Thema: Opwekking

Middelbareschooldocenten bouwen zonnecollector van afval

Docenten van het Mondial College en het Zwijssen college leren deze week hoe een zonnecollector van afvalmateriaal gemaakt wordt, tijdens een tweedaagse cursus op de HAN. Die kennis hebben zij nodig om hun leerlingen te begeleiden tijdens het project Solar Scraps.

Vanaf 20 april werken leerlingen van verschillende middelbare scholen aan een zonnecollector van afvalmateriaal. Zij krijgen een gastles op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en worden door hun docent begeleid op hun eigen school. De leerlingen moeten zelf, in groepjes, ontdekken welke materialen het beste werken voor hun toepassing.

Op 20 juni krijgt de groep met de beste zonnecollector een prijs. De uitreiking vindt plaats tijdens een afsluitende dag op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Het aantal aanmeldingen loopt storm. Er zijn momenteel meer dan 200 leerlingen die deelnemen. Via de website van Solar Scraps kunnen scholen hun leerlingen nog opgeven voor het programma. Er vinden helaas geen docententrainingen meer plaats.

Solar Scraps is een initiatief van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), dat zich onder andere inzet voor onderwijs aan onderwijzers. SEECE is een initiatief van het energiegerelateerde bedrijfsleven en het hoger onderwijs. Het doet onderzoek naarduurzame elektrische energie, verbetert onderwijs en vergroot de uitstroom van studenten met energie-expertise.

HAN bouwt kas voor onderzoek ‘solar concentration’

Naast de faculteit Techniek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) verrijst een grote, glazen kas. Deze wordt gebruikt voor onderzoek naar energie uit geconcentreerd zonlicht, binnen het HCPV-GO-project.

In de kas worden vlakke, kunststof lenzen geïnstalleerd die kunnen meebewegen met de zon. Hoogrendementszonnecellen kunnen tot veertig procent van het geconcentreerde licht omzetten in elektrische energie. Naast elektrische energie komt warm water en licht voor het gebouw beschikbaar. Door de afvang van veel zonnewarmte is er ook minder koeling noodzakelijk.

Het project wordt uitgevoerd door het Lectoraat Duurzame Energie van de HAN. Dit wil met de partners DNV GL, IDeeuwes, NTS-Optel, Sika Energy BV en S-Air International BV het energieverbruik in de gebouwde omgeving en van kassen flink terugbrengen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland steunt het project en stelde onlangs 500.000 euro subsidie beschikbaar.

De kas naast de HAN is halverwege april gereed. Daarna wordt een start gemaakt met de aanleg van een verwarmingsinstallatie.

windturbine

General Electric bouwt ‘Eiffeltoren’ voor windturbines

De Amerikaanse energiemaatschappij General Electric heeft een nieuwe constructie voor windturbines ontwikkeld. De mast is hoger dan gemiddeld, maar heeft toch minder staal nodig. De 139 meter hoge Space Frame Tower wordt volgende week gepresenteerd, meldt CleanTechnica op zijn website. Het verbeterde ontwerp levert aanzienlijke besparingen op in het gebruik van staal en de transportkosten.

Aan de buitenkant oogt de windmolen als iedere andere. Het geheim zit aan de binnenkant. Het zogeheten space frame lijkt nog het meest op de Eiffeltoren of een elektriciteitsmast. De toren is vijfhoekig en heeft een brede basis. Breder dan die van klassieke windmolens. Dat zorgt voor betere stabiliteit en stijfheid, waardoor het mogelijk is hoger te bouwen met lagere materiaalkosten.

Investeringen

Een ander uitgangspunt van het ontwerp was verlaging van de transportkosten. Het uitzonderlijk vervoer over de weg of over zee is nu nog een enorme kostenpost voor windmolenbouwers. Volgens General Electric passen de afzonderlijke stalen delen van de nieuwe Space Frame Tower in een gewone zeecontainer. Voor de assemblage zijn geen speciale kranen of gereedschappen nodig.

GE investeert in de ontwikkeling van hogere windmolens. Die vangen meer wind en zijn flexibeler inzetbaar. Het type voor commercieel gebruik dat volgende week op de markt komt, is 139 meter hoog. Ter vergelijking: huidige windturbines zijn gemiddeld 100 meter. Het bedrijf verwacht zelfs een toenemende vraag naar windmolens van 150 of 160 meter.

In de windmolenindustrie is toepassing van dit soort rasterconstructies omstreden vanwege het intensieve onderhoud. Bij de zware metalen bouten zou snel metaalmoeheid optreden door de enorme natuurkrachten waaraan ze blootstaan. GE zegt dat probleem te hebben opgelost door materialen te gebruiken die voor bruggen en wolkenkrabbers hun effectiviteit hebben bewezen. De Space Frame Tower zou een levensduur hebben van ten minste veertig jaar.

Aan de turbine zelf is niets veranderd. Volgens het Amerikaanse bedrijf past de huidige generatie energieopwekkers zonder aanpassingen op de nieuwe pyloon.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van Duurzaam Bedrijfsleven. De foto is van Tina Casey.

 

PBL biomassa

Biomassa: wensen en grenzen

Onlangs bracht het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de toegankelijke interactive ‘Biomassa: wensen en grenzen’ uit. Hij gaat over de problematiek rond biomassa, bio-energie en de biobased economy, en is gebaseerd op het onderzoek van PBL. Het PBL wil er de discussie rondom biomassa mee ondersteunen.

Vruchteloze discussies

De interactive brengt de complexe materie en de achtergronden van soms tegensprekende data inzichtelijk in beeld. Het debat over biomassa wordt vaak in termen van ‘goed’ of ‘slecht’ gevoerd. Volgens het PBL maken deze vruchteloze discussies het bijvoorbeeld moeilijk in Europa tot algemeen geaccepteerde duurzaamheidscriteria te komen. Duidelijkheid daarover is cruciaal om zekerheid te bieden aan investeerders in bio-energie. Er is een ‘verlammende situatie’, die volgens het PBL wordt veroorzaakt door tegengestelde belangen én een gebrek aan overzicht. Met de interactive hoopt het PBL daar verandering in te brengen.

wearable solar Pauline van Dongen

Wearable Solar op grootste Interactive Festival ter wereld

Het werk van Pauline van Dongen wordt door een internationale jury  beoordeeld op South by Southwest, het grootste Interactive Festival ter wereld (7-16 maart). Haar project wearable solar is geselecteerd op het thema draagbare technologie voor het zogenaamde SxSW Accelerator Programma. Het is tot stand gekomen in samenwerking met Gelderland valoriseert (Christiaan Holland) en Exergy (Gert Jan Jongerden).

Zonnecellen in kleding

Het project wearable solar is een voorbeeld van deze draagbare technologie waarbij zonnecellen in kleding worden geïntegreerd opdat met deze kleding energie opgewekt kan worden. Met de energie kan bijvoorbeeld een mobiele telefoon opgeladen worden. Handig in situaties waar geen stopcontact voorhanden is zoals bij (meerdaagse) muziekfestivals en buitensport.
Tijdens de afgelopen editie van de Mode Biënnale in Arnhem zijn in een workshop de eerste twee prototypes van deze innovatieve toepassing gepresenteerd. Voor een impressie zie deze korte video die speciaal voor dit project is gemaakt.

Wearable Solar – a video by Hammond Images from Pauline van Dongen on Vimeo.

Experimentele culturele uitingen

South by Southwest is een tiendaags festival dat plaatsvindt van 7-16 maart in Austin, Texas. Het is een uniek evenement met een combinatie van film, muziek en innovatie. Het festival bestaat al sinds 1987 en wordt jaarlijks in de lente gehouden. In de beginjaren kende South by Southwest uitsluitend muzikale optredens. Sinds 1994 bestaat het festival uit drie delen: behalve muziek is er een onderdeel interactieve media (SXSW Interactive Festival) en film (SXSW Film). South by Southwest staat vooral bekend om zijn vernieuwende en experimentele culturele uitingen.

zonnecellen light trapping TU Delft

Nieuwe generatie zonnecellen stap dichterbij

Onderzoekers van de TU Delft hebben een belangrijke stap gezet in de richting van een nieuwe generatie hoogrendabele en ultradunne zonnecellen van kristallijn silicium. Ze benaderden als eersten de theoretische limiet van de verhoging van lichtabsorptie (‘light trapping’) voor een breed lichtspectrum tot 99,8%. Al dertig jaar worden er pogingen gedaan om de limiet van deze verbetering van de absorptie door zonnecellen experimenteel aan te tonen. De onderzoekers gebruikten wafers van kristallijn silicium om de theoretisch voorspelde maximale verbetering van lichtabsorptie in een halfgeleidermateriaal experimenteel te bevestigen.

De meest efficiënte zonnecellen ter wereld

Records zijn er om verbroken te worden en dat gaat zeker op voor de zonne-industrie. Een overzicht van de meest efficiënte zonnecellen.

De ontwikkelingen binnen de zonne-industrie staan niet stil. Regelmatig komt er een bericht voorbij dat onderzoekers een nieuwe efficiëntierecord hebben verbroken. Potentiële kopers van zonnepanelen zijn jaloers op de behaalde percentages als zij deze vergelijken met het rendement van commercieel beschikbare zonnepanelen.

Welke zonnecel het meest efficiënt is? Eigenlijk is het een vraag die de consument zichzelf niet hoeft te stellen, want die is niet te koop voor de doorsnee particulier. Maar nieuwsgierig en vergelijkend Nederland wilt het toch graag weten: hoe groen is het paneel aan de overkant en waar ligt de huidige limiet?

Een lijst van onlangs gerapporteerde zonnecelefficiëntierecords. Van onbetaalbare zonnecellen naar zonnepanelen uit het topsegment voor consumenten. De nadruk ligt op zonnecellen, het hoofdbestandsdeel van zonnepanelen. Daarin zit de nuance.

Records
44,7 procent: Het Duitse Fraunhofer Institute for Solar Energy Systems heeft het zonnigste record in handen. De hoogste efficiëntie is bereikt met een geconcentreerde ‘four-junction’ zonnecel. Dit is een type zonnecel waarin verschillende meerdere halfgeleidermaterialen in vier lagen worden gebruikt. Het is een ingewikkeld type zonnecel dat nog lang niet geschikt is voor commerciële of huishoudelijke toepassingen.

44,4 en 38,8 procent: Net een stapje lager, een multi-junction zonnecel geproduceerd door Sharp. Vergelijkbaar met de Duitse zonnecel maakt deze gebruik van geconcentreerd licht. Het record? Maar liefst 44,4 procent.

Een andere zonnecel van Spectrolab behaalde een record met een percentage van 38,8 procent. Echter, deze zonnecel maakt géén gebruik van geconcentreerd licht. Het verschil tussen de verschillende types zonnecellen is vaak klein; de één gebruikt geen object om het inkomende licht, dat de zonnecellen raakt, te bundelen en de ander wel. Het concentreren van licht is dan ook extra kostbaar vanwege het gebruik van dure lenzen.

De multi-junction zonnecel van Spectrolab wordt gebruikt door NASA voor ruimtevaarttoepassingen zoals de Mars Exploration Rovers. Hierbij kan een klein beetje extra ruimte (dankzij extra efficiëntie) een enorm verschil kan maken.

32,6 en 30,8 procent: Het Spaanse zonne-onderzoeksinstituut (IES) en de technische universiteit van Madrid (UPM) ontwikkelden in 2008 een ‘two-junction’ geconcentreerde zonnecel met een efficiëntie van 32,6 procent. De Californische zonnecelontwikkelaar Alta Devices maakte een galliumarsenide (GaAs) zonnecel met een rendement van 30,8 procent. Hier werd géén geconcentreerd licht bij gebruikt.

Zonnepanelen
Het rendement van commercieel beschikbare zonnepanelen, beter gezegd zonnemodules, ligt een stuk lager. De belangrijkste reden is dat er minder onderzoek plaatsvindt naar zonnepanelen. Voor de fabrikanten is het onrendabel om te investeren in panelen met onverkoopbare, want prijzige, zonnecellen.

Records van zonnepanelen voor commercieel en huishoudelijk gebruik zijn daardoor minder spectaculair, maar wel degelijk belangrijk als alternatieve energiebron.

36 procent: Zonnemodules van Amonix uit Californië staan bovenaan de lijst van de meest efficiënte (C)PV-modules. Echter, zijn dit panelen die stroom opwekken met behulp van geconcentreerd licht (hier staat de C voor) en mede daardoor niet geschikt voor huishoudelijke doeleinden. De modules van Amonix worden bijvoorbeeld gebruikt in de woestijn in Alamosa, Colorado in de Verenigde Staten. Het zonne-energiebedrijf Cogentrix gebruikt de CPV-modules voor zijn 30 megawatt geconcentreerde CPV-installatie.

21,5 procent: het Amerikaanse zonnepanelenbedrijf SunPower heeft de meest efficiënte zonnemodules ter wereld bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Het gaat om SunPower’s X-serie modules en deze monokristallijne zonnepanelen, die geproduceerd worden uit één siliciumkristal, zijn de koplopers in de rendementstesten. Voor dit type paneel tast je wel dieper in de buidel. Het Nuon Solar Team gebruikte hetzelfde type zonnecellen (SolarPower Maxeon) uit de X-serie modules van SunPower voor de zonnewagen Nuna 7. Met een aantal vernuftige aanpassingen wist het team uit Delft daarmee als eerste over de finish te komen in de World Solar Challenge 2013.

16,1 procent: FirstSolar, de marktleider in cadmiumtelluride (CdTe) zonnepanelen, claimt wederom het record bij dit type zonnecel. FirstSolar gebruikt voor haar dunne-film zonnecellen andere halfgeleiders dan silicium, namelijk cadmium en tellurium. Deze eveneens Amerikaanse zonnepanelenproducent maakt dankzij een efficiënt productieproces panelen tegen een lage kostprijs. Hierdoor is dit type paneel bijvoorbeeld op zonovergoten locaties nabij de evenaar, een economisch gunstigere optie.

Dit artikel is geschreven door Luc Hillege en is met toestemming overgenomen van Duurzaam Bedrijfsleven.

Igor Kluin over lokaal opwekken en delen van (zonne)energie

Vereniging Achmea, de vereniging van klanten van Achmea en een platform voor collectieve belangenbehartiging van klantleden, organiseerde afgelopen jaar enkele bijeenkomsten met als centrale thema netwerken, samenwerken, coöperatief ondernemen en de participatiemaatschappij.

Een van de sprekers tijdens deze bijeenkomsten was Igor Kluin, groene ondernemer en oprichter van Qurrent die aantoonde dat het lokaal opwekken en delen van (zonne)energie niet alleen milieuvriendelijk maar ook voordelig is voor de leden van de energiecoöperatie. Hij gebruikte zijn eigen buurt als voorbeeld hoe dit energieproject is aangepakt, wat er moest worden overwonnen en hoe het in de praktijk functioneert. Zo wordt op een gesloten facebooksite onderling de energieafname en het –aanbod verrekend. Kluin is naast oprichter van Qurrent medeoprichter van De Groene Zaak, een lobbyclub van ondernemers die ijveren voor versnelling naar een groene economie. Hij noemt Qurrent een energiebedrijf dat zo min mogelijk energie wil verkopen. Daarentegen vooral mensen helpen om tot 50 procent minder energie af te nemen bij hun energieleverancier. ‘Bewuster omgaan met energie en er op besparen begint met inzicht in je energieverbruik’.

Studenten pitchen concept mini-waterkrachtcentrale

Een HAN-student en studenten van Hogeschool Van Hall Larenstein(VHL) presenteerden vrijdag 20 december concepten voor een mini-waterkrachtcentrale.

Rond 1600 werd een aantal sprengen gegraven op het Veluwse landgoed Vosbergen, naast het plaatsje Heerde. Er ontstonden beken, die gebruikt werden voor wasserettes en watermolens voor de papierindustrie. Inderdaad, duurzame energie.

Vandaag de dag worden de beken niet gebruikt voor energieopwekking. Aftaab Elahi, student Industrieel Product Ontwerpen, en een groep VHL-tuinarchitectuurstudenten brengen daar verandering in. Zij ontwerpen een mini-waterkrachtcentrale. Elahi, die tevens stage loopt bij het Lectoraat Duurzame Energie, neemt het technische deel voor zijn rekening. VHL-studenten zorgen dat de installatie goed in het landschap past.

Afgelopen vrijdag presenteerden studenten hun uiteenlopende concepten op VHL, door middel van een maquette en een pitch. Op tafel stond een verlichte kunstboom, een horecagelegenheid, een glazen huisje met een microklimaat en meer. Voor het opwekken van energie willen de meeste studenten een vijzel gebruiken.

Na de presentaties vond een vergadering plaats met afgevaardigden van Provincie Gelderland, het Waterschap, VHL en het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise(SEECE). Die bepalen welke concepten verder worden uitgewerkt. De gelukkigen worden nog bekend gemaakt.

Elektriciteit uit levende planten

We kennen allemaal het standaardlijstje duurzame energiebronnen: Zonne-energie, windenergie, waterkracht en biomassa. Plant-e introduceert een nieuwe en revolutionaire vorm van duurzame energie: Energie van levende planten! Een van de mogelijkheden ligt in de dakbedekking. Met 100 vierkante meter aan groen kun je je huis al tot 80% voorzien van elektriciteit. Zo kan deze technologie bijdragen aan verduurzaming en vergroening wereldwijd. Plant-e behoorde tot de vijf finalisten van de Jan Terlouw Innovatieprijs. Bekijk hier hun pitch!

Lees verder

Eerste Wiki House van Nederland in Arnhem opgebouwd

Het eerste Wiki House van Nederland is gerealiseerd op de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Een Wiki House is een Doe het Zelf bouwwerk op basis van een open source bouwtekening die door iedereen van het net gehaald kan worden. De HAN en het Transitieteam hebben in opdracht van het Programma Gelderland Valoriseert een bouwtekening gekozen, materiaal laten frezen met een CNC machine en uiteindelijk gebouwd. Bij het Instituut Built Environment in Arnhem is door studenten bouwkunde tijdens de dag van de duurzaamheid in 3 uur tijd het bouwpakket in elkaar gezet. De volgende stap in het project is dat door studenten elektrotechniek de energiehuishouding van het Wiki House wordt ontwikkeld. Dit zal gebeuren in de vorm van gelijkspanning waarmee zonnepanelen zonder omvormer direct energie leveren voor een beparkt aantal apparaten. Op deze manier zal het Wiki House geschikt worden gemaakt voor studentenhuisvesting.

Miniwaterkrachtcentrale maakt dure infrastructuur overbodig

Arnhemse studenten ontwerpen een kleine waterkrachtcentrale in het bosrijke Heerde. Door energieopwekking in het afgelegen gebied wordt dure infrastructuur overbodig.

Studenten en afgevaardigden van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Van Hall Larenstein (VHL), provincie Gelderland en Waterschap Veluwe wandelen over modderige paadjes rond kasteel Vosbergen. Op de buitenplaats werd rond 1600 een aantal sprengen gegraven, waardoor grondwater naar de oppervlakte kwam. De beken die daaruit voortkwamen werden gebruikt voor wasserettes en watermolens die werden ingezet voor de papierindustrie. Inderdaad, duurzame energie rond 1600.

Nu is het aan een HAN-student en een aantal VHL-studenten om deze duurzaamheid nieuw leven in te blazen. Zij ontwerpen een waterrad in een van de beken die door het gebied stroomt. Dit systeem moet stroom opwekken voor een of twee huizen op het landgoed. Dat is niet alleen gunstig voor het milieu en de huishoudens, laat Rijk Verheul van het Veluws Centrum voor Technologie weten. ‘Als we in afgelegen gebieden duurzame energie kunnen opwekken, hebben we geen dure infrastructuur meer nodig.’

Het is geen gemakkelijke opgave. Omdat het waterrad in een recreatiegebied komt, moet het veilig zijn en in het landschap passen. VHL-studenten houden rekening met het decor, zichtlijnen, waterwegen en kleuren in het landschap. Ze blijven tijdens de wandeling regelmatig staan om foto’s te maken. Een enkeling haalt zelfs een tekenblok tevoorschijn om het landschap in kaart te brengen.

Aftaab Elahi, student Industrieel Product Ontwerpen op de HAN en stagiair bij het lectoraat Duurzame Energie, focust op het technische gedeelte. Hij kijkt tevreden naar de waterval waar het rad moet komen. ‘Er zit meer kracht achter dan ik dacht.’ Maar ook Elahi staat voor een aantal uitdagingen. Er zit veel verschil in de waterkracht, omdat deze wordt gereguleerd. In droge periodes wordt minder water toegelaten dan in natte periodes. Daarnaast mag de waterloop niet belemmerd worden en zijn uitlogende materialen – zoals zink – verboden.

De wandeling die de studenten op 11 september maakten door het gebied, vormde de aftrap van dit project. Een eindpresentatie wordt in september verwacht.

HVL-student fotografeert(klein)

Provincie interview(klein)

HVL-student leest tekening(klein)

Stortplaats geschikt voor solar park

Een voormalige stortplaats in Eerbeek kan worden omgebouwd tot solar park. Dat blijkt uit een haalbaarheidsonderzoek.

Stort Doonweg bv en de Eerbeekse-Brummense Energiemaatschappij(EBEM) zoeken een bestemming voor de voormalige stortplaats aan de Doonweg in Eerbeek, die sinds 2001 niet meer in gebruik is. Op de stort ligt een berg afval, die afkomstig is uit de papierindustrie. Die moet vroeg of laat worden afgedekt.

Oprichter en bestuurslid van de EBEM, Jaap Ypma, kreeg een duurzame ingeving toen hij langs het terrein van twaalf hectare fietste. ‘Ik werd getroffen door het enorme oppervlak. Daar moet een zonnepark op! Ging in een flits door mij heen’, zegt Ypma. Op die manier wordt de stort niet alleen afgedekt, maar levert die ook elektriciteit. ‘Vervolgens stelde ik mezelf drie vragen: kan het, mag het en levert het voldoende rendement?’

Ypma, oud-docent aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, schakelde studenten in om die vragen te beantwoorden. Vier studenten van de opleidingen hbo-rechten, bedrijfseconomie en civiele techniek deden vijf maanden onderzoek. Ze richtten zich op de technische mogelijkheden, kosten, opbrengsten, wet- en regelgeving en het rendement.

Een uitdaging, vertelt student civiele techniek Jean-Philippe Wijnen. ‘Het restafval uit de papierindustrie absorbeert water. Dat maakt de bodem instabiel. Het ene deel is een meter weggezakt en een ander deel drie meter.’ Wijnen bedacht uiteindelijk een stevige constructie, waarbij om de vijf meter een kunststof element wordt neergezet, met een steunlaag en afdekking. Op de steunlaag kan vervolgens zonnefolie worden bevestigd.Op die manier kan een grote hoeveelheid duurzame energie worden opgewekt, goed voor het jaarverbruik van circa 2000 huishoudens.

Maar een solar park is niet alleen goed voor de inwoners van Eerbeek, vertelt Ypma. ‘Dit soort projecten hebben een enorme spin-off. De producent van zonnefolie vertelde dat hij een tweede fabriek moet openen als dit project doorgaat. Het solar park wakkert bedrijvigheid aan.’

Student onderzoekt zonne-energiesysteem voor glazen dak

HAN-student Milan van Eeuwen ontwikkelt een zonne-energiesysteem voor gebouwen met een glazen dak. Die zorgt niet alleen voor energie, maar ook voor koele zomers.

Van Eeuwen deed onderzoek naar een zogenaamd Concentrating Photovoltaicsysteem (CPV), waarbij zonlicht wordt geconcentreerd en opgevangen met hoge efficiëntie zonnecellen. Van Eeuwen plaatste vlakke, kunststof lenzen onder een glazen dak die kunnen meebewegen met de zon. Op die manier blijft het licht binnen en wordt een maximaal rendement behaald.

Naast het opwekken van energie heeft dit systeem een aantal opvallende voordelen. Het kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor duurzame klimaatbeheersing. Als zonlicht wordt geconcentreerd en opgevangen, wordt het niet meer omgezet in warmte. Een fijne bijwerking tijdens hete zomers. Daarnaast kan warm water uit het koelwaterreservoir van de zonnecellen worden gebruikt.

CPV-systemen zijn niet nieuw, ze bestaan op velden en daken. Maar een variant onder een glazen dak is nog uniek, laat de HAN weten. Er is weinig kennis over deze toepassing. Dat zorgde voor een aantal uitdagingen, laat Van Eeuwen weten. ‘Het moet licht blijven binnen, de lenzen moeten alle kanten op bewegen, ik had beperkte inbouwruimte en het moet er ook nog elegant uitzien’, somt de afgestudeerde op.

Van Eeuwen laat weten dat de afstudeerperiode van zijn opleiding industrieel product ontwerpen te kort was om alle problemen te tackelen. Hij heeft aanbevelingen gedaan voor toekomstige afstudeerders die het stokje van hem overnemen.