Geplaatst door SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise)

Eerstejaars techniektalent werkt aan recordaantal bedrijfsopdrachten

Tijdens de Projectweek Engineering 2015 van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) werkten studenten voor een recordaantal bedrijven. Een groot deel van de projecten had te maken met duurzame energie.

Winnaars
HAN-studenten die een lassysteem voor conische vaten verbeterden, eindigden vrijdag 31 januari op de eerste plaats tijdens Projectweek Engineering 2015. De tweede plek was weggelegd voor studenten die een meetinstrument ontwikkelden voor netbeheerder TenneT. Dit detecteert magnetische velden en is bedoeld voor technici die met hoogspanning werken. En op de derde plek eindigden technici in spé die een systeem bedachten om mest uit stallen te transporteren.

Record
De engineers in opleiding werkten een week lang, in multidisciplinaire groepen, aan 32 uiteenlopende opdrachten van 28 bedrijven. Een recordaantal. Ter vergelijking: in 2012 namen 17 bedrijven deel aan de projectweek.

Publiek-private samenwerking
Het grote aantal deelnemers is te danken aan een toenemende samenwerking tussen de HAN en het bedrijfsleven. Publiek-private samenwerkingsverbanden, zoals het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), zorgen dat meer bedrijven bij de HAN betrokken raken. Dat is goed voor de onderwijskwaliteit en bedrijven maken kennis met jonge technici. “Dit soort evenementen zijn een goede manier om – in tijden van personeelsschaarste – op het netvlies van potentiële werknemers te komen”, benadrukt SEECE-medewerker Henk Arts.

Goede resultaten
Daarnaast zijn de resultaten van de studentprojecten natuurlijk de moeite waard. “Eerstejaars moeten het nog niet van hun kennis hebben, maar hun creativiteit gebruiken. En dat doen ze heel erg goed”, zegt Marcel Eijgelaar van DNV GL (voorheen KEMA). Hij vroeg studenten om een interface voor smart grids (slimme energienetwerken) te ontwerpen.

En de Franse multinational GDF Suez liet studenten ideeën inbrengen voor het terrein van een oude kolencentrale. Zij bedachten onder andere een sportschool met apparaten die ‘schone’ energie opwekken en een duurzaam speelparadijs waar kinderen proefjes kunnen doen met duurzame energie. Inclusief verwachte investeringen en opbrengst. “Dit is de eerste keer dat we meedoen en ik ben positief verrast. We nemen deze ideeën mee in ons overleg over de toekomst van het terrein”, zegt GDF Suez-medewerker Sander van Doeland.

Doorontwikkeling
Tussen de studentopdrachten zitten parels, bleek afgelopen jaren. Zo wonnen eerstejaars studenten in 2011 de GasTerra Transitie Jaarpijs van 50.000 euro. Zij bedachten de GFT-vreter: een systeem voor betaalbare biogasproductie door en voor huishoudens. En twee studenten die vorig jaar deelnamen aan de projectweek ontwikkelen een duurzaam alternatief voor gasverwarming, op basis van zonne-energie. Zij bouwen momenteel een prototype in een vakantiepark, in samenwerking met verschillende bedrijven.

Systeemintegratie zorgt voor verrassende energieoplossingen

Afgevaardigden uit de energiebranche praatten dinsdag 20 januari over systeemintegratie bij WattConnects. Aanwezigen werden positief verrast door interdisciplinaire visies. Wist je bijvoorbeeld dat een systeem voor biogas uit afvalstromen het elektriciteitsnet kan stabiliseren?

‘We mogen op elkaars tenen trappen’, zegt Mart van der Meijden, innovatiemanager bij TenneT. ‘Met klompen’, voegt hij er met een glimlach aan toe. Van der Meijden spreekt een divers gezelschap toe. De WattConnectszaal zit vol medewerkers van gasbedrijven, netbeheerders, warmte- en koude-experts, belangenorganisaties en meer.

Deze partijen bespreken een mogelijke infrastructuur waarin gas, elektriciteit, koude en warmte worden gecombineerd. Maar welke technieken zijn er eigenlijk? En hoe combineren we die? En wie is er dan verantwoordelijk? Nog voordat de presentaties zijn begonnen, zorgt de zaal voor een spervuur aan vragen.

Groengas en netstabiliteit
Daar weten de sprekers – voor het grootste deel – raad mee. Kirsten Zagt, directeur van Bareau, zorgt dat de mensen in de zaal aan zijn lippen hangen met zijn verhaal over hogedrukvergisting. Hij zet biomassa en afvalwater om in groengas, met een methaangehalte van 90%. ‘Het principe is heel simpel. In een fles champagne gebeurt hetzelfde’, zegt Zagt. ‘Er wordt alleen methaan geproduceerd, in plaats van alcohol.’

Zagt zijn idee om biomassa om te zetten in groengas stamt uit 2003. Sinds die tijd is veel onderzoek gedaan naar het vergistingsproces, bijbehorende apparatuur en financiële haalbaarheid. Met succes. ‘Nu is het tijd om op te schalen’, zegt Zagt. De ondernemer wil het groengas uiteindelijk verkopen aan tankstations.

De technologie van Bareau heeft een aantal opvallende voordelen. Die zorgt niet alleen voor een afname van afvalstromen, zoals vuil water en resten uit de voedselindustrie, maar kan overtollige elektriciteit op een efficiënte en schone omzetten naar gas. Goed nieuws voor netbeheerders. Die moeten zorgen dat er evenveel energie wordt verbruikt als er wordt opgewekt. Maar door de opkomst van windturbines en zonnepanelen ontstaan energiepieken, op momenten waarop het hard waait en de zon schijnt.

Hybride systemen
Die energie kan nog niet als elektriciteit worden opgeslagen voor later gebruik, vertelt Piet Nienhuis van de GasUnie. Althans, dat is financieel nog niet haalbaar, laat hij weten. Nienhuis focust onder andere op de warmtevraag en -aanbod. ‘De komende 20-30 jaar hebben wij sowieso gas nodig. Het is goed om hybride systemen te gebruiken.’ Nienhuis is voorstander van een warmtevoorziening die zowel op elektriciteit als gas kan draaien. Bijvoorbeeld een warmtepomp met een gas-back-up. ‘Als er voldoende duurzame elektriciteit voor handen is, gebruik je die. Zo niet, dan stap je over op gas. Met een hybride systeem kun je per uur beslissen wat het meest voordelig is’, aldus Nienhuis.

Systeemintegratie en businesscases
Dit soort nieuwe energietechnologie heeft invloed op de infrastructuur. Paulus Karremans van netbeheerder Endinet begon zijn werk met een geitenwollen sok aan, grapt hij aan het begin van zijn presentatie. Maar de innovatieve netbeheerder werkt nu vooral uit economisch perspectief. En dat is niet gemakkelijk. ‘De nieuwe technologie is er, maar de businesscases zijn er nog niet. Ik vraag me af: zijn onze kabels in de toekomst wel dik genoeg, als alle warmtepompen aangaan? En die Tesla’s trekken ook aardig wat energie, vooral als ze allemaal tegelijk opladen’, zegt Karremans.

Maar hoe investeer je voor de komende dertig jaar als er zoveel onzekerheid is? ‘De hamvraag is: wat zijn de laagste kosten voor het systeem om als keten de duurzaamheidsdoelstellingen te halen?’ Om die vraag te beantwoorden, maakte Karremans een energietransitierekenmodel. Hij rekent niet alleen uit wat de goedkoopste manier is voor Endinet om te verduurzamen, maar voor een groot deel van de energiesector. En dat scheelt geld. Hij werkt samen met verschillende partners die data afstaan, die in het rekenmodel worden meegenomen. ‘Wij hebben een open karakter, dus als je iets wilt weten of data wilt toevoegen, wees welkom’, zegt Karremans.

Routekaart
Maar zelfs als uiteenlopende energiebedrijven met hun neuzen dezelfde kant op staan, is het veranderen van het energiesysteem gemakkelijk gezegd dan gedaan. Wet- en regelgeving staan bijvoorbeeld in de weg. Dat bleek tijdens een sessie van DNV GL, dat de Routekaart voor Energieopslagsystemen ontwikkelt. Deze gaat aangeven waar de mogelijkheden liggen voor Nederland, op het gebied van energieopslagsystemen. De aanwezigen werden om input gevraagd, die uiteindelijk wordt aangeboden aan het Ministerie van Economische Zaken. ‘Het is belangrijk dat de industrie gehoord wordt’, zegt Martijn Huibers van DNV GL.

Ook een workshop bij WattConnects bijwonen? Houd www.wattconnects.com in de gaten voor meer informatie.

Engineeringstudenten laten creativiteit vloeien tijdens projectweek

De Projectweek Engineering startte maandag voor alle eerstejaars engineeringstudenten op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Om op gang te komen met hun bedrijfsopdrachten, volgden ze creatieve sessies. SEECE nam een kijkje bij twee energieprojecten.

Projectweek
Aan het begin van de week werden groepjes gevormd met studenten van verschillende bacheloropleidingen van het Instituut Engineering. Eerstejaars Elektrotechniek, Werktuigbouwkunde, Industrieel Product Ontwerpen (IPO) en Technische Bedrijfskunde duiken samen in een vraagstuk dat wordt aangereikt door een bedrijf.

Energie
De technici in spé mochten dit jaar kiezen uit 32 opdrachten, waarvan een groot deel met duurzame elektrische energie te maken heeft. Energiereuzen als Alliander, TenneT en DNV GL doen deze week een beroep op de eerstejaars.

Creatieve oplossingen
Nadat de studenten maandag nadere instructie kregen van hun opdrachtgever, was het tijd om met goede ideeën te komen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want waar begin je als je een zwembad moet verduurzamen, elektrische fietsen moet testen of oude kolenfabriek moet ombouwen tot duurzaam walhalla?

Mini-windmolens
Derdejaars IPO’ers hielpen hun medestudenten dinsdag 27 januari op weg met creatieve sessies. Aan een ronde tafel in de hal zaten zes heren en een dame met een leeg vel papier voor zich. Opdracht: alle mogelijke ideeën op papier zetten, het vel doorgeven en de ideeën van de buurman of buurvrouw aanvullen. ‘Het maakt niet uit hoe onrealistisch de ideeën zijn’, vertelde de IPO’er die de sessie begeleidde. ‘Als je raketten aan de wieken van een windmolen wil bevestigen, schrijf het op.’

De groep werkt deze week aan een opdracht van netbeheerder Alliander. Het bedrijf bestelde een partij kleine windmolens en liet die in elkaar zetten door basisschoolleerlingen op het Industriepark Kleefse Waard in Arnhem. De molens werken, maar de opbrengst is nog niet optimaal. Daarom moeten de studenten het rendement verhogen.

Kinderpark met duurzame energie
Een andere groep bedenkt een aantal concepten voor energiebedrijf GDF SUEZ, dat duurzame energie wil toepassen op een industrieel terrein. Op het terrein staat nu nog een kolencentrale, maar deze sluit in 2016.

De studenten willen het terrein onder andere aantrekkelijk maken voor kinderen, door verschillende attracties neer te zetten. Op de vellen papier verschijnen tekeningen van schommels die energie opwekken en een van de studenten wil schoenzooltjes uitdelen waarmee je een telefoon kunt opladen. Aan ideeën hebben de eerstejaars geen tekort.

Eindpresentaties
Of het goede ideeën zijn, weten we vrijdag. Dan vinden de eindpresentaties plaats voor een jury. Houd www.seece.nl en www.han.nl in de gaten voor meer nieuws over de projectweek.

Werken en Leren met Energie maakt de balans op tijdens event

Het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) organiseert een bijeenkomst over Werken en Leren met Energie, die dinsdag 31 maart plaatsvindt op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) in Arnhem. Betrokkenen blikken terug op mooie resultaten van het leerwerktraject en bespreken hun toekomstplannen.

Via Werken en Leren met Energie combineert technisch talent een baan bij een energiegerelateerd bedrijf met een opleiding Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde op de HAN. Dit traject biedt een oplossing voor bedrijven die last krijgen van het groeiende arbeidstekort in de techniekbranche.

De leerwerkers zijn voorgesorteerd door een onderwijsprofessional van de HAN. Geïnteresseerden die niet aan de juiste eisen voldeden, volgden voorbereidend onderwijs. Zij spijkerden hun wis- en natuurkundekennis bij, kregen sollicitatietraining en gingen op bedrijfsexcursies. Een meerderheid van de deelnemers vond een werkgever en volgt nu het leerwerktraject.

‘Sinds de start van het traject zit er een snel stijgende lijn in het aantal leerwerkers. Vorig jaar startten 18 mensen aan het voorbereidende jaar. Nu zijn dat er 30’, zegt projectleider Mieke de Vries.

Tijdens de bijeenkomst zijn leerwerkers, werkgevers, provincie Gelderland en onderwijsprofessionals aanwezig. Maar ook geïnteresseerde buitenstaanders zijn van harte welkom. De betrokkenen vertellen graag over hun ervaringen met het leerwerktraject.

De bijeenkomst start om 9:30 met een presentatie van Marsha Wagner van de Topsector Energie en eindigt om 13:40. De locatie is Ruitenberglaan 31.

Aanmelden kan via Mieke de Vries (mieke.devries@han.nl)

Studenten Elektrotechniek presenteren onderzoeksresultaten bij TenneT

Studenten Elektrotechniek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) presenteerden de resultaten van hun energieonderzoek donderdag 8 januari op een bijzondere locatie: bij netbeheerder TenneT.

De eerstejaars Elektrotechniekstudenten wachten gespannen tot zij mogen presenteren in het gloednieuwe TenneT-gebouw op Energy Business Park Arnhems Buiten. Met de resultaten van hun onderzoek naar energieneutrale woningen in de hand, staan ze in het gebouw van de grootste Nederlandse netbeheerder tegenover een driekoppige jury en een aantal TenneT-medewerkers.

Hun opdracht: onderzoeken of ze een huis energieneutraal kunnen maken, op basis van zonne-energie. ‘We hebben ze in het diepe gegooid’, liet docente Joke Westra vooraf weten. ‘Ze moesten alle informatie zelf verzamelen.’ En dat bleek niet gemakkelijk. HAN-docent en jurylid Eigbert de Jongh merkte tijdens de presentaties een aantal onjuiste cijfers op en vond de conclusies aan de magere kant.
Jury_presentaties_TenneT_2_500px
Maar de opdracht was leerzaam. De studenten ontdekten dat de vraag en het aanbod van zonne-energie niet overeenkomt. De meeste elektrische energie in woonhuizen wordt ’s morgens en ’s avonds verbruikt. Maar de meeste zonne-energie wordt in de middag opgewekt, wanneer veel mensen op hun werk zijn. Energie die ’s middags wordt opgewekt, kan eventueel worden opgeslagen en later gebruikt worden maar dat is erg duur en accu’s nemen veel ruimte in beslag.

Hoewel TenneT zich niet direct bezighoudt met energieneutrale huishoudens, is het een toepasselijk bedrijf voor de studentenpresentaties. De netbeheerder zorgt op grote schaal dat de hoeveelheid opgewekte energie overeenkomt met de hoeveelheid energie die verbruikt wordt. Dat is nodig om het elektriciteitsnet in balans te houden.

En dat wordt steeds lastiger, door de opkomst van duurzame elektrische energie. ‘De hoeveelheid duurzame energie hangt af van de weersomstandigheden. Die kunnen we deels voorspellen. Maar of een windfront ook daadwerkelijk bij een windmolenpark aankomt, weten we pas als het zover is’, zegt teammanager op de afdeling System Operations, Jaap Hagen.

Om dit soort vraagstukken in de toekomst op te lossen, focust de HAN op duurzame elektrische energie. Alle studenten op het Instituut Engineering verdiepen zich in het thema en via het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) verbindt de hogeschool zich aan belangrijke energiebedrijven, zoals TenneT.

HAN-studenten presenteren duurzame energievoorziening op Noorderslag

Studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) presenteerden hun innovatieve energievoorziening WattSun op Eurosonic Noorderslag in Groningen. Handzame accupakketten zorgen voor duurzame ‘pop-up-energie’ op festivals.

In en rond het Groningse Infoversum, een 3d-bioscoop en conferentiecentrum in de vorm van een grote witte bol, werden van 14 tot en met 17 januari festivalinnovaties gepresenteerd. Tussen de 3d-geprinte gitaren, cashless betaalsystemen en state-of-the-art oordoppen stond WattSun.

Lees verder

“Werken en Leren met Energie brengt onderwijs en bedrijfsleven naar elkaar”

Het hbo-deeltijdonderwijs Samen Werken en Leren met Energie wordt ondersteund door de provincie Gelderland. Mark van der Heijden, programmaleider arbeidsmarkt-onderwijs/human capital bij de provincie, vertelt waarom deze onderwijsvorm onmisbaar is.

Arbeidstekort
“In de Gelderse energiesector komt de vraag naar technici niet overeen met de ontwikkeling van de beroepsbevolking”, zegt Van der Heijden. Dat sluit aan bij een landelijke trend. Er is een groeiend tekort aan werktuigbouwkundigen en elektrotechnici in Nederland. “Tussen 2011 en 2016 is de vervangingsvraag – naar schatting – 5000 voor elektrotechnici en eveneens 5000 voor werktuigbouwkundigen”, vertelde Robert Berends, humanresourcesmanager bij Alliander, onlangs tijdens een presentatie over het Werken en Lerentraject.

“Wij vroegen ons af: kunnen we geïnteresseerden begeleiden naar een technische functie in de energiebranche?” Zegt Van der Heijden. Werken en Leren met Energie geeft een antwoord op die vraag: ja.

Werken en leren
Deelnemers starten hun hbo-opleiding Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen tegelijkertijd met een baan bij een energiegerelateerd bedrijf. “Het is goed dat leerwerkers gelijk inzetbaar zijn. Dat komt overeen met de vraag uit het bedrijfsleven. Bedrijven willen dat een leerwerker gelijk rendeert”, aldus Van der Heijden.

Het leerwerktraject richt zich vooral op bekwame mensen die affiniteit hebben met techniek, maar niet de juiste opleiding hebben om een functie op hbo-niveau te vervullen bij een energiegerelateerd bedrijf. “Het is goed om mensen van de ene naar de andere branche te helpen. Je moet talenten optimaal benutten en niet de economie laten bepalen of deze mensen inzetbaar zijn of niet. Talenten hoeven niet in de sector te blijven waar ze voor zijn opgeleid”, aldus Van der Heijden.

Verbindingen leggen
Hij benadrukt het belang van verbindingen tussen onderwijs en het bedrijfsleven. “Het is mooi hoe onderwijs naar het bedrijfsleven wordt gebracht en andersom. We kunnen niet zonder kruisbestuiving. Wat de toekomst ook brengt: als bedrijven en onderwijsinstellingen verbonden zijn, kunnen ze op elkaar inspelen.”

“En als wij willen dat talentvolle mensen inzetbaar blijven, moeten ze kunnen blijven leren. Daar moet een systeem voor komen. Werken en Leren met Energie helpt daarbij. Ik zou deze onderwijsvorm ook aanraden voor andere sectoren. En er kunnen dwarsverbanden worden gelegd. Energy&Food bijvoorbeeld”, aldus Van der Heijden.

Provinciale steun
De provincie Gelderland staat klaar om drempels die het project in de weg staan te verlagen. “Bedrijven betalen vier jaar lang collegegeld en minimumloon voor de leerwerker. Ze vinden het echter lastig om vier jaar vooruit te kijken. Ze lopen een financieel risico. Dat proberen wij te verkleinen door subsidie te verstrekken”, zegt de provinciemedewerker. Provincie Gelderland stelde vorig jaar 200.000 subsidie beschikbaar. Daarnaast vervult de provincie een faciliterende rol. “We kunnen informatie geven en partijen met elkaar verbinden”, zegt Van der Heijden.

SEECE
Werken en Leren met Energie werd geïnitieerd door het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise. Kijk op www.werkenenlerenmetenergie.nl voor meer informatie.

HAN-studenten ontwerpen tegenwindauto

HAN-studenten ontwerpen en bouwen een auto die energie opwekt terwijl die tegen de wind in rijdt. In augustus 2015 doet de HAN voor het eerst mee aan de jaarlijkse wedstrijd Racing Aeolus in Den Helder.

Race
De voertuigen die deelnemen aan Racing Aeolus zien eruit als gestroomlijnde torpedo’s met windmolens op het dak. De auto’s moeten zo efficiënt mogelijk van a naar b, door middel van windenergie die de voertuigen tijdens de race opwekken. Het team dat de hoogste snelheid ten opzichte van de windsnelheid haalt, wint de race.

Ontwerpfase
In Powerlab op Energy Business Park Arnhems Buiten werken vijf HAN-studenten van de opleidingen Werktuigbouwkunde, Industrieel Product Ontwerpen (IPO) en Autotechniek aan hun eigen windenergieauto. Hun taak: een rijdend prototype ontwikkelen. Deze is in januari gereed, aan het einde van de minorperiode. Daarna bouwen ze verder aan de auto in hun vrije tijd. De studenten hopen dat stagiairs en afstudeerders beschikbaar zijn om de auto klaar te maken voor de race in augustus.

Creatief met een klein budget
Het HAN-team gebruikt opvallende materialen. “Wij hebben een relatief klein budget, een klein team en een weinig tijd. Daardoor zijn wij gedwongen om creatief te zijn. We gebruiken lichte materialen die goedkoop zijn en niet voor de hand liggen”, zegt IPO-student Thom Vermazeren.

Het frame wordt van hout gemaakt. “Hout is een prachtig materiaal, gemaakt door de natuur en een stuk goedkoper dan bijvoorbeeld carbon”, zegt Vermazeren. “En op deze manier vallen we tenminste op als nieuwkomer”, voegt Lotti Verhoeven toe.

Elektrische aandrijving
De auto krijgt een elektrische aandrijving. “Een mechanische aandrijving is – indien goed toegepast – efficiënter dan een elektrische, maar een elektrische aandrijving geeft veel meer vormvrijheid. Daardoor kunnen later in het ontwerpproces gemakkelijk wijzigingen worden aangebracht”, zegt Vermazeren.

Promotie centraal opgewekte energie
De auto’s die deelnemen aan de race in Den Helder zal je niet snel op de openbare weg zien. Ze rijden tussen de vijf en dertig kilometer per uur. “Maar het is goed om te laten zien dat je kunt rijden op energie die lokaal wordt opgewekt. Onze algemene energievoorziening is afhankelijk van olie en gas dat van heel ver komt. Dit project laat zien dat je on the spot energie kunt opwekken. Bovendien ligt de combinatie van een voertuig en windenergie veel minder voor de hand dan bijvoorbeeld zonnecellen”, zegt Vermazeren. “Daardoor word je gedwongen om onconventionele oplossingen te verzinnen.”

De auto’s die gebouwd worden voor Racing Aeolus bevatten innovaties die belangrijk kunnen zijn voor andere toepassingen. De voertuigen slaan bijvoorbeeld energie op, om die gelijkmatig over te brengen op de aandrijving. Dit soort kleinschalige energieopslag kan ook op andere manieren worden toegepast. Bijvoorbeeld door huishoudens die zelf duurzame elektrische energie opwekken.

Minor Green S-Team
Het project is onderdeel van de HAN-minor Green S-Team, waarbinnen studenten van verschillende opleidingen aan bedrijfsopdrachten werken. Deze zijn gelieerd aan duurzame energie. Een andere groep minorstudenten werkt momenteel aan de verduurzaming van festivals.

Kijk voor meer informatie op www.green-s-team.nl

Werktuigbouwkundestudenten bouwen duurzaam alternatief voor gasverwarming

Bram van Lieshout en Wouter Vernooij bedachten een duurzaam warmtesysteem tijdens het eerste jaar van hun studie Werktuigbouwkunde op de HAN. Het idee heeft potentie. De studenten krijgen financiële ondersteuning voor een pilot in recreatiepark De Thijmse Berg in Rhenen.

Projectweek
Tijdens de jaarlijkse Projectweek Engineering op de HAN werken studenten van verschillende technische opleidingen in teams aan bedrijfsopdrachten. Van Lieshout en Vernooij kregen een opdracht van een boer uit het Achterhoekse Aalten: ‘help mij van mijn gaskosten af.’

Lees verder

Werken en Leren met Energie helpt talent van branche naar branche

Bedrijven, onderwijsinstellingen en andere betrokken organisaties bespraken donderdag 9 oktober het project Samen Werken en Leren met Energie, tijdens een mini-symposium op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). “Het is ontzettend belangrijk dat talenten uit andere sectoren kunnen doorstromen naar de energietechniek.”

Onder andere UWV, netwerkwerkbedrijf Alliander, netbeheerder TenneT, stichting kiEMT, Provincie Gelderland en VAPA zijn vertegenwoordigd tijdens het mini-symposium. De partijen bespreken de behaalde successen binnen het leerwerkproject en vertellen waar ze over twijfelen.

Oplossing voor tekort aan technici
De innitiatiefnemer van Werken en Leren met Energie is de publiek-private samenwerking Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). Het centre of expertise zocht een oplossing voor het groeiende tekort aan technici in de energiebranche. Dankzij Werken en Leren met Energie worden technische talenten worden in dienst genomen door energiegerelateerde bedrijven en studeren zji tegelijkertijd Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde op de HAN.

Het eerste jaar van het project was succesvol, blijkt uit een presentatie van SEECE-programmamanager Leon Verhoeven. Er nemen 42 student-werknemers deel aan het leerwerktraject. “De uitval is erg beperkt. Alle leerwerkers die via SEECE een baan hebben gevonden, nemen nog steeds deel aan het traject. Dit zijn uiterst gemotiveerde werknemers”, aldus Verhoeven.

Elk jaar wordt door SEECE een meet&match-bijeenkomst georganiseerd, waar potentiële leerwerkers in contact komen met bedrijven. Voordat zij mogen deelnemen, hebben zij een gesprek met een medewerker van de HAN.

Investering
Eenmaal aan het werk ontvangen de leerwerkstudenten minimumloon en betaalt de werkgever het collegegeld. Een aantal aanwezigen vindt dit een behoorlijke kostenpost voor een werknemer zonder hbo-diploma. Robert Berends, humanrecoursesmanager bij Alliander, denkt daar echter anders over. “Je krijgt voor dat geld een werknemer op mbo-niveau die je binnen jouw organisatie uit kunt laten groeien tot een hbo’er. Dat is geweldig.”

Daarnaast benadrukt Berends het groeiende tekort aan technici en maakt duidelijk dat afwachten geen optie is. “In Nederland zijn tussen 2011 en 2016 5000 nieuwe elektrotechnici nodig. Hetzelfde geldt voor werktuigbouwkundigen”, zegt Berends. En er studeren lang niet genoeg technici af om aan de vervangingsvraag te voldoen.

Nieuwe doelgroep

Werken en Leren met Energie richt zich op een doelgroep die zonder dit project geen kans maakt op een baan als elektrotechnicus of werktuigbouwkundige op hbo-niveau. De organisatie achter het leerwerktraject scout talent dat graag een technische functie bij een energiegerelateerd bedrijf wil, maar geen aansluitende vooropleiding heeft en niet over de mogelijkheden beschikt om een reguliere hbo-opleiding af te ronden.

“Alliander nam een Rotterdamse mevrouw in dienst die als schoonmaakster werkte, maar daar veel te intelligent voor was”, zegt Berends. “Een ander voorbeeld is Dorien, een vrouw die in het basisonderwijs werkte maar haar techniekpassie wilde volgen. Nu ontwikkelt zij laadpalen voor elektrische auto’s.”

Subsidie
De lengte van de vierjarige opleiding blijkt een drempel voor een aantal organisaties. “Bedrijven vinden het vaak lastig om in een lang traject te stappen. Die weten niet waar ze over een paar jaar aan toe zijn”, merkt een medewerker van het UWV op.

Om die een deel van het financiële risico voor bedrijven weg te nemen, stelde de provincie Gelderland onlangs 200.000 euro subsidie beschikbaar. “We vinden het belangrijk om deze verbinding tussen bedrijven en onderwijs mogelijk te maken. We zien dat de arbeidstekorten in een aantal Gelderse sectoren oplopen, terwijl in andere sectoren juist te weinig vraag naar personeel is. Daarom is het goed als talenten door kunnen stromen naar een andere branche”, zegt mark van der Heijden van de provincie Gelderland.

Innovatiemanager TenneT vertelt over internationale energiemarkt

Mart van der Meijden, innovatiemanager bij TenneT en professor aan de TU Delft, gaf donderdag 9 oktober een masterclass international business op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De opkomst van duurzame elektrische energie zorgt voor drastische veranderingen op de internationale energiemarkt.

In de de zaal zitten mensen met uiteenlopende interesses en achtergronden, die de masterclass Impact of energy transition on TenneT volgen. Techniekdocenten, studenten Control Systems Engineering, studenten Master International Business, politici en meer. Een aantal droeg aan het begin van de masterclass onderwerpen aan, die vervolgens werden behandeld.

De opslag van duurzame elektrische energie bleek een populair thema. Dit kan een fundamenteel probleem oplossen, dat een duurzame energievoorziening in de weg staat. Onze energievoorziening wordt voor een groot deel afhankelijk van zon en wind. Maar als deze elementen niet aanwezig zijn, wil men ook stroom verbruiken. Daarom is er opslagcapaciteit nodig. Wanneer er meer elektriciteit geproduceerd wordt dan op dat moment nodig is, slaan energiebedrijven of huishoudens die op en gebruiken de energie wanneer de zon niet schijnt en de wind niet waait.

Van der Meijden is niet persee voorstander van fysieke energieopslag. Hij legt uit dat internationale handel een groot deel van het probleem kan oplossen. “Wij moeten verbindingen zoeken met andere Europese landen. Op momenten dat wij meer duurzame energie opwekken dan we kunnen gebruiken, exporteren we naar het buitenland en op momenten dat wij een tekort hebben, importeren we energie.

Als voorbeeld neemt Van der Meijden een elektriciteitskabel tussen Noorwegen en Nederland. “In Noorwegen halen ze veel elektriciteit uit waterkracht. Maar eens in de tien jaar valt er niet genoeg regen om de inwoners van Noorwegen van elektrische energie te voorzien. In plaats van energieopslag, verkopen de Noren veel duurzame elektriciteit aan landen en importeren ze energie wanneer een tekort in Noorwegen ontstaat. Op die manier creëer je een soort virtuele opslag”, aldus Van der Meijden.

Aan deze tactiek zit wel een keerzijde, laat Van der Meijden weten. “Er zijn Noren die niet blij zijn met de kabel tussen Noorwegen en Nederland. Hierdoor stijgen de energietarieven in Noorwegen. De prijzen in Nederland zijn gunstiger, waardoor Noorse energiebedrijven liever aan Nederland verkopen. Daardoor ontstaat een energietekort in Noorwegen, waardoor de prijzen in dat land stijgen.”

Halverwege de masterclass laat Van der Meijden een kaart van Europa zien, met een aantal duurzame energiebronnen. In de kustgebieden wordt veel windenergie opgewekt, in het oosten wordt veel energie uit biomassa gehaald en in het zuiden wordt veel zonne- en biothermische energie opgewekt. Als een van die bronnen op een bepaald moment niet gebruik kan worden, kan een ander soort bron, in een ander deel van het continent, Europese landen van stroom voorzien. Dit zorgt wel voor een aantal technische uitdagingen. “Je krijgt enorme energiestromen die in verschillende richtingen door Europa lopen. Die richting is afhankelijk van het seizoen. Daar is het huidige net niet op gebouwd. Energiecentrales die fossiele brandstof gebruiken, staan juist heel dicht bij de plek waar energie gebruikt wordt en wekken precies op wat nodig is”, aldus Van der Meijden.

Maar of we één groot ‘connected grid’ krijgen, is maar de vraag. Energieopslag zal in de toekomst goedkoper worden en wellicht mogen we in de toekomst elektriciteit delen met onze buren. (Dat is nu bij wet verboden). Er ontstaan kleine, lokale, ‘slimme’ energienetwerken.

“Ik weet niet hoe en wanneer het energienet verandert”, zegt Mart van der Meijden. “Dat hangt onder andere van prijzen af. Op het moment dat energieopslag goedkoper wordt, komen er andere technische oplossingen dan nu. En die hebben een ander effect op de internationale energiemarkt”, zegt Van der Meijden. “Maar wat ik wel weet: als we geen Europees plan maken, is de transitie naar duurzame energie veel te duur.”

De masterclass van Mart van der Meijden is de eerste in een serie colleges, die onderdeel uitmaakt van de HAN-master International Business.

Powerlabopening staat bol van energie-innovaties

Powerlab op Energy Business Park Arnhems Buiten werd woensdag 8 oktober voor een groot publiek geopend. Een mix van politici, ondernemers, studenten en onderwijsmedewerkers liet zien hoe de energiebranche naar een duurzamer niveau wordt gebracht.

Wethouder Hans Giesing van de gemeente Arnhem en wethouder Jasper Verstand van de gemeente Renkum hebben de eer: een zaal vol gespannen gezichten wacht tot het tweetal een rode knop indrukt en het Powerlab officieel in gebruik is.

Powerlab is een platform waar onderwijs en bedrijfsleven structureel samenwerken op het gebied van duurzame energievoorzieningen. Op deze manier worden studenten beter voorbereid op de energiewereld van morgen en vinden bedrijven de jonge talenten die zij nodig hebben voor de ontwikkeling van hun bedrijf.

“Wij hopen in Powerlab studenten tegen het lijf te lopen”, zegt Arno Uiterweerd van bouwgroep BAM tijdens zijn presentatie. “Wij zitten te springen om jongeren met verstand van techniek. De bouwwereld is mooi, maar soms een beetje ouderwets. Als je met jonge mensen over duurzame energie nadenkt, is er ineens veel meer mogelijk.”

De Powerlabopening staat bol van innovatieve technologie. De sprekers hebben tijdens de opening een bijzondere ondergrond. Zij lopen heen en weer op vierkante vlakken, die indeuken bij elke stap. Naast het podium staat een elektronisch bord met een batterij, die steeds een stukje voller wordt. Het is de sustainable dancefloor van Daan Roosegaarde, die elektrische energie opwekt. Een dansoptreden tussen de bedrijven door laadt de batterij flink op.

Rondom de zaal met bezoekers zijn verschillende kantoorruimtes te vinden, waar bedrijven hun innovatieve producten laten zien. Een van die bedrijven is Studio Roes, de ondernemer die zich als laatste in Powerlab vestigde. Eigenaar Teun van Roessel bouwt elektronisch kinderspeelgoed, dat duurzame energie opwekt. Door hiermee te spelen leren kinderen over duurzame energie.

Van Roessel heeft veel baat bij zijn aanwezigheid in Powerlab. “Technoplanet organiseert hier veel workshops voor basisschoolkinderen, zodat die in aanraking komen met techniek. Ik kan mijn producten door die kinderen laten uittesten.”

Ook de buurman van Van Roessel, Elestor, werkt graag samen met het onderwijs in Powerlab. Oprichter Wiebrand Kout ontwikkelt een zogenaamde flow battery, dat moet dienen als betaalbare energieopslag. Deze kunnen in de toekomst stroom leveren, wanneer de zon niet schijnt en de wind niet waait. Kout nam onlangs een leerwerkstudent van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen in dienst, die de master International Business volgt op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. “Ik verwacht dat 95 procent van mijn handel in het buitenland zal plaatsvinden”, aldus de ondernemer.

Er worden al veel concrete producten ontwikkelt in Powerlab. Henk Kok, wethouder van de gemeente Arnhem, kijkt trots uit de innovatieve menigte. Powerlab draagt volgens hem bij aan de ontwikkeling van Arnhem als elektriciteitsstad. “We moeten die focus vasthouden. Arnhem moet de stoppenkast van Nederland zijn. Een slimme, dat wel. Een die focust op één doel. Niet zo’n stoppenkast waar je je stofzuiger en andere rotzooi in bewaart.”

Powerlab verbindt onderwijs met duurzame bedrijven

In het Arnhemse Powerlab werken bedrijven en onderwijsinstellingen vanaf acht oktober aan duurzame energieprojecten. Jacqueline Bijlsma, beleidsmedewerker bij Rijn IJssel, legt uit waarom de medewerking van mbo-studenten cruciaal is.

Vlak voor de opening op acht oktober wordt er al druk gewerkt in Powerlab op Energy Business Park Arnhems Buiten. De kantoorruimtes en testfaciliteiten worden klaargemaakt voor de eerste Powerlabpioniers. Elestor BV, dat werkt aan betaalbare energieopslag, en Studio Roes, dat speelgoedrobots ontwikkelt, zijn de eerste bedrijven die intrekken.

Samenwerking
De ondernemingen zitten in een gebouw met studenten en leerlingen van verschillende niveaus. Technoplanet organiseert activiteiten voor basisschoolleerlingen, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en het Rijn IJssel werken aan projecten en bieden stagiairs. Daarnaast worden in Powerlab allerlei onderwijsprojecten, workshops en congressen georganiseerd. Dit leidt tot innovatie en meerwaarde.

Studenten en bedrijven werken momenteel te weinig met elkaar samen, vindt Bijlsma. En dat moet veranderen. “Sociale innovatie gaat naast technologische innovatie een steeds grotere rol spelen. Denk aan ondernemersvaardigheden, het vermogen tot adaptie, communicatie, het geven van advies en samenwerken om integrale oplossingen te vinden. De ROC’s en de hbo-instellingen moeten daar steeds meer op inspelen. In Powerlab kan gewerkt worden aan het verbeteren van deze zogenaamde soft skills. Zowel op mbo- als hbo-niveau”, zegt Bijlsma.

“In het werkveld zijn immers ook mensen van verschillende niveaus betrokken bij een project. Dat zie je duidelijk terug in de energiebranche. Kijk bijvoorbeeld naar het elektriciteitsnet. De technologie die voor de meter zit – zoals hoogspanningsnetten – vraagt veel universitair opgeleiden en hbo-opgeleiden. De technologie die achter de meter zit, wordt verzorgd door elektrotechnici met een mbo-achtergrond”, aldus de beleidsmedewerker.

Projecten
Bijlsma zet met een groep mbo-docenten en hbo-professionals concrete samenwerkingsprojecten op. “Tijdens ons overleg kwam bijvoorbeeld een bedrijf aan de orde dat elektrische crossmotoren ontwikkelt. Studenten van de HAN ontwikkelen een laadpaal voor deze voertuigen. Voor de praktische uitvoering van dat idee zijn echter mbo’ers nodig.”

Naast gepland overleg moet de fysieke aanwezigheid van bedrijven en onderwijsinstellingen in Powerlab nieuwe projecten opleveren. “Die bedrijven hebben bijvoorbeeld mbo-stagiairs nodig. En als er stagiairs werken, komen er ook stagebegeleiders van het Rijn IJssel. Die zien en horen wat er gebeurt en kunnen daarop inspelen. Er ontstaan kleine, informele denktankjes”, aldus Bijlsma.

Duurzaamheid in alle mbo-opleidingen
Powerlab sluit aan bij een grotere visie van Bijlsma. Zij wil dat mbo-opgeleiden beter toegerust zijn op een duurzame toekomst. “We weten dat bepaalde vakken veranderen, door de vraag naar meer duurzame producten. We weten dat er nu al specialisten nodig zijn op het gebied van zonne-energie, daglicht, na-isolatie, energiemonitoring en ventilatie. Toch is onderwijs rondom duurzaamheid vaak onderdeel van keuzevakken. Het komt nauwelijks terug in het reguliere curriculum.”

“Vakmanschap rondom duurzaamheid valt in de praktijk tegen. Ik merk het zelfs in mijn privéomgeving. Ik laat momenteel mijn huis isoleren en zowel de aannemer als de vaklui zijn terughoudend in het geven van advies. Zij hebben het duurzaamheidsaspect nooit meegenomen in hun professionele ontwikkeling”, zegt Bijlsma.

Private publieke samenwerking
Om de aansluiting op de arbeidsmarkt kracht bij te zetten, start het Rijn IJssel – met een aantal partners – een private publieke samenwerking. Dit samenwerkingsverband zorgt voor een betere aansluiting van mbo-techniekonderwijs op het bedrijfsleven en de arbeidsmarkt. Daarnaast zorgen de partijen voor een grotere instroom van studenten een betere doorstroom naar hbo-niveau.

Zowel kleine innovatieve bedrijven als grote gevestigde bedrijven kunnen deelnemen aan het samenwerkingsverband. Momenteel praat Rijn IJssel met bouw- en vastgoedconcern BAM, de gemeente Arnhem en de gemeente Renkum.

Geïnteresseerden kunnen woensdag 8 oktober kennis maken met Powerlab, tijdens de feestelijke opening op Energy Business Park Arnhems Buiten. De aanwezigen heffen het glas op dit innovatieve concept waar energie-onderwijs en –ondernemers samenkomen. Aanmelden kan door een mail te sturen naar priscilla@arramanagement.nl of via www.thepowerlab.nl.

Mini-workshops en toekomstmarkt tijdens opening Cleantech Center

Het Cleantech Center in Zutphen werd zaterdag 4 oktober officieel geopend. In de twee historische panden Broodfabriek en Pakhuis Noorderhaven werken studenten, bedrijven en overheden samen aan duurzame en innovatieve oplossingen.

Aftrap
De bezoekers werden ’s morgens welkom geheten door Henk Janssen, initiatiefnemer en directeur van het Cleantech Center. Genodigden namen plaats in de Broodfabriek, een oud pand met een industriële uitstraling. Na een introductie door verschillende sprekers was het zover: Annemieke Traag, gedeputeerde bij de provincie Gelderland gaf de officiële aftrap. Dit deed zij met behulp van een visuele bliksem, gemaakt door een Tesla transformer.

Mini-workshops en toekomstmarkt
’s Middags struinden bezoekers over de toekomstmarkt, waar verschillende bedrijven en organisaties uiteenlopende diensten en producten presenteerden. Van innovatieve isolatie tot onderwijs over duurzame energie.

Binnen werden verschillende workshops gehouden, waaronder door Tinus Hammink, directeur van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). Deze publiek-private samenwerking is partner van het Cleantech Center en zet zich onder andere in voor goedopgeleide energietechnici voor de toekomst. In dat kader liet Hammink zich helpen door een jonge jongen, die met behulp van een knijpkat vertelde hoe elektrische energie wordt opgewekt.

Wubbo toekomstmarkt

SEECE-medewerker Wubbo Trip staat jongeren te woord

Challenges
De komende tijd vinden in het Cleantech Center verschillende challenges plaats. Dat is een onderzoeks- en/of maakopdracht binnen het kader van Cleantechnology. Deze opdracht kan zowel door universitaire, hbo- als mbo-studenten worden uitgevoerd.

Cleantech Center
‘Het Cleantech Center is ‘een innovatief centrum waar studenten uit allerlei lagen (niveaus) werken aan producten en diensten ten behoeve van het bedrijfsleven en hun eigen ontwikkeling’. Daarnaast kunnen bedrijven hun producten testen bij jongeren. Techneuten onder elkaar zien wel eens belangrijke/simpele zaken over het hoofd. Jonge studenten kijken met een frisse blik en hebben vaak nog ‘ongenuanceerde’ opvattingen betreffende innovatieve producten. Een Cleantech center is niet alleen voor (jonge) studenten maar moet (op termijn) ook een opleidingscentrum zijn waar opscholing van werknemers en herscholing van herintreders plaatsvindt.’

Smart gridtafel

Tafel met ‘smart grid’ voor uitleg over duurzame energie