Veel interesse Samen Leren en Werken met Energie

18 Deelnemers zijn op 4 februari van start gegaan met de cursus Introductie in de Elektrotechniek, die is opgezet voor het project Samen Leren en Werken met Energie. Ze volgen de cursus, omdat ze niet de juiste achtergrond en kennis hebben om direct in te stromen in het project Werken en Leren Elektrotechniek. De deelnemers hebben een zeer diverse achtergrond, van havo tot universiteit, maar dan met een hele andere richting dan elektrotechniek. Tot aan de zomervakantie volgen ze iedere dinsdagmiddag lessen aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

De cursus
In de cursus maken de deelnemers ze zich de basiskennis van elektrotechniek eigen. Daarnaast volgen de meesten wis- en/of natuurkundelessen. Naast theorie- en praktijklessen kunnen ze meedoen aan een beroepsoriëntatie om kennis te maken met een bedrijf in de energiesector. Zo krijgen de cursisten een beter beeld van de werkzaamheden en beroepsmogelijkheden.

Arbeidstekorten
‘Samen Leren en Werken met Energie’ heeft een subsidie van 200.000 euro van de Provincie Gelderland en is een initiatief van SEECE, het Centre of Expertise Duurzame elektrische energie van de HAN en partners als Alliander, TenneT, DNV KEM, ALfen en KIEMT. Binnen dit leer-werkproject werken de HAN, middelbaar beroepsonderwijs (ROC Nijmegen, A12, Rijn IJssel, Graafschap College en Aventus) en bedrijven (Alliander, QConcepts, Alewijnse, IV-Industrie b.v. en NN Netherlands b.v.) samen om arbeidstekorten in de energiebranche tegen te gaan. Belangstellenden die in aanmerking komen, kunnen een baan in de energiesector combineren met een vierjarige deeltijdopleiding Elektrotechniek aan de HAN. Voorwaarde is wel dat zij een geschikte werkplek hebben gevonden.

Meet & Match
Op 25 april organiseert SEECE een Meet & Match-bijeenkomst voor potentiële kandidaten en bedrijven die geïnteresseerd zijn in Werken en Leren trainees.
Meer informatie: Mieke de Vries van de HAN: Mieke.devries@han.nl

Projectweek HAN Engineering

 

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=AKGQOtmzSqo]

Van 27 t/m 31 januari 2014 was de projectweek van het instituut Engineering van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. In deze week werkten 300 eerstejaarsstudenten verdeeld over 41 projectgroepen aan in totaal 25 opdrachten voor diverse opdrachtgevers.

Elke projectgroep bestond uit studenten van de opleidingen Industrieël Product Ontwerpen, Werktuigbouwkunde, Elektrotechniek en Technische Bedrijfskunde. De studenten presenteerden aan het eind van deze week het resultaat middels een A3 poster. Een jury koos een top 3 van beste oplossingen/concepten en er werd een publieksprijs uitgereikt.

De jury, bestaande uit Herman Janssen (directeur instituut Engineering), Fokko Bakker (vice-voorzitter van ingenieursvereniging KIVI NIRIA, afdeling Gelderland), Henk Arts (hogeschoolhoofddocent en founding father van de projectweek Engineering) en Henkjan Garretsen (lid Young KIVI en laatstejaars student Technische Bedrijfskunde) hebben de volgende top 3 samengesteld:

3e plaats
De 3e plaats werd gedeeld door twee projectgroepen. De ene projectgroep heeft voor de Stichting Monument voor de Arbeider de schoorsteen van de DRU fabriek omgetoverd tot opwekker van duurzame energie middels rotoren in de schoorsteen en het luchtkanaal. De andere projectgroep heeft voor het instituut Engineering een interactief logo ontwikkeld dat het duurzame karakter van het instituut uitstraalt. De bijbehorende prijs was een bedrag van €75,-.

2e plaats
De 2e plaats is gewonnen door een groep die voor de Zwarte Cross in het kader van afvalreductie drie concepten hebben ontworpen, waaronder een prullenbak vermomd als kunstwerk, mogelijk als bierglas of holle bolle Rikie die een beloning geeft wanneer deze vol zit. De bijbehorende prijs was een bedrag van €100,-

1e plaats
De 1e plaats is gewonnen door een projectgroep die aan de slag is gegaan voor HyET Solar. De opdracht was om nieuwe en unieke toepassingen te verzinnen voor hun flexibele, lichtgewicht zonnemodules. Het resultaat waar de groep mee kwam was een toepassing bij koeltransport, waar zij de reden waardoor de oplegger opwarmt (de zon) tevens gebruiken om deze te koelen. Volgens hun berekeningen kon hiermee een besparing van 1000 tot 1500 liter diesel per jaar gerealiseerd worden. De projectgroep bestond uit Mitchel van Loon, Mathijs Reuling, Bastien Bruyére, Tom van Zalm, Michiel Bottinga, Christiaan Venhuizen en tot slot ikzelf (Migon Schmitz). De bijbehorende prijs bestond uit toegangskaarten voor de Zwarte Cross.

Publieksprijs
De publieksprijs is gewonnen door de groep die het interactieve logo voor Engineering hebben ontworpen en tevens de 3e prijs heeft gewonnen. De publieksprijs was een jaar lidmaatschap voor KIVI NIRIA.

Vier doorbraakprojecten gesteund via Gelders Transitie Centrum (t.b.v. energiedoelstellingen provincie Gelderland)

De ondersteuning van het Gelders Transitie Centrum (GTC), een samenwerkingsverband van Stichting kiEMT, DNV KEMA en Wageningen UR, aan doorbraakprojecten heeft geleid tot de vorming van een aantal consortia. Voor deze consortia heeft GTC projectvoorstellen ingediend. Aan de volgende vier projecten is onlangs subsidie toegekend: onderzoek naar geconcentreerd zonlicht, onderzoek naar vloeibaar gas, Heat to power en ZoCool!

9 ton voor onderzoek geconcentreerd zonlicht
Het nationale programma TKI heeft een project voor onderzoek naar systemen rond geconcentreerd zonlicht goedgekeurd. Deze subsidieaanvraag is gedaan binnen het thema ‘Energie transitie in de Gebouwde Omgeving’van het GTC. Het consortium bestaat uit Gelderse MKB’ers, IDEeuwes en NTS Optel. Het onderzoek wordt gedaan door het Lectoraat Duurzame Energie van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen en diverse partners uit het bedrijfsleven.

Doel van het geconcentreerd zonlichtonderzoek is het energieverbruik in de gebouwde omgeving en van kassen flink terug te brengen. Hiervoor worden in de glazen daken van kassen en gebouwen vlakke, kunststof lenzen geïnstalleerd die meebewegen met de zon. Deze zogenoemde hoogconcentrerende foto voltaische systemen (HVPC) ontwikkelt het lectoraat speciaal voor deze omgeving. Hoogrendementszonnecellen kunnen tot veertig procent van het geconcentreerde licht omzetten in elektrische energie. Naast elektrische energie komt warm water en licht voor het gebouw beschikbaar. Door de afvang van veel zonnewarmte is er ook minder koeling voor het gebouw nodig.

4,3 miljoen voor onderzoek vloeibaar biogas
Ook het onderzoek naar vloeibaar gemaakt biogas, ofwel bio-LNG, is goedgekeurd in het nationale TKI programma. Het project heeft een omvang van 4,3 miljoen euro.
De brandstof is uitermate geschikt voor vervoerstoepassingen. Als vloeibaar biogas kan de brandstof beter worden ingezet voor vervoer dan biogas. Bio-LNG is veel compacter en er zijn geen compressietanks nodig om er auto’s op te laten rijden. Wat gasmotoren betreft maakte een masterstudent meet- en regeltechniek van de HAN een computermodel in Simulink van een thermo akoestische stirlingmotor, waarmee het gas vloeibaar gemaakt kan worden.
Het bio-LNG-project werd aangevraagd door Osomo, een bedrijf dat producten op het gebied van CNG en LNG levert, en is daarbij ondersteund door het GTC binnen het thema Duurzame mobiliteit. Daarnaast nemen Waterschap Vallei en Veluwe, de Nederlandse Gasunie en Rolande LNG B.V. deel aan het onderzoeksproject.

1,6 miljoen voor het project Heat to Power
Het Europese EUROSTARS programma subsidieert 1,6 miljoen euro voor het GTC project Heat to Power. Doel van dit project is om tegen concurrerende kosten elektriciteit op te wekken uit warmtestromen die over het algemeen van lage waarde zijn. Het project is een samenwerking onder andere tussen Climeon, IF Technology en DNV GL.
Lokale implementatie in Nijmegen en Doetinchem wordt onderzocht.

0.9 miljoen voor ZoCool! het fruitgebouw van de toekomst
Dit gaat om een systeem dat de energiehuishouding optimaliseert door opslag van overtollige zonne-energie in koude buffers voor een koelmachine. Deze energie is opgewekt door zonnepanelen, die geïntegreerd zijn in de daken van het fruitgebouw. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een DC micro-grid en een slim regelsysteem dat ontwikkeld is door Thermosmart. Bij het TKI project zijn de Van Kessel Groep, Van Kempen Koeltechniek, Thermosmart en de Wageningen Universiteit Research betrokken. Het door het GTC ingediende project en goedgekeurde project in het programma TKI Energo ZoCool! heeft een omvang van 0,9 miljoen euro.

Gelders energiedebat druk bezocht

Met 150 deelnemers, vooral uit lokale en provinciale politiek, energiebedrijven en enkele burgers was het druk bij het Gelders Energiedebat op 12-2-2014 in hotel de Wageningsche Berg. Het debat werd georganiseerd door Provincie Gelderland en werd geleid door Angelique Krüger van Omroep Gelderland.

Wind, zon, biomassa en fossiele brandstoffen

Aan de hand van de vier thema´s wind, zon, biomassa en fossiele brandstoffen werd gediscussieerd over initiatieven en beleid in Gelderland. Er kwamen veel kritische vragen en opmerkingen over windenergie: levert het nou wel zo veel op in Gelderland; er mogen geen natuurgebieden voor wijken. Dat gold ook over zonne-energie: het is toch veel efficiënter om in te zetten op energiebesparing? Naast zonnepanelen zou er ook aan andere innovaties gedacht moeten worden, zoals zonnefolie. De zonnefolie van Hyat wordt bijvoorbeeld gebruikt om de vuilstort in Eerbeek mee af te dekken en energie levert aan 1.400 huizen.

Het bleek dat in Gelderland veel ondernemers, met name in de agrarische sector, veel doen aan biomassa. Een van de aanwezigen hield een pleidooi om duurzame technologieën met elkaar te vergelijken op CO2-reductie, zodat er een eerlijker concurrentie komt. Naast de vier thema’s vroegen deelnemers aandacht voor warmtekrachtcentrales, waterkracht, isoleren en geothermie.

Het debat werd afgesloten met een rondje langs de Statenleden van de diverse partijen. Zij keken positief terug op het debat. Gedeputeerde Annemieke Traag en andere provinciale politici wezen er op dat de provincie “vreselijk veel” doet om duurzame energie te stimuleren, en er veel geld voor heeft.

Verslag via twitter

http://storify.com/BrechjeHollaard/gelders-energiedebat-12-02-2014

Op energiejacht met klimaatwijken

Een weddenschap over energiebesparing aangaan met je gemeente- of provinciebestuur? Sinds 2003 doen burgers dat in Vlaanderen met zogenaamde klimaatwijken. Het gaat er om dat ze in groepen van circa tien tot vijftien gezinnen in het stookseizoen in een halfjaar tijd 8% energie (elektriciteit en gas) besparen in hun woning.

Oscaruitreiking
De klimaatwijken worden geholpen door energiemeesters: vrijwillige experts in het besparen van energie. Halen ze de weddenschap, dan krijgen ze een beloning. In diverse regio’s worden er slotfeesten georganiseerd, soms tot een oscaruitreiking aan toe. De meeste wijken halen de 8% en winnen hun weddenschap. Vaak worden zelfs veel betere resultaten behaald. Zo wisten 403 gezinnen uit 23 gemeenten in de provincie Antwerpen samen 12 % energie te besparen, waarbij er 3 topwijken waren met een score van 33%.
Voorwaarde om mee te kunnen doen is dat de gemeente of provincie de weddenschap aan wil gaan. Daarnaast moeten je met minstens vijf gezinnen zijn. De deelnemers moeten wekelijks hun meterstanden van gas en elektriciteit doorgeven op www.energiejacht.be. Voor huishoudens zonder internet doet een energiemeester dit.

Simpel
De gezinnen proberen op allerlei manieren energie te besparen. Vaak gaat het om heel simpele dingen als het vervangen van douchekoppen door spaardouchekoppen en het dichten van spleten en kieren. Of de diepvriezer regelmatig ontdooien en het standby verbruik van apparaten uitschakelen.
Het Vlaamse initiatief kreeg in 2009 voor een periode van twee jaar een EU-subsidie om uit te breiden naar andere landen. Negen landen deden mee met ‘energy neighbourhoods’ -Nederland niet -, met in totaal 600 energy neighbourhoods uit 9 landen. Gemiddeld bereikten ze een besparing van 10%. Een Zweedse wijk won met een besparing van 37%.

Energieorganisaties zien toekomst in waterstofmobiliteit

Waterstofauto’s kunnen ons elektriciteitsnetwerk gezond houden, blijkt uit onderzoek van HAS-student Rick Cox. Zijn vondst, en andere voordelen van waterstofmobiliteit, werd 28 januari op de HAN besproken door toonaangevende energieorganisaties.

Nederlandse energieorganisaties bespraken dinsdag 28 januari onderzoeksmogelijkheden op het gebied van waterstofmobiliteit (vervoer met waterstofauto’s), tijdens een rondetafelconferentie op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Dit deden zij naar aanleiding van het onderzoek van Rick Cox, milieukundestudent aan HAS Hogeschool.

Afgevaardigden van – onder andere – het ministerie van Economische Zaken, Provincie Gelderland, Gemeente Arnhem, Liander, DNV GL, Gasterra bogen zich over de zaak, samen met ZKH Prins Carlos de Bourbon de Parme, boegbeeld en woordvoerder van Nederland Krijgt Nieuwe Energie (NKNE).

Er zijn gebruiksvriendelijke waterstofauto’s op de markt maar in Nederland ontbreekt een waterstofinfrastructuur. Oftewel: er zijn nauwelijks plaatsen waar auto-eigenaren waterstof kunnen tanken. Zonde, vindt Cox. Uit zijn onderzoek blijkt dat de aanleg van waterstoftankstations financieel en technisch haalbaar is en problemen met betrekking tot ons elektriciteitsnet kan oplossen. Beter dan batterij-elektrische voertuigen.

Tanken versus opladen
Waterstofauto’s hebben een aantal voordelen, ten opzichte van batterij-elektrische voertuigen. De actieradius van batterij-elektrische voertuigen is klein en het opladen van een accu duurt uren. Een waterstofauto is in 10 a 15 minuten volgetankt en heeft een actieradius die vergelijkbaar is met benzine- of dieselauto’s.

Bij grootschalige inzet van batterij-elektrische auto’s ontstaat een tekort aan laadpalen en parkeerplaatsen in stedelijke gebieden. Er is onvoldoende ruimte om auto’s voor lange tijd op één plek te hebben staan. Bovendien worden elektriciteitskabels overbelast, wanneer complete woonwijken volstaan met batterij-elektrische voertuigen.

Energiebuffer
Waterstoftankstations kunnen op het hoogspanningsnet worden aangesloten en kunnen bij goede regeling juist bijdragen aan de stabiliteit van deze netten. In het energieakkoord staat dat we in 2023 meer dan 10 GW aan windenergie opwekken. Om de energiepieken en – dalen op te vangen is 300GWh buffer nodig. Omdat het in Nederland soms dagen windstil is, moet minstens een week overbrugd kunnen worden met energieopslag. Dat is haalbaar met waterstofopslag.

De aanleg van buffers is een belangrijke stap in de energietransitie. De stabiliteit van het elektrisch net staat onder druk, door de toename van energie uit duurzame bronnen. De hoeveelheid opgewekte wind- en zonne-energie is bijvoorbeeld niet te regelen, waardoor het netwerk uit balans raakt. Dat kan leiden tot het uitvallen van het gehele elektriciteitsnetwerk.

Momenteel worden grote, niet-duurzame energiecentrales gebruikt om het net in balans te houden. Maar er is veel capaciteit nodig om een plotseling gebrek aan duurzame energie op te vangen. Zonder goed alternatief blijven gas- en kolencentrales operationeel. Duurzame opwekkers worden zelfs afgeschakeld om traditionele energiecentrales in de lucht te houden.

Er wordt veel aandacht besteed aan accuopslag, om de pieken en dalen in het net op te vangen. Zo kunnen elektrische auto’s dienen als energiebuffer. Auto’s die aan de laadpaal staan, kunnen bijvoorbeeld stroom terug leveren aan het net. Hiermee kan echter geen buffer worden opgebouwd, die groot genoeg is om grote pieken en dalen in de elektriciteitsproductie op te vangen.

Stabiliteit van het elektrisch net
Waterstof kan met behulp van elektriciteit relatief eenvoudig worden geproduceerd uit water. De installatie is zo eenvoudig dat ieder waterstoftankstation kan worden uitgerust met zijn eigen productie-eenheid. Tankwagentransport van waterstof van raffinaderijen naar tankstations is daarmee niet nodig. Bij overtollige opwekking van elektriciteit – door bijvoorbeeld windmolens – kunnen de waterstoftankstations extra waterstof produceren waarmee de pieken in het aanbod worden weggevangen.

Bij een gebrek aan opwekking kan de productie van waterstof juist worden ingeperkt om een tekort aan elektriciteit te voorkomen. Indien het opschroeven en inperken van de waterstofproductie nog niet voldoende is voor het stabiliseren van het elektriciteitsnet kunnen tankstations aanvullend worden uitgerust met brandstofcellen, die de grote hoeveelheden opgeslagen waterstof ook nog deels kunnen terug vormen in elektriciteit en deze inzetten om dreigende tekorten van elektriciteit aan te vullen.

De kosten van een waterstofinfrastructuur liggen tussen de 10 en de 15 miljard euro, wanneer alle 4200 tankstations, verspreid over Nederland, worden uitgerust met een productie-eenheid voor waterstof. ‘Mijn berekeningen zijn pessimistisch. Als een dergelijk project grootschalig wordt opgepakt, vallen de kosten waarschijnlijk lager uit’, zegt Cox.

Vervolg
Cox voerde zijn onderzoek uit voor Duurzame Energie Consult in samenwerking met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Het lectoraat Meet- en Regeltechniek van de HAN blijft zich samen met Duurzame Energie Consult inzetten voor onderzoek naar waterstofmobiliteit en de stabiliserende invloed daarvan op het elektriciteitsnet. De partijen die aanwezig waren op de rondetafelconferentie willen hier nauw bij betrokken blijven.

2 ton subsidie voor leerwerktrajecten energiesector

De provincie Gelderland verstrekt 200.000 euro subsidie voor het project Samen leren en werken met energie. Binnen dit leer-werkproject werken het hoger beroepsonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en bedrijven samen om arbeidstekorten in de energiebranche tegen te gaan.

Belangstellenden die in aanmerking komen, kunnen een baan in de energiesector combineren met een deeltijdopleiding Elektrotechniek aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). De leer-werkstudenten werken binnen hun functie bij een organisatie rondom thema’s die aansluiten bij de lesstof die ze op dat moment behandelen. Als zij het traject afronden, ontvangen zij een regulier bachelordiploma.

Met name mbo-afgestudeerden worden gemotiveerd om deel te nemen aan het project. ROC Rijn Ijssel, ROC A12, ROC De Graafschap, ROC Aventus en ROC Nijmegen zijn betrokken. Daarnaast neemt een aantal bedrijven deel aan Samen leren en werken met energie-project, waaronder Alliander, Qconcepts, NN-Netherlands, Iv-Industries, ALFEN en Alewijnse. In de loop der tijd nemen meer energiegerelateerde organisaties deel aan het project.

De verschillende partijen dragen bij aan een oplossing voor de tekorten in de energiesector. Door de overgang van fossiele naar duurzame energie is behoefte aan nieuw talent dat verstand heeft van nieuwe energietechniek. Daarnaast gaat een groot deel van de werkzame energietechnici de komende jaren met pensioen.

Het leerwerkproject werd geïnitieerd door het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), een samenwerkingsverband tussen de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, ALFEN, kiEMT, Liander, DNV GL en TenneT. Het opleiden van meer en betere energietechnici is een belangrijke doelstelling van SEECE.

Benut de energie van je klanten

Benut de energie van je klanten en fanatieke gebruikers om grote ambities waar te maken. Dit najaar sloten het kabinet, milieuorganisaties, vakbonden, werkgevers en tientallen andere organisaties vol trots een Nationaal Energieakkoord. De ambitieuze afspraken uit het Energieakkoord en het brede draagvlak bij stakeholders, zijn belangrijke mijlpalen op weg naar een duurzame economie. Een groot deel van de euforie over dit historische akkoord verdween al snel toen uit een doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving en ECN bleek dat de doelstellingen van het onderhandelingsakkoord vrijwel onhaalbaar zijn. De polderpartijen staan nu voor de uitdaging om de burger, die tot nu toe buiten spel stond, actief te gaan betrekken bij het realiseren van de ambitieuze doelstellingen. Waarom?

Lees verder

1,8 miljoen subsidie voor onderzoek bio-LNG

Het bedrijf OSOMO en haar onderzoekspartners – waaronder De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) – ontvangen bijna 1,8 miljoen euro voor onderzoek naar bio-LNG, vloeibaar gemaakt biogas. Deze brandstof is uitermate geschikt voor vervoerstoepassingen.

Onderzoekers van het lectoraat Duurzame Energie aan de HAN inventariseren manieren om biogas vloeibaar te maken. In die vorm kan de brandstof beter worden ingezet voor vervoer. Bio-LNG is veel compacter dan biogas en er zijn geen compressietanks nodig om er wagens op te laten rijden.

Verder onderzoekt de HAN hoe verontreiniging zonder onderhoud verwijderd kan worden en doen onderzoekers metingen om het rendement vast te stellen. De HAN heeft ervaring op het gebied van gasmotoren. Zo maakte een masterstudent meet- en regeltechniek een computermodel in Simulink van een thermo akoestische stirlingmotor, waarmee het gas vloeibaar gemaakt kan worden.

Het bio-LNG-project werd aangevraagd door Osomo, een bedrijf dat producten op het gebied van CNG en LNG levert. Daarnaast nemen Waterschap Vallei en Veluwe, de Nederlandse Gasunie en Rolande LNG B.V. deel aan het onderzoeksproject. Het maakt onderdeel uit van het goedgekeurde TKI-project Small Scale bio-LNG/LBM productie en conditionering.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland steunt onderzoek geconcentreerde zonne-energie

Het Lectoraat Duurzame Energie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) ontvangt 500.000 euro subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor onderzoek naar systemen rondom geconcentreerde zonne-energie.

Het lectoraat wil met de partners DNV GL, IDeeuwes, NTS-Optel, Sika Energy BV en S-Air International BV het energieverbruik in de gebouwde omgeving en van kassen flink terugbrengen. Dat doet het door middel van HCPV, hoog concentrerend foto voltaische systemen. In het HCPV-GO-project worden deze systemen voor de gebouwde omgeving ontwikkeld.

In kassen en gebouwen met glazen daken worden vlakke, kunststof lenzen geïnstalleerd die kunnen meebewegen met de zon. Hoogrendementszonnecellen kunnen tot veertig procent van het geconcentreerde licht omzetten in elektrische energie. Naast elektrische energie komt warm water en licht voor het gebouw beschikbaar. Door de afvang van veel zonnewarmte is er ook minder koeling voor het gebouw noodzakelijk.

De HAN heeft ervaring met HVPC. Zo ontwikkelden technici een zonnevolger met microcomponenten. De kennis achter deze technologie kan worden toegepast voor grotere systemen.

Igor Kluin over lokaal opwekken en delen van (zonne)energie

Vereniging Achmea, de vereniging van klanten van Achmea en een platform voor collectieve belangenbehartiging van klantleden, organiseerde afgelopen jaar enkele bijeenkomsten met als centrale thema netwerken, samenwerken, coöperatief ondernemen en de participatiemaatschappij.

Een van de sprekers tijdens deze bijeenkomsten was Igor Kluin, groene ondernemer en oprichter van Qurrent die aantoonde dat het lokaal opwekken en delen van (zonne)energie niet alleen milieuvriendelijk maar ook voordelig is voor de leden van de energiecoöperatie. Hij gebruikte zijn eigen buurt als voorbeeld hoe dit energieproject is aangepakt, wat er moest worden overwonnen en hoe het in de praktijk functioneert. Zo wordt op een gesloten facebooksite onderling de energieafname en het –aanbod verrekend. Kluin is naast oprichter van Qurrent medeoprichter van De Groene Zaak, een lobbyclub van ondernemers die ijveren voor versnelling naar een groene economie. Hij noemt Qurrent een energiebedrijf dat zo min mogelijk energie wil verkopen. Daarentegen vooral mensen helpen om tot 50 procent minder energie af te nemen bij hun energieleverancier. ‘Bewuster omgaan met energie en er op besparen begint met inzicht in je energieverbruik’.

Studenten pitchen concept mini-waterkrachtcentrale

Een HAN-student en studenten van Hogeschool Van Hall Larenstein(VHL) presenteerden vrijdag 20 december concepten voor een mini-waterkrachtcentrale.

Rond 1600 werd een aantal sprengen gegraven op het Veluwse landgoed Vosbergen, naast het plaatsje Heerde. Er ontstonden beken, die gebruikt werden voor wasserettes en watermolens voor de papierindustrie. Inderdaad, duurzame energie.

Vandaag de dag worden de beken niet gebruikt voor energieopwekking. Aftaab Elahi, student Industrieel Product Ontwerpen, en een groep VHL-tuinarchitectuurstudenten brengen daar verandering in. Zij ontwerpen een mini-waterkrachtcentrale. Elahi, die tevens stage loopt bij het Lectoraat Duurzame Energie, neemt het technische deel voor zijn rekening. VHL-studenten zorgen dat de installatie goed in het landschap past.

Afgelopen vrijdag presenteerden studenten hun uiteenlopende concepten op VHL, door middel van een maquette en een pitch. Op tafel stond een verlichte kunstboom, een horecagelegenheid, een glazen huisje met een microklimaat en meer. Voor het opwekken van energie willen de meeste studenten een vijzel gebruiken.

Na de presentaties vond een vergadering plaats met afgevaardigden van Provincie Gelderland, het Waterschap, VHL en het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise(SEECE). Die bepalen welke concepten verder worden uitgewerkt. De gelukkigen worden nog bekend gemaakt.

Stichtingsbestuur Cleantech Center geïnstalleerd

Het bestuur van Stichting Cleantech Center, een samenwerkingsverband tussen ondernemers en kennisinstellingen uit Oost-Nederland, werd 20 december geïnstalleerd bij ROC Aventus in Apeldoorn.

Het Cleantech Center is het kennisplatform waar ondernemers gebruik maken van de kennis en know-how van talent in het onderijs. Een plek waar studenten, docenten, praktijkbegeleiders én ondernemers kennis en technologie met elkaar delen. De fysieke plek van deze ‘incubator’ is het Pakhuis in Zutphen. Hier wordt hard gewerkt aan de voorbereidingen voor deze broedplaats, een startersfaciliteit voor cleantechbedrijven.

De werkorganisatie is achter de schermen al enige tijd bezig met de activiteiten van het Cleantech Center. Zo vindt op 3 en 4 februari de Holland Cleantech Challenge plaats, waarbij studenten zich twee dagen lang buigen over uitdagingen met schone technologie. De vraagstukken zijn door het bedrijfsleven ingediend en worden tijdens het congres Cleantech Tomorrow op 3 en 4 februari gepresenteerd.

Het bestuur bestaat uit topmensen uit Oost-Nederland. Die komen uit het onderwijs en het bedrijfsleven: voorzitter Jan Emmerzaal (Utwente) en bestuursleden Gideon Alewijnse (ROC Aventus), Henk Nieboer (Witteveen +Bos), Werner van Eelen (Remeha) en Leon Verhoeven (HAN). De directeur van het Cleantech Center is Henk Janssen, duurzaam ondernemer en innovatie-aanjager.

Studenten Elektrotechniek maken kennis met smart grids

Eerstejaarsstudenten Elektrotechniek van de HAN bezochten smart-grid-inspiratiecentrum Watt connects in november. Zij maakten kennis met slimme energienetwerken, aan de hand van een interactieve demotafel.

25 november vindt een van de laatste excursies van het jaar plaats. Een groep studenten omringt een grote, verlichte tafel. Elke deelnemer zit achter een scherm en bedient een controlepaneel. Een beamer projecteert een Arnhemse woonwijk in het midden van de tafel.

De studenten voorzien een digitaal huishouden van elektrische apparatuur. Grafieken op een scherm aan de muur geven het stroomverbruik en de opwek weer. En – het onoverkomelijke gevolg van te veel gelijktijdige belasting of duurzame opwekking – kapotte zekeringen en zelfs een lokale black-out!

Het echte, huidige energienetwerk is niet bestand tegen grote hoeveelheden duurzame elektrische energie. Doordat huishoudens zelf energie opwekken, verandert de richting en timing van energiestromen. Dat maakt balanshandhaving op het net ingewikkeld.

De hoeveelheid duurzame energie levert nu al problemen op in Europa. “In Duitsland geeft een op de vier zon-PV-systemen problemen in het laagspanningsnet”, legt consultant elektrische energie bij DNV KEMA Peter Vaessen uit. “Over kleine transformatorhuisjes en lokale opwek weten we bijna niks. Ter vergelijking: van de stroom die uit grote centrales komt en de grote transmissieverbindingen weten we alle waarden van spanning en stroom op de milliseconde.”

Op het scherm naast de demonstratietafel zien de studenten wel hoeveel energie het net op gaat en hoeveel energie verbruikt wordt. Zij krijgen de opdracht om het net weer balans te brengen. En dat gaat niet zonder slag of stoot. Op de tafel staat een kleine graafmachine met een RFID-chip die een defecte kabel veroorzaakt in de simulatie.

De opdracht is een eyeopener, blijkt uit reacties van de eerstejaarsstudenten. “We zijn Elektrotechniek gaan studeren omdat we elektrisch vervoer interessant vonden. Maar we hebben onze studierichting nog niet bepaald. Het is goed om in het eerste jaar kennis te maken met allerlei soorten technologie. Bij energienetwerken hebben we eigenlijk nooit stilgestaan”, laat een groepje studenten weten.

Het inspireren van potentiële energietechnici is een belangrijke functie van Watt connects. Door de transitie van fossiele naar duurzame energie, hebben energiebedrijven talent nodig dat verstand heeft van nieuwe energietechnologie. Er is een mooie carrière weggelegd voor studenten die zich specialiseren in nieuwe energietechnologie.