Thema: Wattsnext

Waterstromen maakt duurzame meststof uit afvalwater

In het Gelderse Olburgen is het afvalwaterzuiverings- en vergistingsbedrijf Waterstromen erin geslaagd duurzame meststof uit afvalwater te halen. De meststof komt als droge korrel op de markt onder de naam Vitalphos. Het is voor het eerst dat uit afvalwater gewonnen meststof op de markt komt. Het maken van een eindproduct vormt een belangrijke stap in het terugwinnen van grondstoffen uit afvalwater.

De basis voor deze doorbraak is gelegd in 2005, toen Waterstromen startte met het terugwinnen van fosfaat uit afvalwater. Door verbeteringen in het productieproces is het bedrijf er in geslaagd om het fosfaat met toevoeging van andere natuurlijke bestanddelen op te werken tot droge struvietkorrels, die geschikt zijn als duurzame meststof voor landbouw, maar ook door de consument voor bemesting van de tuin kunnen worden ingezet.

Mest om dijk te onderhouden

Waterschap Rijn en IJssel, dat verantwoordelijk is voor de zuivering van het afvalwater in deze regio, gaat de nieuwe duurzame mest gebruiken voor het onderhoud aan de dijk tussen Herwen en Pannerden. Ook vanuit de landbouw is er grote belangstelling voor de duurzame meststoffen.

Fosfaat is de belangrijkste grondstof voor kunstmest. Zonder fosfaat is er geen voedsel. Het fosfaat dat nu in kunstmest wordt gebruikt wordt gewonnen in fosfaatmijnen in vooral China en Marokko. Door het grootschalige gebruik, wordt echter op termijn een wereldwijd tekort aan fosfaat voorzien. Tegelijkertijd zit er fosfaat in ons afvalwater waar het ongezuiverd juist weer problemen voor de waterkwaliteit veroorzaakt. Tot voor kort werd het afvalwater wel zo veel mogelijk van dit fosfaat gezuiverd, maar werd het als onbruikbaar afval verwerkt. Doordat Waterstromen er nu in is geslaagd dit fosfaat in een herbruikbare vorm uit het aardappelproceswater van Aviko te winnen, is minder fosfaat uit de fosfaatmijnen nodig.

Rioolwaterzuivering als energiefabriek

Eerder slaagde Waterstromen er al in op dezelfde afvalwaterzuiveringsinstallatie in Olburgen energie uit afvalwater te halen, door tijdens het zuiveringsproces biogas te produceren en af te vangen. De zuiveringsinstallatie produceert nu meer energie dan het kost om het zuiveringsproces uit te voeren. De rioolwaterzuivering is daarmee een Energiefabriek geworden en ontwikkelt zich nu als Grondstoffenfabriek, waarbij Vitalphos het eerste commerciele product is. De ambitie is om meer grondstoffen die nu als afval worden verwerkt, terug te winnen en opnieuw te gebruiken, om uiteindelijk tot duurzame gesloten kringlopen te komen.

Voorgenomen windparklocaties Gelderland bekend

De provincie Gelderland heeft de voorgenomen windparklocaties opgenomen in de Ontwerpwindvisie Gelderland. De ontwerpvisie ligt tot 27 juni 2014 ter inzage. Gelderland heeft afspraken gemaakt met het Rijk om minstens 230,5 megawatt windenergie op te wekken aan windenergie. Dat is goed voor minimaal 140.000 huishoudens.

Plannen en vergunningen

De windvisie geeft aan waar windenergie kan worden opgewekt en hoeveel er per locatie ongeveer mogelijk is. Marktpartijen, ontwikkelaars en burgerinitiatieven kunnen vervolgens plannen maken voor de realisatie van windturbines. Met deze plannen, voorzien van een goed ruimtelijk ontwerp en met aandacht voor compensatie en participatie van omwonenden, kunnen de initiatiefnemers de gemeente(n) vragen om aanpassing van het bestemmingsplan en het verlenen van een omgevingsvergunning.

Voorkeur combinatie met andere functies

Er staat al 36 MW aan windturbines in Gelderland, er is 34 MW in aanbouw en er is 100 MW in onderzoek. Deze locaties zijn reeds opgenomen in de Omgevingsvisie, het plan voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie. Voor de aanvullende locaties heeft de provincie het afgelopen jaar in overleg met Gelderse regio’s en gemeenten locaties gevonden waar windenergie mogelijk is. In de verschillende regio’s zijn hiervoor ‘Windateliers’ georganiseerd om ruimtelijk de meest geschikte locaties voor windenergie te zoeken. Er is een voorkeur voor het combineren van windenergie met andere, intensieve functies in een gebied zoals (hoofd)infrastructuur of regionale bedrijventerreinen. De provincie legt de door de gemeenten aangedragen geschikte gebieden voor windenergie ruimtelijk vast in de provinciale windvisie.

Meer informatie, Provincieloket: 026 – 359 9977, provincieloket@gelderland.nl

Rijnstate

Arnhems energie-adviesbedrijf genomineerd voor Hart-Hoofdprijs

Green Spread, gevestigd op Energy Business Park Arnhems Buiten, is genomineerd voor de Hart-Hoofdprijs van Triodos Bank. Het bedrijf adviseert organisaties over het exploiteren van duurzame energie en het terugdringen van het energieverbruik. Bovendien heeft het de stichting Greencrowd opgericht, een crowdfundingplatform om de realisatie van duurzame-energie-projecten te versnellen. Sander Kooper, projectmanager van Green Spread/Greencrowd): “Met Greencrowd willen we burgers financieel betrekken bij duurzame energieprojecten binnen hun eigen leefomgeving. Binnen anderhalf jaar hebben we ruim € 400.000 opgehaald voor 14 projecten, met name gericht op zonne-energie.”

De Hart-Hoofdprijs is ingesteld om ondernemers te stimuleren die ‘met hun hart én met hun hoofd’ een bijdrage leveren aan een duurzame wereld. In totaal zijn negen vernieuwende en inspirerende ondernemers genomineerd. Green Spread heeft al een bestemming voor de eventuele prijs: investeren in zonnepanelen voor het ‘Prinses Maxima Centrum’ en in de duurzame zorgboerderij ‘De Maarhoeve’. Er kan gestemd worden tot 16 mei. De winnaar wordt 20 mei bekendgemaakt.

Revolutionaire duurzame elektrische gelijkspannings-infrastructuur bij Lelystad Airport

Het bedrijventerrein in ontwikkeling Airport Garden City bij Lelystad Airport wordt voorzien van een revolutionaire duurzame elektrische gelijkspannings-infrastructuur. Met gelijkspanning gaat het rendement van duurzame energiebronnen als zon en fuel cells aanzienlijk omhoog, zijn minder elektrische componenten nodig in het net en wordt fors bespaard op kostbare koperen kabels.

Verminderen energieverlies

Duurzaamheid is ver voorbij het stadium van een modewoord. Dat is goed te merken bij de ontwikkeling van Airport Garden City, een bedrijventerrein in ontwikkeling van 660 hectare tussen Lelystad Airport en de A6. Gebiedsontwikkelaar OMALA, netbeheerder Liander, TU Delft en Joulz, het energie-infrabedrijf van Eneco, slaan er de handen ineen om het bedrijventerrein te voorzien van een gelijkspannings-infrastructuur. Airport Garden City beschikt over een eigen energiemaatschappij: Airport Garden City Energy.

De duurzame claim van gelijkspanningsnetten zit in het verminderen van energieverlies door conversies en minder materiaal- en grondstoffenverbruik. Duurzame energie-opwekkers als zonnepanelen en windmolens, elektrische auto’s en ruim 80 procent van alle overige elektrische apparaten en machines hebben één ding met elkaar gemeen: ze produceren- of werken op gelijkspanning (DC). Maar uit het stopcontact komt al meer dan honderd jaar wisselspanning (AC). Bij de omzetting van AC naar DC gaat veel energie verloren en het kost onnodig veel componenten en grondstoffen koper.

Auto als energiebron

Airport Garden City grenst aan het terrein van Lelystad Airport, een luchthaven die aan de vooravond staat van een historische beslissing over de toekomst. Schiphol wil de groei van de luchtvaart blijven accommoderen en Lelystad zou maximaal zo’n 45.000 vliegbewegingen kunnen opvangen. In de plannen voor het door-ontwikkelen van de luchthaven, wordt gelijkspanning ook meegenomen. Het idee is onder andere het creëren van ruime faciliteiten voor elektrische auto’s, die met behulp van gelijkspanning veel efficiënter opladen. Elektrische auto’s van langparkeerders kunnen in theorie zelfs gebruikt worden als opslagmedium van zonne-energie: de auto laadt overdags op en de stroom wordt ’s nachts ingezet voor bijvoorbeeld de openbare verlichting.

De rol van gelijkspanning

Wisselspanning (AC – Alternating Current) is vanuit de historie dé norm in elektriciteitstransport. Maar we zijn ons er nauwelijks van bewust, dat juist gelijkspanning (DC – Direct Current) een cruciale rol speelt in het moderne leven. Decentrale energie-opwekkers als zonnepanelen leveren gelijkspanning. Alle producten met een batterij of accu, zoals laptops, mobiele telefoons en elektrische auto’s, werken op gelijkspanning. Alle apparaten met micro-elektronische componenten werken er op. In televisies en tal van huishoudelijke apparaten en voor (led)verlichting wordt wisselspanning dan ook omgezet in gelijkspanning. Naar schatting 80 tot 85 procent van alle elektrische apparaten werkt in feite op gelijkspanning.

Het omzetten van wissel- naar gelijkspanning (of andersom) levert een behoorlijk energieverlies op. Een gelijkspanningsnet levert energiebesparing op, omdat het aantal conversies wordt verminderd. Daarnaast kan er circa 30% meer stroom door dezelfde elektriciteitskabel, waardoor op dikte van de kabels en grootte en complexiteit van componenten (en dus ruimte in de openbare ruimte) bespaard kan worden. Ten slotte worden ook nog aanzienlijke hoeveelheden grondstoffen gespaard, doordat je minder koper, schakel- en verbindingskasten, trafo’s en omvormers nodig hebt.

Dit artikel is een verkorte weergave van een artikel op DuurzaamGebouwd

 

Nederland moet af van fossiele verslaving

Nederland moet harder werken aan het terugbrengen van het gebruik van fossiele brandstoffen (olie, kolen, gas). Daarop dringt het Internationaal Energie Agentschap aan (bij het IEA, dat optreedt als adviseur op energiegebied, zijn 28 landen aangesloten) in een onlangs verschenen rapport over het Nederlandse energiebeleid.

Nederland blijft een grote fossiele brandstof- en CO2-intensieve economie, ondanks de vooruitgang die de laatste jaren is geboekt bij bijvoorbeeld het efficiënter gebruik van energie in de industrie, stelt de organisatie. Volgens IEA-directeur Maria van der Hoeven levert meer inspanning op dit terrein profijt op: “Het bevorderen van koolstofarme energie, vooral in de industrie en het transport, is verstandig uit economisch oogpunt en kan zowel de duurzaamheid als het concurrentievermogen bevorderen”. Nederland staat hoe dan ook nog veel te doen, wil het slagen “in de overgang naar betrouwbare, duurzame, concurrerende en betaalbare energie”.

Nederland loopt achter

In september 2013 sloten kabinet, milieuorganisaties, vakbonden, werkgevers en andere organisaties het Energieakkoord, waarin is afgesproken dat in 2020 14% van de energie duurzaam moet worden opgewekt. Het IEA zet in navolging van andere deskundigen vraagtekens bij het realistische gehalte van deze doelstelling. De organisatie wijst erop dat het aandeel duurzame energie in de periode 2005 tot en met 2013 is toegenomen van 2,3 tot 4,5% “wat ver verwijderd is van het ambitieuze doel van 14% in 2020.”  Ten opzichte van andere Europese landen, vooral Denemarken en Duitsland, loopt Nederland achter bij het stimuleren van duurzame energie. De Nederlandse overheid verwacht dat wij rond 2025 minder gas produceren dan we verbruiken, en dus gas moeten importeren. De gasvoorraad kan echter sneller afnemen dan verwacht als de productie wordt beperkt wegens de aardbevingen door de gaswinningen in Groningen, aldus het IEA.

duurzame producten

Wat is het verhaal achter de producten die je koopt?

Questionmark heeft een gratis app ontwikkeld om ‘eenvoudig antwoord te geven op moeilijke vragen’. Ieder product dat de organisatie onderzoekt, krijgt een score op de thema’s milieu (wat is de impact van de productieketen op klimaatverandering, biodiversiteit en water?), volksgezondheid (hoeveel risico heeft een product op schadelijke stoffen, antibiotica, resistente bacteriën, voedselvergiftigingen en -infecties?), mensenrechten (wat zijn de risico’s van een product op o.a. discriminatie, kinderarbeid en/of leefbaar loon?) en dierenwelzijn (hoe zijn de omstandigheden voor dieren in verschillende dierhouderij-systemen?). Momenteel zijn er 23.449 producten van 1444 verschillende merken.

Voor haar onderzoek gebruikt Questionmark bestaande, breed en waar mogelijk in de wetenschap geaccepteerde onderzoeksmethodes. Ze voldoen aan een ISO standaard en/of verschillende bekende instituten onderschrijven de methode. Het onderzoek wordt uitgevoerd per productgroep: vlees, zuivel, chocola, etc., en per thema: volksgezondheid, milieu, mensenrechten, dierenwelzijn. Als er voor een bepaald thema nog geen geaccepteerde methode bestaat – zoals voor mensenrechten, ontwikkelt Questionmark de methode zelf. Daarbij baseert ze zich wel weer op bestaande standaarden en betrekt ze onderzoek-experts uit dit bepaalde vakgebied

1,3 miljoen voor onderzoek zonnecellen op geluidsschermen

Rijkswaterstaat gaat een ‘innovatief’ geluidsscherm ontwikkelen. Hiervoor heeft het instituut een subsidie van 1,3 miljoen euro gekregen van de Europese Commissie. Zonnepanelen worden gebruikt als geluidswal langs een snelweg. Een prototype van 450 meter lang en 6 meter hoog gaat 2016 geplaatst worden. Naar verwachting wordt het scherm media 2016 gerealiseerd.

Het innovatieve element van dit geluidsscherm is dat er aan beide kanten zonnecellen worden geplaatst. De bovenste 4 meter van beide kanten hebben zonnecellen. Het geluidsscherm moet 275 megawattuur per jaar gaan opwekken, genoeg voor 80 huishoudens.

Exploitatie en monitoring

Rijkswaterstaat gaat het prototype ontwikkelen met Energie Centrum Nederland (ECN) en het Solar Energy Application Center (SEAC). Tot 2019 blijft het project als demonstratieproject functioneren. SEAC en Rijkswaterstaat onderzoeken de mogelijkheden voor exploitatie en monitoren kosten en opbrengsten van het demonstratieproject.
Dit artikel is afkomstig van GroeneCourant.

McKinsey: cleantech-sector is volwassen

McKinsey heeft vertrouwen in de toekomst van de cleantech sector. Deze wordt heel snel volwassen en grote gevestigde spelers gaan partnerschappen aan met nieuwkomers. De komende revolutie is te danken aan de inzet van betere, schonere technologieën en de ontwikkeling van betere bedrijfsplannen. Het onderzoeksbureau baseert zijn conclusie op basis van onderzoek naar zestien schone technologieën in de bouw, voedselvoorziening, auto-industrie en energie. Sommige bedrijfstakken gaan sneller gaan dan andere. Maar allemaal hebben ze in de afgelopen tien jaar significante vooruitgang geboekt. Ten minste de helft is in staat de bestaande industrie overhoop te gooien.

Hoge verwachtingen

De cleantech sector heeft te maken met gebruikelijke ups en downs, zoals bij elke nieuwe ontdekking aan het begin: opwinding en (te) hoge verwachtingen, gevolgd door teleurstelling. Aan het eind van de cyclus heerst een periode van consolidatie waarna de echte doorzetters verder gaan op het ingeslagen pad. De meeste cleantech-bedrijven bevinden zich nu het tijdvak na de consolidatie. Het gaat goed met Tesla Motors. Zonnepanelenproducent SolarCity haalde $ 450 mln op. Daartegenover staan de honderden bedrijfjes die ten onder gingen. De zwakke broeders verdwenen, de industrie als geheel is er sterker uitgekomen.

60% van alle nieuwe investeringen in 2035 in duurzame energiebronnen

Volgens het Internationaal Energieagentschap IEA dekten hernieuwbare energiebronnen in 2010 al 18% van de wereldwijde energievraag. De sector groeit sneller dan welke andere vorm van energie ook. De IEA voorspelt dat 60% van alle nieuwe investeringen in 2035 wordt gedaan in duurzame energiebronnen. De invloed verschilt per industrie en locatie. In sommige gevallen verandert cleantech de markten daadwerkelijk, zoals LED-technologie de verlichtingsindustrie veranderde. Ook in minder spectaculaire gevallen heeft een innovatie invloed op de markt. Als mensen hun eigen zonnepanelen installeren, neemt de vraag naar nutsvoorzieningen af. Nutsbedrijven reageren op die trend door zelf te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.

Schone technologie overtreft alle verwachtingen

Schone technologie heeft alle verwachtingen overtroffen. Door innovatie en verbeterde productieprocessen daalden de prijzen. Windenergie, zonnepanelen en lithium-ion accu’s voor elektrische auto’s zijn razendsnel goedkoper geworden. En de prijzen dalen nog steeds. De prijs van elektriciteit afkomstig van een windmolenpark op land is in vijftien jaar met de helft gedaald. De laatste vijf jaar gingen de kosten voor de nieuwste generatie LED-verlichting met 85% omlaag.

Wetgeving niet essentieel

Een succesvol cleantech bedrijf is afhankelijk van vier factoren: kosten, toegang tot financiering, toegang tot de markt en wetgeving. Naarmate de industrie volwassener wordt, verandert het belang van die factoren. Wetgeving, al of niet ondersteunend, is minder belangrijk zodra een innovatie voet aan de grond krijgt. Zo geldt voor zonne-energie dat wetgeving weliswaar bijdraagt aan het succes, maar niet langer essentieel is. Het aandeel nam af op het moment dat overheden subsidies stopzetten. Maar over het geheel genomen groeit het geïnstalleerde vermogen spectaculair; wereldwijd met 57%. Overheden kunnen daaruit de les trekken dat plotselinge wijzigingen in de wet of subsidieregels ongewenste schommelingen veroorzaken, waardoor het cleantech-bedrijven ontbeert aan een solide basis om de markt te veroveren.
Dit artikel is een bewerking van een artikel op DuurzaamBedrijfsleven.

Apple koopt waterkrachtcentrale voor datacentrum

Het datacentrum van technologiebedrijf Apple in de Amerikaanse staat Oregon draait binnenkort op groene stroom, afkomstig van een eigen waterkrachtcentrale. De koop van de waterkrachtcentrale is een teken dat Apple blijft investeren in hernieuwbare energiebronnen voor zijn ICT-infrastructuur. De centrale is nog in aanbouw. Wel is duidelijk dat de centrale het enorme IT-complex in Prineville, in de Amerikaanse staat Oregon, slechts gedeeltelijk van energie kan voorzien.

Extra ondersteuning

Het centrum verbruikt 30 megawatt. Eenmaal af zal de energiecentrale 3 tot 5 megawatt leveren. Daarmee is de centrale een extra ondersteuning van andere bronnen die het bedrijf gebruikt voor haar energievoorziening. Het grootste deel van de stroom voor het datacentrum komt van lokale windenergie.

Volgens nieuwssite OregonLive wilde Apple in eerste instantie een park met zonnecellen plaatsen, zoals al het geval is bij het iCloud-datacentrum in Nevada. Apple besloot uiteindelijk verder te zoeken naar lokale mogelijkheden voor groene energie en koos voor de waterkrachtcentrale.

Volledig duurzaam

Apple is hard op weg naar een volledig duurzame energievoorziening. Greenpeace noemde het bedrijf recentelijk een van de groenste tech-bedrijven. In 2012 was volgens Apple 75 procent van haar gebruikte energie duurzaam opgewekt. De datacentra van de iCloud-dienst van Apple draaien al volledig op hernieuwbare energie.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van DuurzaamBedrijfsleven
Bron: bendbulletin.com, OregonLive.com, Apple

elektrisch rijden Schiphol

Taxi’s Schiphol worden elektrisch

Vanaf het najaar 2014 gaan drie taxibedrijven meer dan 100 elektrische auto’s rijden van de luchthaven Schiphol. Schiphol heeft in een aanbesteding voor taxi’s voorwaarden opgenomen voor schoon vervoer. Dit leidt tot vergroening van het personenvervoer van en naar de luchthaven, een verbeterde luchtkwaliteit en een stimulans van het Nederlandse bedrijfsleven tot groene groei.

Taximarkt kansrijk

De taximarkt wordt gezien als één van de kansrijke marktsegmenten voor elektrisch vervoer. Taxi’s maken veel kilometers met vervuilende dieselmotoren. Door elektrisch te rijden kunnen ze een relatief grote bijdrage leveren aan gezondere lucht.

2.100 taxi’s per dag

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland stimuleert schoner taxivervoer in opdracht van het ministerie van Economische Zaken samen met Metropool Regio Amsterdam-Elektrisch (MRA-E). Dagelijks rijden er bijna 2.100 taxi’s tussen Amsterdam en Schiphol. Dit is zo’n 80% van het totaal aantal taxiritten vanaf Schiphol.

Subsidieregeling taxis’s en bestelauto’s van 20 miljoen

Taxibedrijven in de Amsterdamse regio kunnen gebruik maken van een subsidie van €10.000 voor een elektrische taxi, waarvan €5.000 van de gemeente Amsterdam en €5000 uit de pot  € 20 miljoen van de subsidieregeling emissiearme taxi’s en bestelauto’s van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze laatste is bedoeld ter stimulering van het rijden in nieuwe, schone bestelwagens en taxi’s in Nederland. De subsidie is beschikbaar voor voertuigen tenaamgesteld vanaf 1 oktober 2012 tot 1 januari 2015.

Klimaatpanel: stevig ingrijpen nodig

Alleen met stevige nieuwe maatregelen zal de uitstoot van broeikasgassen nog genoeg kunnen afnemen om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius. Dat staat in het laatste deel van een rapport van het VN-Klimaatpanel IPCC, dat is gepresenteerd in Berlijn. Ondanks alle maatregelen om de uitstoot te beperken, steeg de uitstoot van CO2 in de afgelopen tien jaar sneller dan ooit. Dit komt door de wereldwijde groei van de welvaart.

De energieproductie levert de grootste bijdrage aan de uitstoot, met 35% . Zonder stevige nieuwe maatregelen dreigt de temperatuur aan het eind van deze eeuw 3 tot 5 graden Celsius hoger te worden dan voor de industriële revolutie. Vergeleken met nu zou de temperatuur 2 tot 4 graden stijgen.

Klimaatneutraal

Eerder spraken wereldleiders af dat de temperatuur met maximaal 2 graden zou mogen stijgen. Dit betekent dat de uitstoot in 2030 moet liggen op het niveau van 2010. In de jaren daarna moet de uitstoot verder dalen. Dit kan volgens het IPCC alleen als er een overgang komt naar een klimaatneutrale economie zonder fossiele brandstoffen, waarbij geen broeikasgassen meer worden uitgestoten. Volgens de VN moeten landen overschakelen op duurzame energiebronnen als windenergie, zonne-energie en biomassa.

Nederlandse wetenschappers

Sinds 1990 brengt het IPCC eens in de zeven jaar een rapport uit met de nieuwste bevindingen op het gebied van klimaatverandering. Het doet dit in drie delen. Op 13 april werd het derde deel gepresenteerd in Berlijn. De eerste twee delen verschenen in september en vorige maand. Vanuit Nederland waren acht wetenschappers als hoofdauteur betrokken bij de totstandkoming van het rapport.

‘Je kunt de wereld niet redden, het is al te laat’

Klimaatexpert Clive Hamilton zei onlangs in Vrij Nederland dat het al te laat is om het klimaat te redden: “Terug naar vroeger kan niet. Alleen met radicale technische oplossingen kunnen we de schade nog wat beheersen.”

Bronnen: NOS en Vrij Nederland

Extra aandacht voor duurzame elektrische energie en Meet- en regeltechniek tijdens open dag HAN

Bezoekers van de open dag op de HAN die zaterdag 12 april plaatsvindt, ontdekken waarom meet- en regeltechniek steeds belangrijker wordt in de energiebranche en zien hoe de HAN haar onderwijs hierop toespitst.

Studenten, onderzoekers en docenten laten zaterdag zien waarom duurzame elektrische energie veel controleproblemen en – mogelijkheden met zich meebrengt. Sabi Aoni, bijvoorbeeld. Deze Soedanese masterstudent Control Systems Engineering vertelt bezoekers hoe duurzame elektrische energie inwoners van Sub-Saharisch Afrika vooruit helpt. Hij doet onderzoek naar SOPRA, een mini-energiecentrale die onafhankelijk van het vaste elektriciteitsnet energie opwekt en distribueert. Sabi schreef eerder een blog over de economische vooruitgang die dit systeem zal brengen in gebieden die niet zijn aangesloten op een elektriciteitsnet.

Sabi volgt een nieuwe specialisatie, binnen de master Control Systems Engineering: Energy Management. Deze is in samenwerking met het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise ontwikkeld om aan de groeiende vraag naar meet- en regeltechnici te voldoen. Energiebedrijven zitten te springen om technici die meet- en regelkennis toe kunnen passen in de energiesector.

Om dezelfde reden is onlangs de minor Out of Control in het leven geroepen. Studenten doen praktische ervaring op met microcontrollers. Tijdens de open dag staan studenten en docenten van deze minor klaar om meer informatie te geven.

De open dag vindt plaats tussen 10:00 en 15:00 uur. Informatie over energiegerelateerde projecten wordt verschaft op Ruitenberglaan 26 in Arnhem, labruimte B 1.66 in de engineeringvleugel. .

Meer weten over de open dag? Klik hier.

Duizenden Arnhemse gebouwen worden energiezuinig

Op 10 april 2014 heeft een tiental bedrijven een volgende stap gezet om samen met gebouweigenaren nieuwe energieconcepten te realiseren in duizenden Arnhemse gebouwen. Zij bespraken op Energy Business Park Arnhems Buiten met elkaar welke nieuwe energieconcepten ze kunnen toepassen. Voor 2 juni moet de minister van Economische Zaken het Arnhemse voorstel ontvangen.

100.000 gebouwen

De bijeenkomst was de tweede in het kader van de ‘Green Deal Smart Cities’, een afspraak die de gemeenten Arnhem, Amsterdam, Eindhoven, Groningen en Enschede eind vorig jaar met het Rijk maakten om uiterlijk eind 2019 100.000 gebouwen in Nederland te verduurzamen door energiebesparende maatregelen. Wethouder Margreet van Gastel ondertekende de Green Deal namens de gemeente Arnhem: “Arnhem wil werk maken van haar ambities op het gebied van duurzaamheid. Ik wil een compliment maken aan alle partners en partijen in Arnhem die op een of andere wijze bijdragen aan een duurzame toekomst voor de stad en haar inwoners.”

Energie-notaloze woningen

In Arnhem wordt op verschillende plekken al gewerkt aan nieuwe energieconcepten. Zo werkt woningcorporatie Volkshuisvesting aan ‘energie-notaloze’ woningen in de wijk Malburgen. Ook in Coehoorn, een buurt vlakbij het centraal station in Arnhem is er ruimte voor initiatieven van bewoners of andere geïnteresseerden om nieuwe energieconcepten op het gebied van energiebesparing of energieopwekking op te zetten.

 

WUR opent Innovation Lab voor starters in de biobased economy

Op 10 april 2014 opent Wageningen UR op haar Campus een Innovation Lab voor startende ondernemers in de biobased economy. Het ‘Innovation Lab Biobased Products Wageningen’ (iLAB Wageningen) biedt hen laboratoriumruimte, toegang tot toegepast onderzoek en ondersteuning bij het verwerven van startkapitaal. Het iLAB Wageningen is het eerste iLAB in Nederland dat zich specifiek richt op starters in de biobased economy.

Snelle groei

De biobased economy groeit in snel tempo. Erik van Seventer, manager Biobased Products bij Wageningen UR: “We zien de laatste jaren steeds meer enthousiaste mensen en bedrijven die radicaal vernieuwende biobased oplossingen bedenken. Maar wanneer men een werkbaar productieproces of nieuw biobased product heeft ontwikkeld, is er vervolgens veel doorzettingsvermogen nodig om er aan te verdienen. De omgeving werkt vaak niet mee: banken verstrekken nu minder snel krediet, bestaande belangen werken tegen, stakeholders zijn ongeduldig. Die startende ondernemers, die met hun idee een duurzame bijdrage leveren aan de biobased economy, willen wij binnen iLAB Wageningen ondersteuning bieden.”

Biobased Products

Het iLAB Biobased Products Wageningen richt zich specifiek op ontwikkelingen in de biobased economy, en onderscheidt zich daarmee van andere Innovation Labs in Nederland. Van Seventer: “Waar andere locaties zich richten op chemische innovaties vanuit fossiele grondstoffen, richten wij ons op hernieuwbare grondstoffen: biomassa.” Uit biomassa kunnen met behulp van bioraffinage producten als materialen, chemicaliën en energie gemaakt worden. “De biobased economy ontwikkelt zich razendsnel en vernieuwingen volgen elkaar in hoog tempo op. Juist daarom vinden we het zo belangrijk om startende ondernemers nu te ondersteunen,” aldus Van Seventer.

Startkapitaal en coaching

Startende ondernemers kunnen via het iLAB goed uitgeruste laboratoria, technieken en materialen gebruiken bij Wageningen UR. Daarnaast biedt StartLife, partner van Wageningen UR, de jonge bedrijven ondersteuning bij het verwerven van startkapitaal, huisvesting, coaching en advies. Starters krijgen via het iLAB ook toegang tot het netwerk van Wageningen UR Food & Biobased Research. Erik van Seventer: ”Het iLAB werkt samen met bedrijven in de hele biobased economy keten, van gewasproducenten tot afnemers van biobased producten. Daardoor kunnen bedrijven breed advies verwachten: niet alleen over hun eigen product, teeltaanpak, gewas of techniek, maar ook over de vraag waar nog meer kansen voor hen liggen in de biobased economy.”

Olifantsgras langs A12 voor milieu en papier

Fred Hakvoort, directeur-eigenaar van BKC uit Zevenaar, gaat 7,5 hectare olifantsgras (Miscanthus) planten langs de A12. Hij gelooft dat dit gras daar een positieve bijdrage kan leveren ten aanzien van geluidsreductie en fijnstofopname.

Energy Crop

BKC richt zich op boomverzorging, groen en milieu. Fred gelooft in een duurzame aanpak en neemt mensen én bedrijven in de omgeving mee in zijn plannen. Olifantsgras is een ‘energy crop’, een gewas dat bij uitstek geschikt is om er energie uit te winnen. Maar, zo blijkt, het is ook bijzonder rijk aan cellulose en daarom ook interessant voor de papierindustrie.

Cellulose pulp

Platform Creatieve Technologie Midden Gelderland koppelde Fred aan een andere ondernemer uit het PCT-netwerk: Rene Kort, directeur van Schutpapier. Samen onderzoeken ze nu welke stappen er genomen moeten worden om van het geoogste loof te komen tot cellulose pulp voor de papierindustrie. Voor het project aan de A12 is er via het PCT contact gelegd met de Wageningen University & Research. De WUR is geïnteresseerd in de plannen van Hakvoort en inmiddels hebben twee onderzoekers een bezoek gebracht aan BKC.