Nederland en zelfs in het buitenland’ zegt Hammink.

En die Arnhemse focus op betrouwbaarheid wordt steeds relevanter. ‘Door de transitie naar duurzame energie wordt een betrouwbare levering van elektriciteit een grote uitdaging. Er is genoeg duurzame energie beschikbaar, maar vaak niet op het juiste moment en de juiste plek. Opslag van energie, bijvoorbeeld in accu’s of waterstof, wordt steeds belangrijker. Dat geldt helemaal voor gebieden waar helemaal geen elektriciteitsnet is en de stroom plaatselijk opgewekt en verbruikt wordt. Arnhemse partijen zijn bezig met unieke oplossingen hiervoor’, zegt Hammink.

Eerstejaars techniektalent werkt aan recordaantal bedrijfsopdrachten

Tijdens de Projectweek Engineering 2015 van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) werkten studenten voor een recordaantal bedrijven. Een groot deel van de projecten had te maken met duurzame energie.

Winnaars
HAN-studenten die een lassysteem voor conische vaten verbeterden, eindigden vrijdag 31 januari op de eerste plaats tijdens Projectweek Engineering 2015. De tweede plek was weggelegd voor studenten die een meetinstrument ontwikkelden voor netbeheerder TenneT. Dit detecteert magnetische velden en is bedoeld voor technici die met hoogspanning werken. En op de derde plek eindigden technici in spé die een systeem bedachten om mest uit stallen te transporteren.

Record
De engineers in opleiding werkten een week lang, in multidisciplinaire groepen, aan 32 uiteenlopende opdrachten van 28 bedrijven. Een recordaantal. Ter vergelijking: in 2012 namen 17 bedrijven deel aan de projectweek.

Publiek-private samenwerking
Het grote aantal deelnemers is te danken aan een toenemende samenwerking tussen de HAN en het bedrijfsleven. Publiek-private samenwerkingsverbanden, zoals het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), zorgen dat meer bedrijven bij de HAN betrokken raken. Dat is goed voor de onderwijskwaliteit en bedrijven maken kennis met jonge technici. “Dit soort evenementen zijn een goede manier om – in tijden van personeelsschaarste – op het netvlies van potentiële werknemers te komen”, benadrukt SEECE-medewerker Henk Arts.

Goede resultaten
Daarnaast zijn de resultaten van de studentprojecten natuurlijk de moeite waard. “Eerstejaars moeten het nog niet van hun kennis hebben, maar hun creativiteit gebruiken. En dat doen ze heel erg goed”, zegt Marcel Eijgelaar van DNV GL (voorheen KEMA). Hij vroeg studenten om een interface voor smart grids (slimme energienetwerken) te ontwerpen.

En de Franse multinational GDF Suez liet studenten ideeën inbrengen voor het terrein van een oude kolencentrale. Zij bedachten onder andere een sportschool met apparaten die ‘schone’ energie opwekken en een duurzaam speelparadijs waar kinderen proefjes kunnen doen met duurzame energie. Inclusief verwachte investeringen en opbrengst. “Dit is de eerste keer dat we meedoen en ik ben positief verrast. We nemen deze ideeën mee in ons overleg over de toekomst van het terrein”, zegt GDF Suez-medewerker Sander van Doeland.

Doorontwikkeling
Tussen de studentopdrachten zitten parels, bleek afgelopen jaren. Zo wonnen eerstejaars studenten in 2011 de GasTerra Transitie Jaarpijs van 50.000 euro. Zij bedachten de GFT-vreter: een systeem voor betaalbare biogasproductie door en voor huishoudens. En twee studenten die vorig jaar deelnamen aan de projectweek ontwikkelen een duurzaam alternatief voor gasverwarming, op basis van zonne-energie. Zij bouwen momenteel een prototype in een vakantiepark, in samenwerking met verschillende bedrijven.

Systeemintegratie zorgt voor verrassende energieoplossingen

Afgevaardigden uit de energiebranche praatten dinsdag 20 januari over systeemintegratie bij WattConnects. Aanwezigen werden positief verrast door interdisciplinaire visies. Wist je bijvoorbeeld dat een systeem voor biogas uit afvalstromen het elektriciteitsnet kan stabiliseren?

‘We mogen op elkaars tenen trappen’, zegt Mart van der Meijden, innovatiemanager bij TenneT. ‘Met klompen’, voegt hij er met een glimlach aan toe. Van der Meijden spreekt een divers gezelschap toe. De WattConnectszaal zit vol medewerkers van gasbedrijven, netbeheerders, warmte- en koude-experts, belangenorganisaties en meer.

Deze partijen bespreken een mogelijke infrastructuur waarin gas, elektriciteit, koude en warmte worden gecombineerd. Maar welke technieken zijn er eigenlijk? En hoe combineren we die? En wie is er dan verantwoordelijk? Nog voordat de presentaties zijn begonnen, zorgt de zaal voor een spervuur aan vragen.

Groengas en netstabiliteit
Daar weten de sprekers – voor het grootste deel – raad mee. Kirsten Zagt, directeur van Bareau, zorgt dat de mensen in de zaal aan zijn lippen hangen met zijn verhaal over hogedrukvergisting. Hij zet biomassa en afvalwater om in groengas, met een methaangehalte van 90%. ‘Het principe is heel simpel. In een fles champagne gebeurt hetzelfde’, zegt Zagt. ‘Er wordt alleen methaan geproduceerd, in plaats van alcohol.’

Zagt zijn idee om biomassa om te zetten in groengas stamt uit 2003. Sinds die tijd is veel onderzoek gedaan naar het vergistingsproces, bijbehorende apparatuur en financiële haalbaarheid. Met succes. ‘Nu is het tijd om op te schalen’, zegt Zagt. De ondernemer wil het groengas uiteindelijk verkopen aan tankstations.

De technologie van Bareau heeft een aantal opvallende voordelen. Die zorgt niet alleen voor een afname van afvalstromen, zoals vuil water en resten uit de voedselindustrie, maar kan overtollige elektriciteit op een efficiënte en schone omzetten naar gas. Goed nieuws voor netbeheerders. Die moeten zorgen dat er evenveel energie wordt verbruikt als er wordt opgewekt. Maar door de opkomst van windturbines en zonnepanelen ontstaan energiepieken, op momenten waarop het hard waait en de zon schijnt.

Hybride systemen
Die energie kan nog niet als elektriciteit worden opgeslagen voor later gebruik, vertelt Piet Nienhuis van de GasUnie. Althans, dat is financieel nog niet haalbaar, laat hij weten. Nienhuis focust onder andere op de warmtevraag en -aanbod. ‘De komende 20-30 jaar hebben wij sowieso gas nodig. Het is goed om hybride systemen te gebruiken.’ Nienhuis is voorstander van een warmtevoorziening die zowel op elektriciteit als gas kan draaien. Bijvoorbeeld een warmtepomp met een gas-back-up. ‘Als er voldoende duurzame elektriciteit voor handen is, gebruik je die. Zo niet, dan stap je over op gas. Met een hybride systeem kun je per uur beslissen wat het meest voordelig is’, aldus Nienhuis.

Systeemintegratie en businesscases
Dit soort nieuwe energietechnologie heeft invloed op de infrastructuur. Paulus Karremans van netbeheerder Endinet begon zijn werk met een geitenwollen sok aan, grapt hij aan het begin van zijn presentatie. Maar de innovatieve netbeheerder werkt nu vooral uit economisch perspectief. En dat is niet gemakkelijk. ‘De nieuwe technologie is er, maar de businesscases zijn er nog niet. Ik vraag me af: zijn onze kabels in de toekomst wel dik genoeg, als alle warmtepompen aangaan? En die Tesla’s trekken ook aardig wat energie, vooral als ze allemaal tegelijk opladen’, zegt Karremans.

Maar hoe investeer je voor de komende dertig jaar als er zoveel onzekerheid is? ‘De hamvraag is: wat zijn de laagste kosten voor het systeem om als keten de duurzaamheidsdoelstellingen te halen?’ Om die vraag te beantwoorden, maakte Karremans een energietransitierekenmodel. Hij rekent niet alleen uit wat de goedkoopste manier is voor Endinet om te verduurzamen, maar voor een groot deel van de energiesector. En dat scheelt geld. Hij werkt samen met verschillende partners die data afstaan, die in het rekenmodel worden meegenomen. ‘Wij hebben een open karakter, dus als je iets wilt weten of data wilt toevoegen, wees welkom’, zegt Karremans.

Routekaart
Maar zelfs als uiteenlopende energiebedrijven met hun neuzen dezelfde kant op staan, is het veranderen van het energiesysteem gemakkelijk gezegd dan gedaan. Wet- en regelgeving staan bijvoorbeeld in de weg. Dat bleek tijdens een sessie van DNV GL, dat de Routekaart voor Energieopslagsystemen ontwikkelt. Deze gaat aangeven waar de mogelijkheden liggen voor Nederland, op het gebied van energieopslagsystemen. De aanwezigen werden om input gevraagd, die uiteindelijk wordt aangeboden aan het Ministerie van Economische Zaken. ‘Het is belangrijk dat de industrie gehoord wordt’, zegt Martijn Huibers van DNV GL.

Ook een workshop bij WattConnects bijwonen? Houd www.wattconnects.com in de gaten voor meer informatie.

Engineeringstudenten laten creativiteit vloeien tijdens projectweek

De Projectweek Engineering startte maandag voor alle eerstejaars engineeringstudenten op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Om op gang te komen met hun bedrijfsopdrachten, volgden ze creatieve sessies. SEECE nam een kijkje bij twee energieprojecten.

Projectweek
Aan het begin van de week werden groepjes gevormd met studenten van verschillende bacheloropleidingen van het Instituut Engineering. Eerstejaars Elektrotechniek, Werktuigbouwkunde, Industrieel Product Ontwerpen (IPO) en Technische Bedrijfskunde duiken samen in een vraagstuk dat wordt aangereikt door een bedrijf.

Energie
De technici in spé mochten dit jaar kiezen uit 32 opdrachten, waarvan een groot deel met duurzame elektrische energie te maken heeft. Energiereuzen als Alliander, TenneT en DNV GL doen deze week een beroep op de eerstejaars.

Creatieve oplossingen
Nadat de studenten maandag nadere instructie kregen van hun opdrachtgever, was het tijd om met goede ideeën te komen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want waar begin je als je een zwembad moet verduurzamen, elektrische fietsen moet testen of oude kolenfabriek moet ombouwen tot duurzaam walhalla?

Mini-windmolens
Derdejaars IPO’ers hielpen hun medestudenten dinsdag 27 januari op weg met creatieve sessies. Aan een ronde tafel in de hal zaten zes heren en een dame met een leeg vel papier voor zich. Opdracht: alle mogelijke ideeën op papier zetten, het vel doorgeven en de ideeën van de buurman of buurvrouw aanvullen. ‘Het maakt niet uit hoe onrealistisch de ideeën zijn’, vertelde de IPO’er die de sessie begeleidde. ‘Als je raketten aan de wieken van een windmolen wil bevestigen, schrijf het op.’

De groep werkt deze week aan een opdracht van netbeheerder Alliander. Het bedrijf bestelde een partij kleine windmolens en liet die in elkaar zetten door basisschoolleerlingen op het Industriepark Kleefse Waard in Arnhem. De molens werken, maar de opbrengst is nog niet optimaal. Daarom moeten de studenten het rendement verhogen.

Kinderpark met duurzame energie
Een andere groep bedenkt een aantal concepten voor energiebedrijf GDF SUEZ, dat duurzame energie wil toepassen op een industrieel terrein. Op het terrein staat nu nog een kolencentrale, maar deze sluit in 2016.

De studenten willen het terrein onder andere aantrekkelijk maken voor kinderen, door verschillende attracties neer te zetten. Op de vellen papier verschijnen tekeningen van schommels die energie opwekken en een van de studenten wil schoenzooltjes uitdelen waarmee je een telefoon kunt opladen. Aan ideeën hebben de eerstejaars geen tekort.

Eindpresentaties
Of het goede ideeën zijn, weten we vrijdag. Dan vinden de eindpresentaties plaats voor een jury. Houd www.seece.nl en www.han.nl in de gaten voor meer nieuws over de projectweek.

Werken en Leren met Energie maakt de balans op tijdens event

Het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) organiseert een bijeenkomst over Werken en Leren met Energie, die dinsdag 31 maart plaatsvindt op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) in Arnhem. Betrokkenen blikken terug op mooie resultaten van het leerwerktraject en bespreken hun toekomstplannen.

Via Werken en Leren met Energie combineert technisch talent een baan bij een energiegerelateerd bedrijf met een opleiding Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde op de HAN. Dit traject biedt een oplossing voor bedrijven die last krijgen van het groeiende arbeidstekort in de techniekbranche.

De leerwerkers zijn voorgesorteerd door een onderwijsprofessional van de HAN. Geïnteresseerden die niet aan de juiste eisen voldeden, volgden voorbereidend onderwijs. Zij spijkerden hun wis- en natuurkundekennis bij, kregen sollicitatietraining en gingen op bedrijfsexcursies. Een meerderheid van de deelnemers vond een werkgever en volgt nu het leerwerktraject.

‘Sinds de start van het traject zit er een snel stijgende lijn in het aantal leerwerkers. Vorig jaar startten 18 mensen aan het voorbereidende jaar. Nu zijn dat er 30’, zegt projectleider Mieke de Vries.

Tijdens de bijeenkomst zijn leerwerkers, werkgevers, provincie Gelderland en onderwijsprofessionals aanwezig. Maar ook geïnteresseerde buitenstaanders zijn van harte welkom. De betrokkenen vertellen graag over hun ervaringen met het leerwerktraject.

De bijeenkomst start om 9:30 met een presentatie van Marsha Wagner van de Topsector Energie en eindigt om 13:40. De locatie is Ruitenberglaan 31.

Aanmelden kan via Mieke de Vries (mieke.devries@han.nl)

Studenten Elektrotechniek presenteren onderzoeksresultaten bij TenneT

Studenten Elektrotechniek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) presenteerden de resultaten van hun energieonderzoek donderdag 8 januari op een bijzondere locatie: bij netbeheerder TenneT.

De eerstejaars Elektrotechniekstudenten wachten gespannen tot zij mogen presenteren in het gloednieuwe TenneT-gebouw op Energy Business Park Arnhems Buiten. Met de resultaten van hun onderzoek naar energieneutrale woningen in de hand, staan ze in het gebouw van de grootste Nederlandse netbeheerder tegenover een driekoppige jury en een aantal TenneT-medewerkers.

Hun opdracht: onderzoeken of ze een huis energieneutraal kunnen maken, op basis van zonne-energie. ‘We hebben ze in het diepe gegooid’, liet docente Joke Westra vooraf weten. ‘Ze moesten alle informatie zelf verzamelen.’ En dat bleek niet gemakkelijk. HAN-docent en jurylid Eigbert de Jongh merkte tijdens de presentaties een aantal onjuiste cijfers op en vond de conclusies aan de magere kant.
Jury_presentaties_TenneT_2_500px
Maar de opdracht was leerzaam. De studenten ontdekten dat de vraag en het aanbod van zonne-energie niet overeenkomt. De meeste elektrische energie in woonhuizen wordt ’s morgens en ’s avonds verbruikt. Maar de meeste zonne-energie wordt in de middag opgewekt, wanneer veel mensen op hun werk zijn. Energie die ’s middags wordt opgewekt, kan eventueel worden opgeslagen en later gebruikt worden maar dat is erg duur en accu’s nemen veel ruimte in beslag.

Hoewel TenneT zich niet direct bezighoudt met energieneutrale huishoudens, is het een toepasselijk bedrijf voor de studentenpresentaties. De netbeheerder zorgt op grote schaal dat de hoeveelheid opgewekte energie overeenkomt met de hoeveelheid energie die verbruikt wordt. Dat is nodig om het elektriciteitsnet in balans te houden.

En dat wordt steeds lastiger, door de opkomst van duurzame elektrische energie. ‘De hoeveelheid duurzame energie hangt af van de weersomstandigheden. Die kunnen we deels voorspellen. Maar of een windfront ook daadwerkelijk bij een windmolenpark aankomt, weten we pas als het zover is’, zegt teammanager op de afdeling System Operations, Jaap Hagen.

Om dit soort vraagstukken in de toekomst op te lossen, focust de HAN op duurzame elektrische energie. Alle studenten op het Instituut Engineering verdiepen zich in het thema en via het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) verbindt de hogeschool zich aan belangrijke energiebedrijven, zoals TenneT.

HAN-studenten presenteren duurzame energievoorziening op Noorderslag

Studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) presenteerden hun innovatieve energievoorziening WattSun op Eurosonic Noorderslag in Groningen. Handzame accupakketten zorgen voor duurzame ‘pop-up-energie’ op festivals.

In en rond het Groningse Infoversum, een 3d-bioscoop en conferentiecentrum in de vorm van een grote witte bol, werden van 14 tot en met 17 januari festivalinnovaties gepresenteerd. Tussen de 3d-geprinte gitaren, cashless betaalsystemen en state-of-the-art oordoppen stond WattSun.

Lees verder

“Werken en Leren met Energie brengt onderwijs en bedrijfsleven naar elkaar”

Het hbo-deeltijdonderwijs Samen Werken en Leren met Energie wordt ondersteund door de provincie Gelderland. Mark van der Heijden, programmaleider arbeidsmarkt-onderwijs/human capital bij de provincie, vertelt waarom deze onderwijsvorm onmisbaar is.

Arbeidstekort
“In de Gelderse energiesector komt de vraag naar technici niet overeen met de ontwikkeling van de beroepsbevolking”, zegt Van der Heijden. Dat sluit aan bij een landelijke trend. Er is een groeiend tekort aan werktuigbouwkundigen en elektrotechnici in Nederland. “Tussen 2011 en 2016 is de vervangingsvraag – naar schatting – 5000 voor elektrotechnici en eveneens 5000 voor werktuigbouwkundigen”, vertelde Robert Berends, humanresourcesmanager bij Alliander, onlangs tijdens een presentatie over het Werken en Lerentraject.

“Wij vroegen ons af: kunnen we geïnteresseerden begeleiden naar een technische functie in de energiebranche?” Zegt Van der Heijden. Werken en Leren met Energie geeft een antwoord op die vraag: ja.

Werken en leren
Deelnemers starten hun hbo-opleiding Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen tegelijkertijd met een baan bij een energiegerelateerd bedrijf. “Het is goed dat leerwerkers gelijk inzetbaar zijn. Dat komt overeen met de vraag uit het bedrijfsleven. Bedrijven willen dat een leerwerker gelijk rendeert”, aldus Van der Heijden.

Het leerwerktraject richt zich vooral op bekwame mensen die affiniteit hebben met techniek, maar niet de juiste opleiding hebben om een functie op hbo-niveau te vervullen bij een energiegerelateerd bedrijf. “Het is goed om mensen van de ene naar de andere branche te helpen. Je moet talenten optimaal benutten en niet de economie laten bepalen of deze mensen inzetbaar zijn of niet. Talenten hoeven niet in de sector te blijven waar ze voor zijn opgeleid”, aldus Van der Heijden.

Verbindingen leggen
Hij benadrukt het belang van verbindingen tussen onderwijs en het bedrijfsleven. “Het is mooi hoe onderwijs naar het bedrijfsleven wordt gebracht en andersom. We kunnen niet zonder kruisbestuiving. Wat de toekomst ook brengt: als bedrijven en onderwijsinstellingen verbonden zijn, kunnen ze op elkaar inspelen.”

“En als wij willen dat talentvolle mensen inzetbaar blijven, moeten ze kunnen blijven leren. Daar moet een systeem voor komen. Werken en Leren met Energie helpt daarbij. Ik zou deze onderwijsvorm ook aanraden voor andere sectoren. En er kunnen dwarsverbanden worden gelegd. Energy&Food bijvoorbeeld”, aldus Van der Heijden.

Provinciale steun
De provincie Gelderland staat klaar om drempels die het project in de weg staan te verlagen. “Bedrijven betalen vier jaar lang collegegeld en minimumloon voor de leerwerker. Ze vinden het echter lastig om vier jaar vooruit te kijken. Ze lopen een financieel risico. Dat proberen wij te verkleinen door subsidie te verstrekken”, zegt de provinciemedewerker. Provincie Gelderland stelde vorig jaar 200.000 subsidie beschikbaar. Daarnaast vervult de provincie een faciliterende rol. “We kunnen informatie geven en partijen met elkaar verbinden”, zegt Van der Heijden.

SEECE
Werken en Leren met Energie werd geïnitieerd door het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise. Kijk op www.werkenenlerenmetenergie.nl voor meer informatie.

HAN-studenten ontwerpen tegenwindauto

HAN-studenten ontwerpen en bouwen een auto die energie opwekt terwijl die tegen de wind in rijdt. In augustus 2015 doet de HAN voor het eerst mee aan de jaarlijkse wedstrijd Racing Aeolus in Den Helder.

Race
De voertuigen die deelnemen aan Racing Aeolus zien eruit als gestroomlijnde torpedo’s met windmolens op het dak. De auto’s moeten zo efficiënt mogelijk van a naar b, door middel van windenergie die de voertuigen tijdens de race opwekken. Het team dat de hoogste snelheid ten opzichte van de windsnelheid haalt, wint de race.

Ontwerpfase
In Powerlab op Energy Business Park Arnhems Buiten werken vijf HAN-studenten van de opleidingen Werktuigbouwkunde, Industrieel Product Ontwerpen (IPO) en Autotechniek aan hun eigen windenergieauto. Hun taak: een rijdend prototype ontwikkelen. Deze is in januari gereed, aan het einde van de minorperiode. Daarna bouwen ze verder aan de auto in hun vrije tijd. De studenten hopen dat stagiairs en afstudeerders beschikbaar zijn om de auto klaar te maken voor de race in augustus.

Creatief met een klein budget
Het HAN-team gebruikt opvallende materialen. “Wij hebben een relatief klein budget, een klein team en een weinig tijd. Daardoor zijn wij gedwongen om creatief te zijn. We gebruiken lichte materialen die goedkoop zijn en niet voor de hand liggen”, zegt IPO-student Thom Vermazeren.

Het frame wordt van hout gemaakt. “Hout is een prachtig materiaal, gemaakt door de natuur en een stuk goedkoper dan bijvoorbeeld carbon”, zegt Vermazeren. “En op deze manier vallen we tenminste op als nieuwkomer”, voegt Lotti Verhoeven toe.

Elektrische aandrijving
De auto krijgt een elektrische aandrijving. “Een mechanische aandrijving is – indien goed toegepast – efficiënter dan een elektrische, maar een elektrische aandrijving geeft veel meer vormvrijheid. Daardoor kunnen later in het ontwerpproces gemakkelijk wijzigingen worden aangebracht”, zegt Vermazeren.

Promotie centraal opgewekte energie
De auto’s die deelnemen aan de race in Den Helder zal je niet snel op de openbare weg zien. Ze rijden tussen de vijf en dertig kilometer per uur. “Maar het is goed om te laten zien dat je kunt rijden op energie die lokaal wordt opgewekt. Onze algemene energievoorziening is afhankelijk van olie en gas dat van heel ver komt. Dit project laat zien dat je on the spot energie kunt opwekken. Bovendien ligt de combinatie van een voertuig en windenergie veel minder voor de hand dan bijvoorbeeld zonnecellen”, zegt Vermazeren. “Daardoor word je gedwongen om onconventionele oplossingen te verzinnen.”

De auto’s die gebouwd worden voor Racing Aeolus bevatten innovaties die belangrijk kunnen zijn voor andere toepassingen. De voertuigen slaan bijvoorbeeld energie op, om die gelijkmatig over te brengen op de aandrijving. Dit soort kleinschalige energieopslag kan ook op andere manieren worden toegepast. Bijvoorbeeld door huishoudens die zelf duurzame elektrische energie opwekken.

Minor Green S-Team
Het project is onderdeel van de HAN-minor Green S-Team, waarbinnen studenten van verschillende opleidingen aan bedrijfsopdrachten werken. Deze zijn gelieerd aan duurzame energie. Een andere groep minorstudenten werkt momenteel aan de verduurzaming van festivals.

Kijk voor meer informatie op www.green-s-team.nl

Werktuigbouwkundestudenten bouwen duurzaam alternatief voor gasverwarming

Bram van Lieshout en Wouter Vernooij bedachten een duurzaam warmtesysteem tijdens het eerste jaar van hun studie Werktuigbouwkunde op de HAN. Het idee heeft potentie. De studenten krijgen financiële ondersteuning voor een pilot in recreatiepark De Thijmse Berg in Rhenen.

Projectweek
Tijdens de jaarlijkse Projectweek Engineering op de HAN werken studenten van verschillende technische opleidingen in teams aan bedrijfsopdrachten. Van Lieshout en Vernooij kregen een opdracht van een boer uit het Achterhoekse Aalten: ‘help mij van mijn gaskosten af.’

Lees verder

Werken en Leren met Energie helpt talent van branche naar branche

Bedrijven, onderwijsinstellingen en andere betrokken organisaties bespraken donderdag 9 oktober het project Samen Werken en Leren met Energie, tijdens een mini-symposium op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). “Het is ontzettend belangrijk dat talenten uit andere sectoren kunnen doorstromen naar de energietechniek.”

Onder andere UWV, netwerkwerkbedrijf Alliander, netbeheerder TenneT, stichting kiEMT, Provincie Gelderland en VAPA zijn vertegenwoordigd tijdens het mini-symposium. De partijen bespreken de behaalde successen binnen het leerwerkproject en vertellen waar ze over twijfelen.

Oplossing voor tekort aan technici
De innitiatiefnemer van Werken en Leren met Energie is de publiek-private samenwerking Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). Het centre of expertise zocht een oplossing voor het groeiende tekort aan technici in de energiebranche. Dankzij Werken en Leren met Energie worden technische talenten worden in dienst genomen door energiegerelateerde bedrijven en studeren zji tegelijkertijd Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde op de HAN.

Het eerste jaar van het project was succesvol, blijkt uit een presentatie van SEECE-programmamanager Leon Verhoeven. Er nemen 42 student-werknemers deel aan het leerwerktraject. “De uitval is erg beperkt. Alle leerwerkers die via SEECE een baan hebben gevonden, nemen nog steeds deel aan het traject. Dit zijn uiterst gemotiveerde werknemers”, aldus Verhoeven.

Elk jaar wordt door SEECE een meet&match-bijeenkomst georganiseerd, waar potentiële leerwerkers in contact komen met bedrijven. Voordat zij mogen deelnemen, hebben zij een gesprek met een medewerker van de HAN.

Investering
Eenmaal aan het werk ontvangen de leerwerkstudenten minimumloon en betaalt de werkgever het collegegeld. Een aantal aanwezigen vindt dit een behoorlijke kostenpost voor een werknemer zonder hbo-diploma. Robert Berends, humanrecoursesmanager bij Alliander, denkt daar echter anders over. “Je krijgt voor dat geld een werknemer op mbo-niveau die je binnen jouw organisatie uit kunt laten groeien tot een hbo’er. Dat is geweldig.”

Daarnaast benadrukt Berends het groeiende tekort aan technici en maakt duidelijk dat afwachten geen optie is. “In Nederland zijn tussen 2011 en 2016 5000 nieuwe elektrotechnici nodig. Hetzelfde geldt voor werktuigbouwkundigen”, zegt Berends. En er studeren lang niet genoeg technici af om aan de vervangingsvraag te voldoen.

Nieuwe doelgroep

Werken en Leren met Energie richt zich op een doelgroep die zonder dit project geen kans maakt op een baan als elektrotechnicus of werktuigbouwkundige op hbo-niveau. De organisatie achter het leerwerktraject scout talent dat graag een technische functie bij een energiegerelateerd bedrijf wil, maar geen aansluitende vooropleiding heeft en niet over de mogelijkheden beschikt om een reguliere hbo-opleiding af te ronden.

“Alliander nam een Rotterdamse mevrouw in dienst die als schoonmaakster werkte, maar daar veel te intelligent voor was”, zegt Berends. “Een ander voorbeeld is Dorien, een vrouw die in het basisonderwijs werkte maar haar techniekpassie wilde volgen. Nu ontwikkelt zij laadpalen voor elektrische auto’s.”

Subsidie
De lengte van de vierjarige opleiding blijkt een drempel voor een aantal organisaties. “Bedrijven vinden het vaak lastig om in een lang traject te stappen. Die weten niet waar ze over een paar jaar aan toe zijn”, merkt een medewerker van het UWV op.

Om die een deel van het financiële risico voor bedrijven weg te nemen, stelde de provincie Gelderland onlangs 200.000 euro subsidie beschikbaar. “We vinden het belangrijk om deze verbinding tussen bedrijven en onderwijs mogelijk te maken. We zien dat de arbeidstekorten in een aantal Gelderse sectoren oplopen, terwijl in andere sectoren juist te weinig vraag naar personeel is. Daarom is het goed als talenten door kunnen stromen naar een andere branche”, zegt mark van der Heijden van de provincie Gelderland.