Stortplaats geschikt voor solar park

Een voormalige stortplaats in Eerbeek kan worden omgebouwd tot solar park. Dat blijkt uit een haalbaarheidsonderzoek.

Stort Doonweg bv en de Eerbeekse-Brummense Energiemaatschappij(EBEM) zoeken een bestemming voor de voormalige stortplaats aan de Doonweg in Eerbeek, die sinds 2001 niet meer in gebruik is. Op de stort ligt een berg afval, die afkomstig is uit de papierindustrie. Die moet vroeg of laat worden afgedekt.

Oprichter en bestuurslid van de EBEM, Jaap Ypma, kreeg een duurzame ingeving toen hij langs het terrein van twaalf hectare fietste. ‘Ik werd getroffen door het enorme oppervlak. Daar moet een zonnepark op! Ging in een flits door mij heen’, zegt Ypma. Op die manier wordt de stort niet alleen afgedekt, maar levert die ook elektriciteit. ‘Vervolgens stelde ik mezelf drie vragen: kan het, mag het en levert het voldoende rendement?’

Ypma, oud-docent aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, schakelde studenten in om die vragen te beantwoorden. Vier studenten van de opleidingen hbo-rechten, bedrijfseconomie en civiele techniek deden vijf maanden onderzoek. Ze richtten zich op de technische mogelijkheden, kosten, opbrengsten, wet- en regelgeving en het rendement.

Een uitdaging, vertelt student civiele techniek Jean-Philippe Wijnen. ‘Het restafval uit de papierindustrie absorbeert water. Dat maakt de bodem instabiel. Het ene deel is een meter weggezakt en een ander deel drie meter.’ Wijnen bedacht uiteindelijk een stevige constructie, waarbij om de vijf meter een kunststof element wordt neergezet, met een steunlaag en afdekking. Op de steunlaag kan vervolgens zonnefolie worden bevestigd.Op die manier kan een grote hoeveelheid duurzame energie worden opgewekt, goed voor het jaarverbruik van circa 2000 huishoudens.

Maar een solar park is niet alleen goed voor de inwoners van Eerbeek, vertelt Ypma. ‘Dit soort projecten hebben een enorme spin-off. De producent van zonnefolie vertelde dat hij een tweede fabriek moet openen als dit project doorgaat. Het solar park wakkert bedrijvigheid aan.’

Student onderzoekt zonne-energiesysteem voor glazen dak

HAN-student Milan van Eeuwen ontwikkelt een zonne-energiesysteem voor gebouwen met een glazen dak. Die zorgt niet alleen voor energie, maar ook voor koele zomers.

Van Eeuwen deed onderzoek naar een zogenaamd Concentrating Photovoltaicsysteem (CPV), waarbij zonlicht wordt geconcentreerd en opgevangen met hoge efficiëntie zonnecellen. Van Eeuwen plaatste vlakke, kunststof lenzen onder een glazen dak die kunnen meebewegen met de zon. Op die manier blijft het licht binnen en wordt een maximaal rendement behaald.

Naast het opwekken van energie heeft dit systeem een aantal opvallende voordelen. Het kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor duurzame klimaatbeheersing. Als zonlicht wordt geconcentreerd en opgevangen, wordt het niet meer omgezet in warmte. Een fijne bijwerking tijdens hete zomers. Daarnaast kan warm water uit het koelwaterreservoir van de zonnecellen worden gebruikt.

CPV-systemen zijn niet nieuw, ze bestaan op velden en daken. Maar een variant onder een glazen dak is nog uniek, laat de HAN weten. Er is weinig kennis over deze toepassing. Dat zorgde voor een aantal uitdagingen, laat Van Eeuwen weten. ‘Het moet licht blijven binnen, de lenzen moeten alle kanten op bewegen, ik had beperkte inbouwruimte en het moet er ook nog elegant uitzien’, somt de afgestudeerde op.

Van Eeuwen laat weten dat de afstudeerperiode van zijn opleiding industrieel product ontwerpen te kort was om alle problemen te tackelen. Hij heeft aanbevelingen gedaan voor toekomstige afstudeerders die het stokje van hem overnemen.

Appels voorkoelen blijkt zeer efficiënt

Appels terugkoelen zorgt voor een enorme energiepiek in de oogstperiode. Uit onderzoek blijkt dat fruitboeren hun energiegebruik kunnen spreiden, door middel van een ijsvoorraad en sproeisystemen.

Appels worden een keer per jaar geoogst, terwijl die het hele jaar geconsumeerd worden. Daarom ruimen Nederlandse fruitboeren gekoelde voorraadcellen in, waar de appels worden teruggekoeld tot 1 °C en onder CA (controlled atmosphere) worden bewaard. Hierdoor blijven de vruchten het hele jaar goed.

Er zit een groot nadeel aan deze methode: de luchtinstallaties in de koelcellen gebruiken veel energie tijdens de drie weken durende oogstperiode. Hierdoor hebben fruittelers een hoge capaciteit aansluiting nodig, die de energiepiek aankan. Naast elke koelcel staat een transformatorhuisje dat het grootste deel van het jaar overbodig is.

RCT-rivierenland, aanjager van innovatie en samenwerking tussen bedrijven uit de agrarische wereld en de maakindustrie, organiseerde bijeenkomsten voor ondernemers die een mogelijke oplossing bedachten voor dit probleem: telers kunnen in de zomer een ijsvoorraad opbouwen met zonne-energie. Die kan in het oogstseizoen gebruikt worden om de appels terug te koelen. Dit zou dan niet alleen meer via koude lucht gebeuren, maar door middel van een waterbad.

Water heeft een aantal positieve eigenschappen. Er is minder energie nodig om de temperatuur van water te verlagen dan die van lucht. Bovendien worden appels gelijkmatiger gekoeld als er water gebruikt wordt.

Bouw- en aannemingsbedrijf J.C. Van Kessel uit Geldermalsen liet HAN-stagiair Robin Beukers onderzoek doen naar dit concept. Die concludeerde dat er teveel ruimte nodig is voor het onderdompelen van appels. Bovendien moeten de fruitkisten in het geval van een waterbad van elkaar af worden gehaald. Dat zorgt voor extra arbeidsuren of de aanschaf van extra machines.

Beukers onderzocht een alternatief: sproeisystemen. Uit berekeningen en testen blijkt dat deze bijna net zo effectief zijn als een waterbad. Beukers dompelde een kist met appels – met daarin acht temploggers – onder water. De kern van de appelen had binnen vijftig minuten de gewenste temperatuur. Deze daalde van 22 °C tot 5 °C. Met sproeiers duurde dit slechts twee minuten langer.

Een revolutionaire tijd. Met huidige luchtkoelinstallaties duurt het twee tot drie weken voordat de cel vol is en het fruit de juiste temperatuur heeft. Hoe langer de appels warm blijven, hoe lager de kwaliteit van de appels. ‘Appels verliezen suikers wanneer ze warm zijn. Hoe sneller ze afkoelen, hoe zoeter de vrucht’, aldus Beukers.

Volgens Edo Wissink, stagebegeleider van Robin Beukers en onderzoeker bij TNO en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, is dit systeem vooral interessant voor telers die willen uitbreiden. ‘Dat komt door de daling van de koudebehoefte per ton appelen en de toenemende koelcapaciteit. De huidige koelinstallatie heeft dan voldoende capaciteit om 30% meer cellen bij te bouwen.’