Geplaatst door SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise)

“Werken en Leren met Energie brengt onderwijs en bedrijfsleven naar elkaar”

Het hbo-deeltijdonderwijs Samen Werken en Leren met Energie wordt ondersteund door de provincie Gelderland. Mark van der Heijden, programmaleider arbeidsmarkt-onderwijs/human capital bij de provincie, vertelt waarom deze onderwijsvorm onmisbaar is.

Arbeidstekort
“In de Gelderse energiesector komt de vraag naar technici niet overeen met de ontwikkeling van de beroepsbevolking”, zegt Van der Heijden. Dat sluit aan bij een landelijke trend. Er is een groeiend tekort aan werktuigbouwkundigen en elektrotechnici in Nederland. “Tussen 2011 en 2016 is de vervangingsvraag – naar schatting – 5000 voor elektrotechnici en eveneens 5000 voor werktuigbouwkundigen”, vertelde Robert Berends, humanresourcesmanager bij Alliander, onlangs tijdens een presentatie over het Werken en Lerentraject.

“Wij vroegen ons af: kunnen we geïnteresseerden begeleiden naar een technische functie in de energiebranche?” Zegt Van der Heijden. Werken en Leren met Energie geeft een antwoord op die vraag: ja.

Werken en leren
Deelnemers starten hun hbo-opleiding Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen tegelijkertijd met een baan bij een energiegerelateerd bedrijf. “Het is goed dat leerwerkers gelijk inzetbaar zijn. Dat komt overeen met de vraag uit het bedrijfsleven. Bedrijven willen dat een leerwerker gelijk rendeert”, aldus Van der Heijden.

Het leerwerktraject richt zich vooral op bekwame mensen die affiniteit hebben met techniek, maar niet de juiste opleiding hebben om een functie op hbo-niveau te vervullen bij een energiegerelateerd bedrijf. “Het is goed om mensen van de ene naar de andere branche te helpen. Je moet talenten optimaal benutten en niet de economie laten bepalen of deze mensen inzetbaar zijn of niet. Talenten hoeven niet in de sector te blijven waar ze voor zijn opgeleid”, aldus Van der Heijden.

Verbindingen leggen
Hij benadrukt het belang van verbindingen tussen onderwijs en het bedrijfsleven. “Het is mooi hoe onderwijs naar het bedrijfsleven wordt gebracht en andersom. We kunnen niet zonder kruisbestuiving. Wat de toekomst ook brengt: als bedrijven en onderwijsinstellingen verbonden zijn, kunnen ze op elkaar inspelen.”

“En als wij willen dat talentvolle mensen inzetbaar blijven, moeten ze kunnen blijven leren. Daar moet een systeem voor komen. Werken en Leren met Energie helpt daarbij. Ik zou deze onderwijsvorm ook aanraden voor andere sectoren. En er kunnen dwarsverbanden worden gelegd. Energy&Food bijvoorbeeld”, aldus Van der Heijden.

Provinciale steun
De provincie Gelderland staat klaar om drempels die het project in de weg staan te verlagen. “Bedrijven betalen vier jaar lang collegegeld en minimumloon voor de leerwerker. Ze vinden het echter lastig om vier jaar vooruit te kijken. Ze lopen een financieel risico. Dat proberen wij te verkleinen door subsidie te verstrekken”, zegt de provinciemedewerker. Provincie Gelderland stelde vorig jaar 200.000 subsidie beschikbaar. Daarnaast vervult de provincie een faciliterende rol. “We kunnen informatie geven en partijen met elkaar verbinden”, zegt Van der Heijden.

SEECE
Werken en Leren met Energie werd geïnitieerd door het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise. Kijk op www.werkenenlerenmetenergie.nl voor meer informatie.

HAN-studenten ontwerpen tegenwindauto

HAN-studenten ontwerpen en bouwen een auto die energie opwekt terwijl die tegen de wind in rijdt. In augustus 2015 doet de HAN voor het eerst mee aan de jaarlijkse wedstrijd Racing Aeolus in Den Helder.

Race
De voertuigen die deelnemen aan Racing Aeolus zien eruit als gestroomlijnde torpedo’s met windmolens op het dak. De auto’s moeten zo efficiënt mogelijk van a naar b, door middel van windenergie die de voertuigen tijdens de race opwekken. Het team dat de hoogste snelheid ten opzichte van de windsnelheid haalt, wint de race.

Ontwerpfase
In Powerlab op Energy Business Park Arnhems Buiten werken vijf HAN-studenten van de opleidingen Werktuigbouwkunde, Industrieel Product Ontwerpen (IPO) en Autotechniek aan hun eigen windenergieauto. Hun taak: een rijdend prototype ontwikkelen. Deze is in januari gereed, aan het einde van de minorperiode. Daarna bouwen ze verder aan de auto in hun vrije tijd. De studenten hopen dat stagiairs en afstudeerders beschikbaar zijn om de auto klaar te maken voor de race in augustus.

Creatief met een klein budget
Het HAN-team gebruikt opvallende materialen. “Wij hebben een relatief klein budget, een klein team en een weinig tijd. Daardoor zijn wij gedwongen om creatief te zijn. We gebruiken lichte materialen die goedkoop zijn en niet voor de hand liggen”, zegt IPO-student Thom Vermazeren.

Het frame wordt van hout gemaakt. “Hout is een prachtig materiaal, gemaakt door de natuur en een stuk goedkoper dan bijvoorbeeld carbon”, zegt Vermazeren. “En op deze manier vallen we tenminste op als nieuwkomer”, voegt Lotti Verhoeven toe.

Elektrische aandrijving
De auto krijgt een elektrische aandrijving. “Een mechanische aandrijving is – indien goed toegepast – efficiënter dan een elektrische, maar een elektrische aandrijving geeft veel meer vormvrijheid. Daardoor kunnen later in het ontwerpproces gemakkelijk wijzigingen worden aangebracht”, zegt Vermazeren.

Promotie centraal opgewekte energie
De auto’s die deelnemen aan de race in Den Helder zal je niet snel op de openbare weg zien. Ze rijden tussen de vijf en dertig kilometer per uur. “Maar het is goed om te laten zien dat je kunt rijden op energie die lokaal wordt opgewekt. Onze algemene energievoorziening is afhankelijk van olie en gas dat van heel ver komt. Dit project laat zien dat je on the spot energie kunt opwekken. Bovendien ligt de combinatie van een voertuig en windenergie veel minder voor de hand dan bijvoorbeeld zonnecellen”, zegt Vermazeren. “Daardoor word je gedwongen om onconventionele oplossingen te verzinnen.”

De auto’s die gebouwd worden voor Racing Aeolus bevatten innovaties die belangrijk kunnen zijn voor andere toepassingen. De voertuigen slaan bijvoorbeeld energie op, om die gelijkmatig over te brengen op de aandrijving. Dit soort kleinschalige energieopslag kan ook op andere manieren worden toegepast. Bijvoorbeeld door huishoudens die zelf duurzame elektrische energie opwekken.

Minor Green S-Team
Het project is onderdeel van de HAN-minor Green S-Team, waarbinnen studenten van verschillende opleidingen aan bedrijfsopdrachten werken. Deze zijn gelieerd aan duurzame energie. Een andere groep minorstudenten werkt momenteel aan de verduurzaming van festivals.

Kijk voor meer informatie op www.green-s-team.nl

Werktuigbouwkundestudenten bouwen duurzaam alternatief voor gasverwarming

Bram van Lieshout en Wouter Vernooij bedachten een duurzaam warmtesysteem tijdens het eerste jaar van hun studie Werktuigbouwkunde op de HAN. Het idee heeft potentie. De studenten krijgen financiële ondersteuning voor een pilot in recreatiepark De Thijmse Berg in Rhenen.

Projectweek
Tijdens de jaarlijkse Projectweek Engineering op de HAN werken studenten van verschillende technische opleidingen in teams aan bedrijfsopdrachten. Van Lieshout en Vernooij kregen een opdracht van een boer uit het Achterhoekse Aalten: ‘help mij van mijn gaskosten af.’

Lees verder

Werken en Leren met Energie helpt talent van branche naar branche

Bedrijven, onderwijsinstellingen en andere betrokken organisaties bespraken donderdag 9 oktober het project Samen Werken en Leren met Energie, tijdens een mini-symposium op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). “Het is ontzettend belangrijk dat talenten uit andere sectoren kunnen doorstromen naar de energietechniek.”

Onder andere UWV, netwerkwerkbedrijf Alliander, netbeheerder TenneT, stichting kiEMT, Provincie Gelderland en VAPA zijn vertegenwoordigd tijdens het mini-symposium. De partijen bespreken de behaalde successen binnen het leerwerkproject en vertellen waar ze over twijfelen.

Oplossing voor tekort aan technici
De innitiatiefnemer van Werken en Leren met Energie is de publiek-private samenwerking Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). Het centre of expertise zocht een oplossing voor het groeiende tekort aan technici in de energiebranche. Dankzij Werken en Leren met Energie worden technische talenten worden in dienst genomen door energiegerelateerde bedrijven en studeren zji tegelijkertijd Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde op de HAN.

Het eerste jaar van het project was succesvol, blijkt uit een presentatie van SEECE-programmamanager Leon Verhoeven. Er nemen 42 student-werknemers deel aan het leerwerktraject. “De uitval is erg beperkt. Alle leerwerkers die via SEECE een baan hebben gevonden, nemen nog steeds deel aan het traject. Dit zijn uiterst gemotiveerde werknemers”, aldus Verhoeven.

Elk jaar wordt door SEECE een meet&match-bijeenkomst georganiseerd, waar potentiële leerwerkers in contact komen met bedrijven. Voordat zij mogen deelnemen, hebben zij een gesprek met een medewerker van de HAN.

Investering
Eenmaal aan het werk ontvangen de leerwerkstudenten minimumloon en betaalt de werkgever het collegegeld. Een aantal aanwezigen vindt dit een behoorlijke kostenpost voor een werknemer zonder hbo-diploma. Robert Berends, humanrecoursesmanager bij Alliander, denkt daar echter anders over. “Je krijgt voor dat geld een werknemer op mbo-niveau die je binnen jouw organisatie uit kunt laten groeien tot een hbo’er. Dat is geweldig.”

Daarnaast benadrukt Berends het groeiende tekort aan technici en maakt duidelijk dat afwachten geen optie is. “In Nederland zijn tussen 2011 en 2016 5000 nieuwe elektrotechnici nodig. Hetzelfde geldt voor werktuigbouwkundigen”, zegt Berends. En er studeren lang niet genoeg technici af om aan de vervangingsvraag te voldoen.

Nieuwe doelgroep

Werken en Leren met Energie richt zich op een doelgroep die zonder dit project geen kans maakt op een baan als elektrotechnicus of werktuigbouwkundige op hbo-niveau. De organisatie achter het leerwerktraject scout talent dat graag een technische functie bij een energiegerelateerd bedrijf wil, maar geen aansluitende vooropleiding heeft en niet over de mogelijkheden beschikt om een reguliere hbo-opleiding af te ronden.

“Alliander nam een Rotterdamse mevrouw in dienst die als schoonmaakster werkte, maar daar veel te intelligent voor was”, zegt Berends. “Een ander voorbeeld is Dorien, een vrouw die in het basisonderwijs werkte maar haar techniekpassie wilde volgen. Nu ontwikkelt zij laadpalen voor elektrische auto’s.”

Subsidie
De lengte van de vierjarige opleiding blijkt een drempel voor een aantal organisaties. “Bedrijven vinden het vaak lastig om in een lang traject te stappen. Die weten niet waar ze over een paar jaar aan toe zijn”, merkt een medewerker van het UWV op.

Om die een deel van het financiële risico voor bedrijven weg te nemen, stelde de provincie Gelderland onlangs 200.000 euro subsidie beschikbaar. “We vinden het belangrijk om deze verbinding tussen bedrijven en onderwijs mogelijk te maken. We zien dat de arbeidstekorten in een aantal Gelderse sectoren oplopen, terwijl in andere sectoren juist te weinig vraag naar personeel is. Daarom is het goed als talenten door kunnen stromen naar een andere branche”, zegt mark van der Heijden van de provincie Gelderland.

Innovatiemanager TenneT vertelt over internationale energiemarkt

Mart van der Meijden, innovatiemanager bij TenneT en professor aan de TU Delft, gaf donderdag 9 oktober een masterclass international business op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De opkomst van duurzame elektrische energie zorgt voor drastische veranderingen op de internationale energiemarkt.

In de de zaal zitten mensen met uiteenlopende interesses en achtergronden, die de masterclass Impact of energy transition on TenneT volgen. Techniekdocenten, studenten Control Systems Engineering, studenten Master International Business, politici en meer. Een aantal droeg aan het begin van de masterclass onderwerpen aan, die vervolgens werden behandeld.

De opslag van duurzame elektrische energie bleek een populair thema. Dit kan een fundamenteel probleem oplossen, dat een duurzame energievoorziening in de weg staat. Onze energievoorziening wordt voor een groot deel afhankelijk van zon en wind. Maar als deze elementen niet aanwezig zijn, wil men ook stroom verbruiken. Daarom is er opslagcapaciteit nodig. Wanneer er meer elektriciteit geproduceerd wordt dan op dat moment nodig is, slaan energiebedrijven of huishoudens die op en gebruiken de energie wanneer de zon niet schijnt en de wind niet waait.

Van der Meijden is niet persee voorstander van fysieke energieopslag. Hij legt uit dat internationale handel een groot deel van het probleem kan oplossen. “Wij moeten verbindingen zoeken met andere Europese landen. Op momenten dat wij meer duurzame energie opwekken dan we kunnen gebruiken, exporteren we naar het buitenland en op momenten dat wij een tekort hebben, importeren we energie.

Als voorbeeld neemt Van der Meijden een elektriciteitskabel tussen Noorwegen en Nederland. “In Noorwegen halen ze veel elektriciteit uit waterkracht. Maar eens in de tien jaar valt er niet genoeg regen om de inwoners van Noorwegen van elektrische energie te voorzien. In plaats van energieopslag, verkopen de Noren veel duurzame elektriciteit aan landen en importeren ze energie wanneer een tekort in Noorwegen ontstaat. Op die manier creëer je een soort virtuele opslag”, aldus Van der Meijden.

Aan deze tactiek zit wel een keerzijde, laat Van der Meijden weten. “Er zijn Noren die niet blij zijn met de kabel tussen Noorwegen en Nederland. Hierdoor stijgen de energietarieven in Noorwegen. De prijzen in Nederland zijn gunstiger, waardoor Noorse energiebedrijven liever aan Nederland verkopen. Daardoor ontstaat een energietekort in Noorwegen, waardoor de prijzen in dat land stijgen.”

Halverwege de masterclass laat Van der Meijden een kaart van Europa zien, met een aantal duurzame energiebronnen. In de kustgebieden wordt veel windenergie opgewekt, in het oosten wordt veel energie uit biomassa gehaald en in het zuiden wordt veel zonne- en biothermische energie opgewekt. Als een van die bronnen op een bepaald moment niet gebruik kan worden, kan een ander soort bron, in een ander deel van het continent, Europese landen van stroom voorzien. Dit zorgt wel voor een aantal technische uitdagingen. “Je krijgt enorme energiestromen die in verschillende richtingen door Europa lopen. Die richting is afhankelijk van het seizoen. Daar is het huidige net niet op gebouwd. Energiecentrales die fossiele brandstof gebruiken, staan juist heel dicht bij de plek waar energie gebruikt wordt en wekken precies op wat nodig is”, aldus Van der Meijden.

Maar of we één groot ‘connected grid’ krijgen, is maar de vraag. Energieopslag zal in de toekomst goedkoper worden en wellicht mogen we in de toekomst elektriciteit delen met onze buren. (Dat is nu bij wet verboden). Er ontstaan kleine, lokale, ‘slimme’ energienetwerken.

“Ik weet niet hoe en wanneer het energienet verandert”, zegt Mart van der Meijden. “Dat hangt onder andere van prijzen af. Op het moment dat energieopslag goedkoper wordt, komen er andere technische oplossingen dan nu. En die hebben een ander effect op de internationale energiemarkt”, zegt Van der Meijden. “Maar wat ik wel weet: als we geen Europees plan maken, is de transitie naar duurzame energie veel te duur.”

De masterclass van Mart van der Meijden is de eerste in een serie colleges, die onderdeel uitmaakt van de HAN-master International Business.

Powerlabopening staat bol van energie-innovaties

Powerlab op Energy Business Park Arnhems Buiten werd woensdag 8 oktober voor een groot publiek geopend. Een mix van politici, ondernemers, studenten en onderwijsmedewerkers liet zien hoe de energiebranche naar een duurzamer niveau wordt gebracht.

Wethouder Hans Giesing van de gemeente Arnhem en wethouder Jasper Verstand van de gemeente Renkum hebben de eer: een zaal vol gespannen gezichten wacht tot het tweetal een rode knop indrukt en het Powerlab officieel in gebruik is.

Powerlab is een platform waar onderwijs en bedrijfsleven structureel samenwerken op het gebied van duurzame energievoorzieningen. Op deze manier worden studenten beter voorbereid op de energiewereld van morgen en vinden bedrijven de jonge talenten die zij nodig hebben voor de ontwikkeling van hun bedrijf.

“Wij hopen in Powerlab studenten tegen het lijf te lopen”, zegt Arno Uiterweerd van bouwgroep BAM tijdens zijn presentatie. “Wij zitten te springen om jongeren met verstand van techniek. De bouwwereld is mooi, maar soms een beetje ouderwets. Als je met jonge mensen over duurzame energie nadenkt, is er ineens veel meer mogelijk.”

De Powerlabopening staat bol van innovatieve technologie. De sprekers hebben tijdens de opening een bijzondere ondergrond. Zij lopen heen en weer op vierkante vlakken, die indeuken bij elke stap. Naast het podium staat een elektronisch bord met een batterij, die steeds een stukje voller wordt. Het is de sustainable dancefloor van Daan Roosegaarde, die elektrische energie opwekt. Een dansoptreden tussen de bedrijven door laadt de batterij flink op.

Rondom de zaal met bezoekers zijn verschillende kantoorruimtes te vinden, waar bedrijven hun innovatieve producten laten zien. Een van die bedrijven is Studio Roes, de ondernemer die zich als laatste in Powerlab vestigde. Eigenaar Teun van Roessel bouwt elektronisch kinderspeelgoed, dat duurzame energie opwekt. Door hiermee te spelen leren kinderen over duurzame energie.

Van Roessel heeft veel baat bij zijn aanwezigheid in Powerlab. “Technoplanet organiseert hier veel workshops voor basisschoolkinderen, zodat die in aanraking komen met techniek. Ik kan mijn producten door die kinderen laten uittesten.”

Ook de buurman van Van Roessel, Elestor, werkt graag samen met het onderwijs in Powerlab. Oprichter Wiebrand Kout ontwikkelt een zogenaamde flow battery, dat moet dienen als betaalbare energieopslag. Deze kunnen in de toekomst stroom leveren, wanneer de zon niet schijnt en de wind niet waait. Kout nam onlangs een leerwerkstudent van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen in dienst, die de master International Business volgt op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. “Ik verwacht dat 95 procent van mijn handel in het buitenland zal plaatsvinden”, aldus de ondernemer.

Er worden al veel concrete producten ontwikkelt in Powerlab. Henk Kok, wethouder van de gemeente Arnhem, kijkt trots uit de innovatieve menigte. Powerlab draagt volgens hem bij aan de ontwikkeling van Arnhem als elektriciteitsstad. “We moeten die focus vasthouden. Arnhem moet de stoppenkast van Nederland zijn. Een slimme, dat wel. Een die focust op één doel. Niet zo’n stoppenkast waar je je stofzuiger en andere rotzooi in bewaart.”

Powerlab verbindt onderwijs met duurzame bedrijven

In het Arnhemse Powerlab werken bedrijven en onderwijsinstellingen vanaf acht oktober aan duurzame energieprojecten. Jacqueline Bijlsma, beleidsmedewerker bij Rijn IJssel, legt uit waarom de medewerking van mbo-studenten cruciaal is.

Vlak voor de opening op acht oktober wordt er al druk gewerkt in Powerlab op Energy Business Park Arnhems Buiten. De kantoorruimtes en testfaciliteiten worden klaargemaakt voor de eerste Powerlabpioniers. Elestor BV, dat werkt aan betaalbare energieopslag, en Studio Roes, dat speelgoedrobots ontwikkelt, zijn de eerste bedrijven die intrekken.

Samenwerking
De ondernemingen zitten in een gebouw met studenten en leerlingen van verschillende niveaus. Technoplanet organiseert activiteiten voor basisschoolleerlingen, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en het Rijn IJssel werken aan projecten en bieden stagiairs. Daarnaast worden in Powerlab allerlei onderwijsprojecten, workshops en congressen georganiseerd. Dit leidt tot innovatie en meerwaarde.

Studenten en bedrijven werken momenteel te weinig met elkaar samen, vindt Bijlsma. En dat moet veranderen. “Sociale innovatie gaat naast technologische innovatie een steeds grotere rol spelen. Denk aan ondernemersvaardigheden, het vermogen tot adaptie, communicatie, het geven van advies en samenwerken om integrale oplossingen te vinden. De ROC’s en de hbo-instellingen moeten daar steeds meer op inspelen. In Powerlab kan gewerkt worden aan het verbeteren van deze zogenaamde soft skills. Zowel op mbo- als hbo-niveau”, zegt Bijlsma.

“In het werkveld zijn immers ook mensen van verschillende niveaus betrokken bij een project. Dat zie je duidelijk terug in de energiebranche. Kijk bijvoorbeeld naar het elektriciteitsnet. De technologie die voor de meter zit – zoals hoogspanningsnetten – vraagt veel universitair opgeleiden en hbo-opgeleiden. De technologie die achter de meter zit, wordt verzorgd door elektrotechnici met een mbo-achtergrond”, aldus de beleidsmedewerker.

Projecten
Bijlsma zet met een groep mbo-docenten en hbo-professionals concrete samenwerkingsprojecten op. “Tijdens ons overleg kwam bijvoorbeeld een bedrijf aan de orde dat elektrische crossmotoren ontwikkelt. Studenten van de HAN ontwikkelen een laadpaal voor deze voertuigen. Voor de praktische uitvoering van dat idee zijn echter mbo’ers nodig.”

Naast gepland overleg moet de fysieke aanwezigheid van bedrijven en onderwijsinstellingen in Powerlab nieuwe projecten opleveren. “Die bedrijven hebben bijvoorbeeld mbo-stagiairs nodig. En als er stagiairs werken, komen er ook stagebegeleiders van het Rijn IJssel. Die zien en horen wat er gebeurt en kunnen daarop inspelen. Er ontstaan kleine, informele denktankjes”, aldus Bijlsma.

Duurzaamheid in alle mbo-opleidingen
Powerlab sluit aan bij een grotere visie van Bijlsma. Zij wil dat mbo-opgeleiden beter toegerust zijn op een duurzame toekomst. “We weten dat bepaalde vakken veranderen, door de vraag naar meer duurzame producten. We weten dat er nu al specialisten nodig zijn op het gebied van zonne-energie, daglicht, na-isolatie, energiemonitoring en ventilatie. Toch is onderwijs rondom duurzaamheid vaak onderdeel van keuzevakken. Het komt nauwelijks terug in het reguliere curriculum.”

“Vakmanschap rondom duurzaamheid valt in de praktijk tegen. Ik merk het zelfs in mijn privéomgeving. Ik laat momenteel mijn huis isoleren en zowel de aannemer als de vaklui zijn terughoudend in het geven van advies. Zij hebben het duurzaamheidsaspect nooit meegenomen in hun professionele ontwikkeling”, zegt Bijlsma.

Private publieke samenwerking
Om de aansluiting op de arbeidsmarkt kracht bij te zetten, start het Rijn IJssel – met een aantal partners – een private publieke samenwerking. Dit samenwerkingsverband zorgt voor een betere aansluiting van mbo-techniekonderwijs op het bedrijfsleven en de arbeidsmarkt. Daarnaast zorgen de partijen voor een grotere instroom van studenten een betere doorstroom naar hbo-niveau.

Zowel kleine innovatieve bedrijven als grote gevestigde bedrijven kunnen deelnemen aan het samenwerkingsverband. Momenteel praat Rijn IJssel met bouw- en vastgoedconcern BAM, de gemeente Arnhem en de gemeente Renkum.

Geïnteresseerden kunnen woensdag 8 oktober kennis maken met Powerlab, tijdens de feestelijke opening op Energy Business Park Arnhems Buiten. De aanwezigen heffen het glas op dit innovatieve concept waar energie-onderwijs en –ondernemers samenkomen. Aanmelden kan door een mail te sturen naar priscilla@arramanagement.nl of via www.thepowerlab.nl.

Mini-workshops en toekomstmarkt tijdens opening Cleantech Center

Het Cleantech Center in Zutphen werd zaterdag 4 oktober officieel geopend. In de twee historische panden Broodfabriek en Pakhuis Noorderhaven werken studenten, bedrijven en overheden samen aan duurzame en innovatieve oplossingen.

Aftrap
De bezoekers werden ’s morgens welkom geheten door Henk Janssen, initiatiefnemer en directeur van het Cleantech Center. Genodigden namen plaats in de Broodfabriek, een oud pand met een industriële uitstraling. Na een introductie door verschillende sprekers was het zover: Annemieke Traag, gedeputeerde bij de provincie Gelderland gaf de officiële aftrap. Dit deed zij met behulp van een visuele bliksem, gemaakt door een Tesla transformer.

Mini-workshops en toekomstmarkt
’s Middags struinden bezoekers over de toekomstmarkt, waar verschillende bedrijven en organisaties uiteenlopende diensten en producten presenteerden. Van innovatieve isolatie tot onderwijs over duurzame energie.

Binnen werden verschillende workshops gehouden, waaronder door Tinus Hammink, directeur van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE). Deze publiek-private samenwerking is partner van het Cleantech Center en zet zich onder andere in voor goedopgeleide energietechnici voor de toekomst. In dat kader liet Hammink zich helpen door een jonge jongen, die met behulp van een knijpkat vertelde hoe elektrische energie wordt opgewekt.

Wubbo toekomstmarkt

SEECE-medewerker Wubbo Trip staat jongeren te woord

Challenges
De komende tijd vinden in het Cleantech Center verschillende challenges plaats. Dat is een onderzoeks- en/of maakopdracht binnen het kader van Cleantechnology. Deze opdracht kan zowel door universitaire, hbo- als mbo-studenten worden uitgevoerd.

Cleantech Center
‘Het Cleantech Center is ‘een innovatief centrum waar studenten uit allerlei lagen (niveaus) werken aan producten en diensten ten behoeve van het bedrijfsleven en hun eigen ontwikkeling’. Daarnaast kunnen bedrijven hun producten testen bij jongeren. Techneuten onder elkaar zien wel eens belangrijke/simpele zaken over het hoofd. Jonge studenten kijken met een frisse blik en hebben vaak nog ‘ongenuanceerde’ opvattingen betreffende innovatieve producten. Een Cleantech center is niet alleen voor (jonge) studenten maar moet (op termijn) ook een opleidingscentrum zijn waar opscholing van werknemers en herscholing van herintreders plaatsvindt.’

Smart gridtafel

Tafel met ‘smart grid’ voor uitleg over duurzame energie

Elestor ontwikkelt betaalbare opslag in Powerlab

Powerlab opent acht oktober zijn deuren op bedrijventerrein Energy Business Park Arnhems Buiten. Wiebrand Kout is de eerste ondernemer die zijn bedrijf in het lab vestigt. Hij ontwikkelt een missende schakel in de transitie naar een duurzame energievoorziening: betaalbare opslag.

Powerlab
De nieuwe werkplek van Kout bevindt zich tussen de energiereuzen DNV GL (voormalig KEMA), Alliander, TenneT en NRG. Het gebouw waar hij afgelopen zomer introk werd kort geleden nog gebruikt door DEKRA, dat elektrische apparaten van het bekende KEMA-KEUR voorziet.

Nu wordt het pand omgebouwd, zodat voorvechters van duurzame energie kunnen samenwerken op één locatie. Ondernemers, hogescholen, ROC’s en zelfs basisscholen gaan van Powerlab gebruik maken.

Lees verder

HAN ontvangt subsidie voor Solar Demo Lab

De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) ontvangt 90.000 euro subsidie van Provincie Gelderland voor het Solar Demo Lab. De HAN onderzoekt hoe het midden- en kleinbedrijf in de regio gebruik kan maken van het Solar Demo Lab als proeftuin voor duurzame energie.

Speciale tuinbouwkas
Naast de faculteit Techniek van de HAN staat een special tuinbouwkas: het Solar Demo Lab. Deze wordt gebruikt voor onderzoek naar energie uit geconcentreerd zonlicht, binnen het HCPV-GO-project dat wordt uitgevoerd in het kader van het Topsectorenbeleid van de Rijksoverheid. In de kas komen vlakke, kunststof lenzen die meebewegen met de zon. Hoogrendementszonnecellen kunnen vervolgens tot veertig procent van het geconcentreerde licht omzetten in elektrische energie. Naast elektrische energie komt warm water en licht voor het gebouw beschikbaar. Door de afvang van zonnewarmte is minder koeling en ventilatie noodzakelijk in de kas.

Proeftuin voor het MKB
Dankzij de subsidie kan het Solar Demo Lab als proeftuin worden ingezet voor verschillende onderzoeken. Vooral het midden- en kleinbedrijf, in de regio waar de HAN actief is, profiteert hiervan. Testfaciliteiten zijn voor deze groep over het algemeen erg duur.

Welke faciliteiten in de kas worden geïmplementeerd is afhankelijk van de interesse en wat met de verkregen middelen mogelijk is. ‘We willen een unieke proeftuin naast de hogeschool creëren. Hoe die er precies uitziet is afhankelijk van de wensen in het bedrijfsleven’, zegt Rik Catau, onderzoeker bij het HAN-Lectoraat Duurzame Energie. Momenteel zijn experimenten met warmteopslag, zonnevolgsystemen, daglichtsystemen en algen gepland.

Uitbreiding HAN-onderzoek
De HAN blijft zelf ook gebruik maken van het Solar Demo Lab. De faciliteit wordt gedeeld met het bedrijfsleven. Studenten en HAN-onderzoekers zetten het HCPV-GO-project voort en bedenken nieuwe toepassingen voor de onderzoekskas. Die kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor warmtepompinstallaties en biogastoepassingen.

Vernieuwde HAN-master International (energy) Business van start

De vernieuwde Master International Business (MIB) van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) gaat tien september voor het eerst van start. De eerste lichting studenten richt zich vooral op de energiebranche.

Werken en Leren
De MIB-studenten die in september van start gaan, doen tijdens de master veel praktijkervaring op. Voordat zij mochten deelnemen aan MIB, moesten zij in dienst zijn van een bedrijf. Een deel van de studenten volgt een leerwerktraject en een deel heeft een vaste baan. De studenten brengen de meeste tijd door in het werkveld. Zij krijgen een keer in de maand drie dagen les op de HAN in Arnhem.

Onder begeleiding van HAN-professionals werken zij aan internationaliseringsvraagstukken voor hun werkgever. In het eerste jaar van hun master schrijven zij een businessplan en in het tweede jaar van het traject houden de studenten zich bezig met de implementatie van het plan.

Energiesector
De master blijkt uitermate geschikt voor bedrijven in de energiegerelateerde sector. Die hebben te maken met een transitie van fossiele naar duurzame energie, waardoor nieuwe producten en diensten ontstaan. Deze zijn wereldwijd toepasbaar, omdat elk land kampt met vergelijkbare energievraagstukken. Samenwerkingsverbanden met buitenlandse partijen zijn bovendien erg interessant, omdat elk land eigen specialismes heeft op het gebied van duurzame energie.

Verreweg de meeste MIB-deelnemers gaan vanaf 10 september in de energiebranche aan de slag. Een student schrijft bijvoorbeeld een businessplan voor Elestor BV, dat betaalbare batterijen ontwikkelt voor grootschalige energieopslag. Een andere deelnemer treedt in dienst bij Qconcepts, dat gespecialiseerd is in design en productontwikkeling. Onder andere de HAN Solarboat wordt daar ontwikkeld.

Netwerk
De HAN heeft een uitstekend netwerk op het gebied van internationalisering en energie. De hogeschool richtte in 2013 het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) op, samen met een aantal vooraanstaande energiebedrijven uit de regio: DNV GL (voormalig KEMA), Alliander, ALFEN, TenneT en kiEMT. Deze partijen opereren al jaren internationaal.

 

HAN inventariseert duurzaamheidsvraagstukken op Lowlands

Studenten die deelnemen aan de HAN-minor Green S-team houden zich vanaf september bezig met de verduurzaming van festivals. De komende weken formuleert de HAN concrete studieopdrachten. Ter inspiratie leidde Ronny Hooch Antink, directeur van evenementenorganisatie LOC7000, een delegatie van de HAN rond op Lowlands.

Zelfs zonder bezoekers heerst er drukte op het Lowlandsterrein. In het uitgestrekte polderlandschap van Flevoland racen medewerkers in karretjes rond, takelen technici enorme lichtinstallaties de lucht in en rijden vrachtwagens af en aan met drank en etenswaren. Het is woensdag 13 augustus, wanneer een delegatie van de HAN samen met partner ZAP Concepts de opbouw van het festival bijwoont. Een dag voor de start van het driedaagse muziekfestival dat jaarlijks zo’n 55.000 bezoekers trekt.
Opbouw licht
Festivals als Lowlands zijn een logistiek meesterwerk. In korte tijd wordt een kleine stad uit de grond gestampt. Inclusief riolering, voedselvoorziening, afvalbeleid, parkeergelegenheid en een energienetwerk. Net als in een echte stad brengen die voorzieningen een nadeel met zich mee: vervuiling.

Er worden regelmatig nieuwe oplossingen verzonnen die vervuiling door Lowlands terugdringen. Dit jaar konden bezoekers slapen in een zogenaamde one nights tent, een recyclebare tent waar de gebruiker statiegeld voor betaalt. Die werd geïntroduceerd omdat veel festivalgangers hun afgedankte tent op de camping lieten slingeren. Ook vroeg de organisatie dit jaar parkeergeld om autorijden te ontmoedigen en om een speciale Lowlandsbus te bekostigen, die de bezoeker van ‘voordeur naar voordeur’ bracht.

Maar er liggen nog veel uitdagingen. Lichtshows, knallende muziek en koude drankjes vragen veel energie. Lowlands verstookt per editie meer dan 100.000 liter diesel. Er worden generators ingezet, omdat er geen elektriciteitsnet aanwezig is op het festivalterrein.
Stekkers
Onderzoek naar de aanleg van een elektriciteitsnetwerk brengt een aantal problemen aan het licht. Het vastrechttarief is bijvoorbeeld niet afgestemd op incidenteel gebruik, zoals bij festivals het geval is. Daardoor zijn de kosten verhoudingsgewijs erg hoog. Daarnaast is de aanleg van een elektriciteitsnet op zich al een flinke investering, voor een festival dat een keer per jaar plaatsvindt.

De komende weken formuleert de HAN, samen met ZAP Concepts, concrete cases voor studenten die de minor Green S-Team volgen. Bijvoorbeeld rondom de duurzaamheidsuitdagingen die in dit artikel genoemd worden. Begin september vindt de kick-off van het project plaats. Hou deze website in de gaten voor meer nieuws!

HAN-solarboat tweede tijdens Monte Carlo Cup

In Monaco hebben studenten Engineering tijdens de Solar1 Monte Carlo Cup 2014 op 11 juli het podium bereikt met hun zelfgemaakte boot op zonne-energie. Ze eindigden met The Photon, de naam voor deze HAN-Solarboat, als 2e in de A-klasse. In het totaalklassement eindigden de HAN-studenten op een verdienstelijke 5e plek!

Winst in de fleet race
Bestuurder Rick kreeg de opdracht een goede prestatie neer te zetten in de Fleet Race. Dat pakte bijzonder goed uit! Er moest in 2 uur tijd zo veel mogelijk rondjes worden gevaren. Een waanzinnige start gaf al aan dat de boot een mooie tijd zou neerzetten. Met een goed gevoel over de wedstrijd kon Rick na afloop richting haven.

Een aanwezige journaliste van Eurosport toonde gelijk haar interesse in de boot en nam een interview af bij Rick. Ineens sta je als student dus in de mediale belangstelling!

De uitslag liet een flinke tijd op zich wachten, waarop het team besloot een terras op te zoeken voor een welverdiende pizza. Bij terugkomst wachtte het geweldige nieuws dat het HAN-team maar liefst 2e was geworden in de A-klasse!

Eerder deze maand werd het HAN-Solarteam nog 10e op de worldcup in Friesland en Groningen (DONG Energy Solar Challenge).

Van bouw tot wereldrace in Monaco
De studenten vormen een multidisciplinair team vanuit 5 Engineering-opleidingen van de HAN is samengesteld. De boot is ontwikkeld en gebouwd door deze studenten, waarbij vanuit de verschillende expertises nauw samengewerkt wordt. Alles lezen over de bouw en de race kan op de eigen Facebookpagina of HAN-Solarboat website.

Met dank aan Kevin Riviere, HAN-student Communicatie. Hij heeft voor een belangrijk deel de webcommunicatie rondom de zonneraces verzorgd. Het team dankt ook Jurian Rademaker van het Doetinchemse bedrijf Q Concepts. Zonder zijn kennis en expertise was het nooit gelukt om zo hoog te eindigen in de Monte Carlo Cup.

Bron: HAN Techniek

Londense Energy Systems Conference podium voor HAN-presentatie over netstabiliteit

Zonnepanelen en huishoudelijke apparaten vervuilen het elektriciteitsnet. Maar huishoudens met die apparatuur kunnen het net zelf weer verbeteren, vertelden HAN-onderzoekers 24 en 25 juni op het Energy Systems Conference in Londen.

Vertegenwoordigers uit de energiebranche kwamen in Londen bijeen om te praten over het energiesysteem van de toekomst. Door de toename van het aantal elektrische apparaten en duurzame energie staat de kwaliteit van ons elektriciteitsnet onder druk. De productie van en vraag naar elektriciteit wordt steeds minder voorspelbaar, waardoor het moeilijk is om stroom te regelen. ‘Het is leuk dat mensen tegenwoordig een schuifje op hun stofzuiger hebben, waarmee ze het apparaat harder en minder hard kunnen laten werken maar dat is niet goed voor de kwaliteit van ons net’, zegt HAN-onderzoeker Edwin Tazelaar.

Nieuwe impulsen
Het elektriciteitsnet, en de kennis daarover, heeft nieuwe impulsen nodig. ‘De belangrijkste vakboeken over dit onderwerp stammen uit de jaren tachtig en negentig’, aldus Tazelaar. Daar staan een aantal termen in, die berusten op aannames die niet meer stroken met de werkelijkheid. ‘Veel energietechnici gaan er vanuit dat stroom netjes, sinusvormig door het elektriciteitsnet loopt. Maar dat is niet meer zo.’

Samen met onder andere met lector meet- en regeltechniek Aart-Jan de Graaf en docent elektrotechniek Jan Geurts van Kessel presenteerde Tazelaar een alternatieve definitie van hoe een netverbinding tussen bijvoorbeeld een huishouden en het elektriciteitsnet zich zou moeten gedragen. Deze benadering voorkomt de noodzaak aannames te gebruiken die momenteel slecht hard te maken zijn.

Dat probleem kan worden opgelost door te zorgen dat de stroom waarmee een huishouden het net belast netjes sinusvormig wordt. Dit heeft een positief effect op de stabiliteit van het hele elektriciteitsnet. In deze situatie verstoren huishoudens het net niet meer, maar dragen die bij aan de verbetering daarvan. HAN-docent Jan Geurts van Kessel deed onderzoek naar dit idee en liet elektrotechniekstudenten een testopstelling bouwen. Experimenten met deze opstelling lieten zien dat de ideeën inderdaad kunnen worden uitgevoerd.

Uitkomst
Tazelaar is tevreden met de uitkomst van de Energy Systems Conference. ‘Het viel me op dat mensen zeer bewust waren van de uitdagingen voor het elektriciteitsnet in Europa. De conferentiebezoekers wisten dat er iets moet veranderen.’ Onder de bezoekers waren veel afgevaardigden van onderzoeksinstituten, die Europese overheden direct adviseren over energiebeleid en –wetgeving.

Bron: HAN Centre of Expertise – SEECE