Event over aardgasvrije wijken benadrukt noodzaak van samenwerking

Tijdens HAN Unexpected x Innovate vond een uitgebreide bijeenkomst over de uitfasering van aardgas plaats. Over één ding waren alle sprekers het 4 oktober eens: Nederland komt alleen betaalbaar van het aardgas af als betrokken partijen met elkaar samenwerken. En daar moeten ze vooral niet mee wachten.

Bezoekers van de HAN maakten 4 oktober kennis met innovaties en de innovatieve geesten die hierachter schuilgaan. In de centrale hal van de Faculteit Techniek passeerden aanwezigen een waterstofauto, een interactieve vloer en een tafel die een slim elektriciteitsnet simuleert. Een aantal meter verderop, in de aula, luisterden ze naar sprekers die grote maatschappelijke thema’s aansneden.

Een van die thema’s is de vervanging van aardgas in woonwijken. Tijdens de special Hoe komen we betaalbaar van het aardgas af? werd dit onderwerp onder de loep genomen vanuit allerlei disciplines. Van sociale wetenschap tot de meet- en regeltechniek. Op het podium stonden docenten en onderzoekers van de HAN en professionals uit het werkveld.

Een collectieve opgave
Technisch gezien zijn er geen belemmeringen om over te stappen op duurzame bronnen. Er zijn genoeg alternatieven voor het verbranden van aardgas. Sterker nog: de technologie die we nu hebben is de technologie waarmee we de energietransitie moeten verwezenlijken, merkt een bezoeker op. ‘Er is geen tijd om te wachten op baanbrekende innovaties.’ De vraag is: Welke alternatieven voor aardgas zijn de beste? En hoe kunnen die het beste geïmplementeerd worden in woonwijken?

Bovenstaande vragen kunnen niet door een enkele partij beantwoord worden, blijkt uit de introductiespeech van Jeroen Hatenboer. Hatenboer is directeur van Pioneering, medeorganisator van het evenement. Hij pleit voor vergaande samenwerking tussen overheden, onderwijs, onderzoekers en ondernemers. Professionals met verschillende achtergronden. De energietransitie kan niet alleen door technici worden volbracht.

‘Het is een collectieve opgave’, benadrukt ook Erik Jansen, associate lector Capabilities in Zorg en Welzijn bij de HAN. Jansen laat zien dat de manier waarop de samenleving is ingericht een rol speelt in energievraagstukken. Kan een opgave zoals de energietransitie bijvoorbeeld als collectief voltooid worden wanneer de een meer macht heeft dan de ander? De associate lector vraagt zich daarbij af of het moreel verantwoord is om individuen te laten doen wat ‘wij’ willen. ‘Ja, dat zou handig en prettig zijn als we zo de klimaatdoelstellingen willen halen. Maar is dat wel de goede opvatting van een collectieve opgave?’

Volgens Jansen schuilen er problemen in de sociaaleconomische context waarin de energietransitie plaatsvindt. Economische waarden botsen met waarden zoals zorg voor de planeet en solidariteit. ‘Het uitputtingsmodel dat we wereldwijd hanteren is het zogeheten neo-liberalistisch kapitalistisch systeem en dat is gericht op zoveel mogelijk winst maken voor een kleine groep begunstigden (…) en gebaseerd op het uitputten van onze grondstoffen en niet het behoud ervan. Het uitbuiten van zwakkeren en niet op solidariteit en welzijn voor iedereen.’

Complexe opgave
Zelfs als ‘het collectief’ in staat is om zijn pijlen gezamenlijk te richten op de energietransitie (of specifieker: het uitfaseren van aardgas in woonwijken) is dat een complexe opgave. Er is niet één oplossing die elke wijk kan adopteren, waarna de gaskraan dicht kan. Uit een presentatie van Frits Schultheiss, hoofddocent en promovendus op het instituut Built Environment, blijkt dat de gebouwde omgeving ontzettend divers is.

Die complexiteit hangt samen met de verschillende soorten woningen die Nederland rijk is en de manier waarop wonen georganiseerd is. ‘Als je kijkt naar de woningen in eigendom, dan zie je dat ongeveer de helft koopwoningen zijn. Ongeveer een derde zijn sociale huurwoningen van coöperaties. De woningvoorraad kent heel veel typologieën. Er zijn ongeveer zeven woningtypen. En er zijn vijf bouwperioden te onderscheiden. Dat geeft bij elkaar dertig uitvoeringen.’ De locaties waar deze woningen zich bevinden spelen ook een grote rol.

Er zal per wijk bepaald moeten worden wat de goedkoopste manier is om huizen duurzaam te verwarmen. Waar de ene rij woningen geschikt is voor warmtepompen zal een andere gebaat zijn bij een duurzaam warmtenet. Om onderbouwde keuzes te kunnen maken, ontwikkelde adviesbureau DWA een kostenmodel. Dit gebruiken ze onder andere om gemeenten te adviseren. Een zaligmakende oplossing zal dit model echter niet opleveren. ‘Dat is een pijnlijk punt. Energie zal hoe dan ook duurder worden voor ons. (…) Bijna alle opties zijn suboptimaal.’

Om deze suboptimale opties toch te integreren in het energiesysteem, op een zo goed mogelijke manier, is het belangrijk om een systeemvisie te hanteren. Dat blijkt uit een presentatie van Lector Meet- en Regeltechniek Aart-Jan de Graaf. Hij laat onder andere zien wat ervoor nodig is om wijken zelfvoorzienend te maken, op basis van duurzame bronnen. Op het scherm achter hem verschijnt een plattegrond van zijn woonwijk, met daarop de oppervlakte die nodig is voor zonnecellen en zeecontainers met batterijen voor energieopslag. Kort samengevat: veel te veel. Zelfvoorzienende wijken zijn geen aantrekkelijk streven.

Noodzaak tot samenwerking
Wie een wijk wil verduurzamen moet ook gebruik maken van bronnen en energieopslag buiten het woongebied. Het verwarmen van een woonwijk heeft daardoor niet alleen effect op de technici die aan het lokale energiesysteem werken en op de wijkbewoners. Wie ervoor wil zorgen dat de gaskraan dicht kan, moet rekening houden met verscheidene technologieën en partijen die betrokken zijn bij het energiesysteem als geheel. Samenwerking is daardoor cruciaal.

Jeroen Hatenboer liet tijdens zijn speech weten dat die samenwerking lastig kan zijn, maar dat is geen reden om het niet te doen. ‘In de energiesector, en aangrenzende sectoren, is het naïef om te denken dat alle partijen dezelfde taal zullen spreken.’ Daar moet men dus ook niet op wachten, aldus Hatenboer. ‘Maak een combinatie van die vier o’s die ik genoemd heb: onderzoek, onderwijs, overheid en ondernemers. Dan ziet u dat u verder komt.’

Andere sprekers op het event waren Arjen Meijer (Manager Business Development bij Verhoeven Vastgoedverbeteraars), Huub Schoenaker (HAN-docent aan de faculteit Economie en Management in het team Meervoudige Waardecreatie) en Eric Zinger (HAN-manager onderwijs voor werkenden Built Environment.)

Bron: HAN Centre of Expertise – SEECE

Delen:
SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise)

SEECE is hét centre of expertise voor duurzame elektrische energie. Deze publiek-private samenwerking jaagt innovatie aan, zorgt voor voldoende arbeidscapaciteit en zet kennis om in financieel haalbare producten en diensten.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.