De nieuwe energie-ingenieur komt uit The O-Zone

Op het Industriepark Kleefse Waard (IPKW) werken hbo-studenten met bedrijven aan actuele energievraagstukken. Ze staan aan de basis van een innovatieve, hybride leeromgeving: The O-Zone. In dit dubbelinterview vertellen Kevin Rijke (directeur van IPKW) en Erik Folgering (programmaleider op de HAN) waarom zo’n omgeving onmisbaar is.

Het is september 2017, wanneer 120 tweedejaarsstudenten een leeg gebouw op IPKW betreden. Het zijn de eerste ingenieurs in opleiding die aan de slag gaan in een hybride leeromgeving op het bedrijvenpark. Ze richten werkplekken in en gaan in multidisciplinair verband aan de slag met bedrijfsprojecten. Niet voor een extra opdracht, of iets dergelijks, maar binnen hun reguliere curriculum.

Nu breiden de HAN en IPKW de hybride leeromgeving uit, met steun van de Provincie Gelderland. Hiermee zijn de drie O’s (onderwijs, ondernemers en overheid) vertegenwoordigd. (Vandaar de naam O-Zone.) Dankzij deze partijen kan nog meer jong talent op het bedrijvenpark aan de slag. Studenten uit alle jaargangen, van allerlei instituten, nemen deel aan het innovatieve onderwijsproject. The O-Zone wordt dé plek in Oost-Nederland waar energie-ingenieurs worden opgeleid.

Wat is het belang van The O-Zone?
KR: “De wereld is in transitie. We hebben klimaatdoelen die we moeten halen. Maatschappelijke vragen kun je beter beantwoorden als afgestudeerden zó geëquipeerd zijn dat ze direct bij bedrijven aan de slag kunnen. Daarom is het belangrijk dat het onderwijs en het bedrijfsleven elkaar direct kunnen vinden. Dan ontstaat er geen mismatch. De vraag is: wat kunnen we samendoen? En hoe leiden we een ingenieur op die weet hoe slimme meters, windmolens en waterstofmotoren werken?”

EF: “Er is een groot tekort aan technisch personeel en dat tekort wordt alleen maar groter. Het is van groot belang dat het personeel wat er is, snel aan de slag kan.”

Hoe ervaren jullie de huidige match tussen afgestudeerden en het bedrijfsleven?
KR: “Bedrijven die voorop willen lopen met innovatie, hebben veel moeite met het vinden van goed personeel. Dat heeft enerzijds te maken met het kleine aanbod van nieuwe mensen. Anderzijds heeft het te maken met de kennis en vaardigheden van die mensen. Een voorbeeld is een bedrijf dat laadpalen maakt. Laadpalen hebben een technisch component en een ICT-component. Maar als je kijkt naar opleidingen: je doet óf een technische opleiding óf een ICT-opleiding. Een combinatie zie je nauwelijks. Daar moeten we met elkaar aan werken. Op een gegeven moment wordt de vraag naar dat type studenten zo groot dat het ook interessant is om er een opleiding voor te beginnen. Of om twee dingen met elkaar te combineren. Daar kom je in de praktijk achter. ”

Bedrijven werken in The O-Zone samen met jonge studenten. Waarom is het – als bedrijf – goed om zo vroeg bij hun studie betrokken te zijn?
KR: “Als je een afstudeerder binnenhaalt, dan leer je die halverwege het vierde studiejaar kennen. Die geef je een opdracht, of ze komen zelf met een opdracht, en that’s it. Je kunt ze ook vanaf het tweede jaar binnen hebben. Dan kun je een simpeler opdracht verzinnen, maar ook een moeilijke opdracht opknippen in vier simpeler opdrachten. Je kunt opdrachten maken die door de hele leercurve van een student heen gaan. Daardoor bouwen bedrijven een band op met een student. Aan de andere kant leren studenten welke technische bedrijven ze interessant vinden.”

Waarom is het voordelig voor een kennisinstelling als studenten zo vroeg bij de praktijk betrokken zijn?
EF: “Dat zit hem in het mengen, in de meest brede zin. Je kunt werktuigbouwers en ICT’ers combineren voor een laadpalenproject, bijvoorbeeld. Dat zit van oudsher niet in opleidingen. Die zijn monodisciplinair. Maar zo zit de wereld gewoon niet in elkaar. Vermenging zit er ook in dat de klussen waar studenten aan werken niet uit een schoolboekje komen. Dingen die studenten leren, leren ze omdat ze actueel zijn. Dat is aantrekkelijk aan een hybride leeromgeving.”

Voor studenten is het ook aantrekkelijk?
EF: “Dat is absoluut wat we terugkrijgen. Studenten zijn extra gemotiveerd om aan vraagstukken uit de praktijk te werken.”

KR: “Ze leren meedoen in het geheel. ‘Het geheel’ is vaak niet moeilijk, maar wel eng omdat het nieuw is. The O-Zone zorgt dat die drempel lager wordt. Het wordt normaal om onderdeel te zijn van bedrijfsprocessen. Het bedrijfsleven is teamwork.”

EF: “Wat ook interessant is voor studenten: op het hbo studeer je af met 60 a 90 mensen die allemaal, tegelijkertijd, hetzelfde papiertje krijgen als jij. Maar wat heb jij nou gedaan waarin je onderscheidend bent ten opzichte van al die collega’s?”

KR: “Heb jij meegewerkt aan die toffe waterstofauto en wil je werken bij een hip bedrijf? Dan kom je gemakkelijker binnen. Dan kun je iets fysieks laten zien en zeggen: ‘dit heb ik gebouwd’.”

Met welke bedrijven kunnen studenten werken in The O-Zone?
KR: “IPKW zie ik als een passerpunt. Daarbuiten, daar is de wereld. Bedrijven die hier zitten, hebben leveranciers en die hebben weer klanten. Die zitten allemaal in een netwerk. En dat netwerk moeten we bedienen. Daar gaan we iets aan toevoegen. Dát is The O-Zone en dat is die nauwe samenwerking.”

EF: “Het gaat zeker om bedrijven op dit terrein, maar ook bedrijven uit de omgeving kunnen leuke dingen doen hier. En niet een keer, maar structureel, omdat we een continue stroom van studenten hebben. Uit verschillende leerjaren, met verschillende disciplines.”

Wat is de rol van overheden in dit project?
KR: “Het zou mooi zijn als de gemeente nieuwe projecten inbrengt. Binnenstedelijke leveranties van producten, afvalinzameling, schoonmaak van steden. Dat zijn allemaal vraagstukken die belangrijk zijn. Milieuzones, een Pleijroute die dichtslibt. Hoe kunnen we dat oplossen?”

Er zijn nu twee thematische leeromgevingen in The O-Zone. Het Mobility Innovation Center (MIC) en Energy for Sustainable Built Environment (ESBE). Moeten bedrijven en overheden iets met die thema’s te maken hebben, als ze met studenten willen samenwerken?
EF: “We richten ons op energiegerelateerde bedrijven en hun vraagstukken. Dat is heel breed. We hebben nu inderdaad twee hubs. Maar dat het er in afzienbare tijd drie of vier worden, voorzie ik wel.”

Contact
Wilt u bijdragen aan The O-Zone of heeft u vragen? Neem contact op met Erik Folgering (erik.folgering@han.nl)

Bron: HAN Centre of Expertise – SEECE

Delen:
SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise)

SEECE is hét centre of expertise voor duurzame elektrische energie. Deze publiek-private samenwerking jaagt innovatie aan, zorgt voor voldoende arbeidscapaciteit en zet kennis om in financieel haalbare producten en diensten.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.