ElaadNL zet HAN-studenten in voor onderzoek testlab

Techniekstudenten van de HAN University of Applied Sciences doen sinds september onderzoek naar een toekomstige testfaciliteit voor het laden van elektrische voertuigen. De opdrachtgever, stichting ElaadNL, hecht veel waarde aan zijn band met onderwijsinstellingen. ‘We zijn mede gegroeid door studenten.’

De opdracht die de HAN-studenten van ElaadNL kregen, staat aan de basis van een zogenaamd S3-project. In dit soort projecten werken tweedejaars techniekstudenten structureel aan projecten voor bedrijven en onderzoeksgroepen. Zij leren in multidisciplinair verband samenwerken aan opdrachten die bijdragen aan een duurzame wereld.

Een goede ontwikkeling, vindt Rick Roor, relatiemanager & test engineer bij ElaadNL. Hij was drie jaar geleden zelf student op de HAN, waar hij de opleiding Automotive volgde. Hij leerde veel over brandstofmotoren, maar koos uiteindelijk voor een duurzame richting. ‘Uiteindelijk zal een auto een grote computer op wielen zijn, die – denk ik – vooral in grote steden rijdt.’

Laadinfrastructuur
Studenten die zich willen onderdompelen in duurzame mobiliteit zijn bij ElaadNL aan het juiste adres. De stichting werd in 2009 opgericht door netbeheerders, waaronder twee key-partners van SEECE: Alliander en TenneT. In deze tijd betraden de eerste stekkerauto’s het Nederlandse wegennet. Er waren nauwelijks laadmogelijkheden en wegenwachtservices waren niet toegerust op elektrische voertuigen met een lege accu.

Het primaire doel van ElaadNL was destijds: laadinfrastructuur aanleggen op strategische punten in heel Nederland. 10.000 stuks, om precies te zijn. In die periode deed de stichting veel kennis op over laadinfrastructuur. ElaadNL-technici werkten bijvoorbeeld aan transactiesystemen voor laadpalen en standaardisatie. Dat was geen overbodige luxe. ‘Sommige mensen reden met tien verschillende stekkers in hun achterbak, zodat ze overal konden laden’, zegt Roor.

Nadat 3500 laadpunten gerealiseerd waren, stopte ElaadNL met het aansluiten van laadpalen. ‘De markt pakte het op. Toen het commerciële plaatje in zicht kwam, heeft ElaadNL gezegd: wij trekken onze handen er vanaf, anders hebben we invloed op de concurrentie. Dat wilden we niet, we zijn tenslotte een stichting.’ ElaadNL ging door als een kennis- en innovatiecentrum op het gebied van slimme laadinfrastructuur.

Vraag en aanbod balanceren
Het doel van dit centrum is om de negatieve invloed van laadpunten op het elektriciteitsnet te minimaliseren. Elektrische auto’s vragen veel capaciteit van de energie-infrastructuur. ‘Een volle batterij van een grote Tesla Model S – goed voor circa 450 tot 500 kilometer rijden – staat gelijk aan de gemiddelde elektriciteitsbehoefte van een gezin, bestaande uit twee ouders en twee kinderen, voor een hele week.’

De uitdaging van ElaadNL wordt met de tijd groter. Omdat de batterijen van auto’s steeds meer capaciteit hebben, groeit de vraag naar laadpalen met een groot vermogen. Oftewel: laadpunten die voertuigen sneller van stroom voorzien. Daarbij wordt verwacht dat steeds meer bussen en zelfs vrachtwagens elektrisch gaan rijden. Ook die moeten snel van energie worden voorzien. ‘Die krijgen een stroomstoot en gaan door met de distributie van goederen. Als die stilstaan, wordt er niets verdiend.’

De stichting wil een speciaal testlab opzetten voor het onderzoek naar laden met grote vermogens. ‘In eerste instantie hadden wij het plan om testen in de publieke ruimte uit te voeren. Bijvoorbeeld op een busstation, waar dergelijke laadpunten aanwezig zijn. Maar het is bij nader inzien gewenst om daar een lab voor op te richten dat is afgesloten van andere elektronische apparatuur.’ Het lab moet samen met laadpaalfabrikanten, onderzoekscentra en kennisinstituten tot stand komen.

De rol van studenten
Een van die kennisinstituten is de HAN. De stichting zocht destijds engineeringstudenten om te onderzoeken welke apparatuur, software en constructies nodig zijn voor zo’n lab. Roor kwam via het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) in contact met de HAN en formuleerde een opdracht waar studenten zich voor konden inschrijven. Momenteel werken twee studenten elektrotechniek en drie studenten werktuigbouwkunde aan het project.

De studenten leveren eind januari 2020 een concept aan voor het testlab. ‘Dat is een concept met alle spullen die we nodig hebben en hoe we die willen indelen. Bijvoorbeeld wat voor materialen we nodig hebben voor technische constructies. En ze berekenen wat voor gewicht en krachten die kunnen hebben. Dat is geschikt voor de werktuigbouwjongens. De elektrotechniekstudenten zijn meer bezig met de meetapparatuur, de software en de aansluiting.’

De samenwerking met studenten is niet alleen van belang voor het nieuwe testlab van ElaadNL, het is ook een manier om de band tussen de HAN en de stichting te versterken. Een band waar beide partijen baat bij hebben. ‘Wij zijn heel erg gericht op vernieuwing en innovatie; de meest recente nieuwtjes willen wij weten. De HAN heeft een groot netwerk aan bedrijven waar wij misschien weer kennis kunnen opdoen. Daarnaast kunnen we de HAN helpen om lesmateriaal te verbeteren.’

Het is niet de eerste keer dat ElaadNL met het onderwijs samenwerkt, laat Roor weten. ‘ElaadNL is mede gegroeid door studenten. De stichting is als best een klein clubje begonnen, maar door het grote aantal onderzoeken door de jaren heen, trokken we veel onderzoeksstagairs aan. In eerste instantie deden we dat via universiteiten, maar de laatste tijd zijn we druk bezig met de HAN omdat we ook veel in de uitvoering bezig zijn.’

Bron: HAN Centre of Expertise – SEECE

Delen:

SEECE is hét centre of expertise voor duurzame elektrische energie. Deze publiek-private samenwerking jaagt innovatie aan, zorgt voor voldoende arbeidscapaciteit en zet kennis om in financieel haalbare producten en diensten.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.