green village tu delft

Green Village: een podium voor nieuwe ideeën

In de tweede helft van 2014 wordt begonnen met de bouw van Green Village, een locatie op de campus van de TU Delft die moet uitgroeien tot een dorp van onder andere twintig tot veertig gebruikte zeecontainers. Studenten, onderzoekers en bedrijven verbouwen de containers tot laboratoria, werkruimten en ontmoetingsplekken. Het is de bedoeling dat het dorp geheel zelfvoorzienend wordt.

Testen

In de Green Village testen ze onder meer verschillende toepassingen van LED-verlichting, een elektriciteitsnet op gelijkstroom en een energiecentrale van auto’s met brandstofcellen.
De TU Delft draagt financieel bij met zo’n € 5 mln. in de aanloopfase. Enkele tientallen bedrijven hebben materialen toegezegd en kunnen een ruimte op terrein huren. Ad van Wijk, buitengewoon hoogleraar Future Energy Systems aan de TU Delft is de initiatiefnemer van de Green Village. “We willen er jonge ondernemers met goede ideeën op het gebied van duurzaamheid een podium geven en in contact brengen met potentiële klanten.”

Rijtjeshuis

Het eerste huis in het dorp is een concept van Prêt-à-Loger (klaar om te wonen). “Nederland telt 1,4 miljoen naoorlogse rijtjeshuizen. Voor dit type huizen hebben we een ‘huid’ ontwikkeld die als een isolatiekap over de bestaande bouw ligt. We bouwen een glazen serre, voorzien van zonnepanelen aan het huis, om het woonoppervlak te vergroten”, zegt Josien Huizinga van Prêt-à-Loger. De serre is zo ontworpen dat hij zich aanpast aan de seizoenen. In de winter en op koude dagen fungeert de ruimte als wintertuin en als warmtebuffer. Op warmere dagen kunnen de deuren tussen de serre en de woonkamer open en in de zomer schuiven de serredeuren volledig open zodat de hele tuin vrij is. De woning is energieneutraal.

De studenten willen de woningen ook voorzien van reservoirs voor regenwater dat als grijs water in en om het huis kan worden gebruikt. Ze mogen het concept komende zomer uitvoeren op de Solar Decathlon in Versailles. Daarna verhuist de woning naar de Green Village. Verschillende bouwbedrijven hebben zich als sponsor aan het project verbonden en hebben interesse in de uitvoering.

Partners

Van Wijk moedigt studenten en medewerkers van de TU Delft aan contacten te leggen met het bedrijfsleven. Die kruisbestuiving is essentieel. “We hebben afspraken gemaakt met gevestigde bedrijven om die jonge ondernemers te helpen. Bijvoorbeeld door nieuw ontwikkelde technologie toe te passen in hun producten. Onderzoekers missen vaak een kader waarin hun ze ontdekking kunnen plaatsen. Een perfect idee blijft hangen in de onderzoeksfase, terwijl een systeemtest moet uitwijzen of het ook in de praktijk werkt. Ik pleit dan altijd voor een design freeze, het moment dat onderzoekers een toepassing voor hun product of idee moeten verzinnen. Technisch georiënteerde mensen vinden dat moeilijk. Wij zoeken de juiste partners om te zorgen dat het op de markt komt. Pas dan gaat een idee leven.” Over een paar maanden start de bouw van het evenementencentrum en het restaurant van de Green Village.

Dit artikel is een verkorte versie van het artikel op Duurzaam Bedrijfsleven en met toestemming overgenomen.

Interview: start-up met 100% circulaire waterzuivering

BTN International (Back To Nature, gebaseerd op efficiëntie uit de natuur) is een start-up in Greenhouse Arnhem van Paul Wolschrijn en Engbert Lamberts. Cradle-to-cradle of circulaire economie ligt aan de basis van hun systeem om water te zuiveren en tegelijkertijd het slib te verwaarden.

Waarom International?

Engbert: “ De grootste vraag naar ons waterzuiveringssysteem Cyclobe® komt uit Oost-Europa, Azië en Afrika. Niet dat de onze minder interessant is voor Nederland en bijvoorbeeld Duitsland. Maar de bestaande waterzuiveringssystemen zijn met enorme investeringen neergezet en het vervangen van deze systemen zou geldvernietiging zijn. Dus Cyclobe® is vooralsnog vooral interessant voor markten waar nieuwe waterzuiveringen nog moeten worden gebouwd. En dat geldt zowel voor de markt voor het communale als het industriële afvalwater.”

Wat is er zo anders aan?

Paul: “Onze waterzuivering kan op zijn eigen energie en warmte draaien. Afval bestaat niet, dat is onze grondgedachte. Alles is te hergebruiken voor energie. Van afvalwater kun je herbruikbaar water maken. En van de biomassa slib, die overblijft bij waterzuivering, kun je heel goed brandstof of biomeststof maken. Daarvoor hebben we onze BioDry® droogvergister ontwikkeld. In deze droogvergister maken we gas dat wordt omgezet naar warmte en elektriciteit. En daarop draait Cyclobe®.”
Engbert voegt eraan toe: “En de waterzuivering is snel en flexibel op te bouwen. Het werkt modulair. TRXY® – je spreekt het uit als Trixie – zo heet onze modulaire tankbouw, heeft procesmodules zoals mengen, beluchten en filtreren. TRXY’s zijn er van 500 tot 1.500.000 liter, en zijn eenvoudig te transporteren over de hele wereld. De aanschaf-, transport- en bouwkosten zijn relatief laag voor klanten, helemaal in vergelijking met de bestaande systemen.”

Greenhouse en kiEMT

BTN International is in 2010 begonnen. Paul had veel wereldreizen gemaakt en gezien dat het anders kon. Engbert dacht er net zo over en liep al 15 jaar met het idee om voor zichzelf te beginnen. In Greenhouse Arnhem kwamen ze in contact met elkaar. “We kregen een pre-seed lening van kiEMT. In de Greenhouse hebben we een goede werkplek, veel waardevolle contacten en krijgen we goede adviezen. We hebben een groot netwerk kunnen opbouwen. Een student van de HAN, die al zijn eigen bedrijf Blue Eyes Development heeft, doet voor ons de vormgeving, zoals van de website en folders.”

Groei

Paul: “We werken inmiddels samen met vijf vooraanstaande bedrijven en hebben verkoopkantoren in verschillende landen. Er zijn allemaal mensen voor ons op pad in landen als Indonesië, China, Roemenië en Turkije, die gesprekken voeren met overheden en bedrijven over ons systeem. Binnenkort zijn er pilots in Tanzania en Sierra Leone. Onze droom komt steeds dichterbij.”

textiel hennep Arnhem

Arnhemse start-up ontwikkelt textiel van hennep

Bij hennep denk je natuurlijk niet direct aan kleding. Maar als het aan Ben Ratelband ligt, staat Nederland binnenkort bekend als het land van de hennepkleding. In 2013 begon hij het bedrijf StexFibers B.V., dat hennepvezels ontwikkelt waaruit hoogwaardig textiel kan worden gemaakt.

Het bedrijf bestaat naast hem uit George Gleichman en Romke de Vries. Ben doet de business development, George de marketing en Romke is de landbouwtechnicus die werkt aan de productontwikkeling. De start-up in Greenhouse Arnhem reist de hele wereld over om zijn product te promoten.

95% minder water

Ben Ratelband: “Ons bedrijf heeft een techniek ontwikkeld om de vezels van hennep te verfijnen. Deze vezels zijn sterk, zacht, absorberen goed en ademen. Bovendien zijn ze ook nog eens anti-bacterieel. De voordelen zijn enorm: hennep heeft 95% minder water nodig dan katoen. Een enorme besparing. En er zijn geen insecticiden of pesticiden nodig.”

Productie

Inmiddels zijn er in het laboratorium de eerste lappen stof geproduceerd. Ben: “In de tweede helft van 2014 willen we de productie opschalen. We hebben er alle vertrouwen in dat we een product gaan leveren waar veel klanten blij mee zullen zijn. Niet in de laatste plaats omdat er veel minder water wordt verspild en het gebruik van chemicaliën wordt geminimaliseerd.”

biobased opleidingen

Overzicht van Biobased Economy-opleidingen

Welke biobased opleidingen zijn er anno 2014 op universitair-, hbo,- en mbo-niveau? En welke onderwijsprogramma’s en lesmodules zijn er voor voorgezet- en basisonderwijs? Op basis van o.a. rapporten van Be-Basic is een overzicht opgesteld op Kennisnet Biobased Economy, die hieronder staan. Ontbreken er opleidingen? Geef ze door, met hyperlink naar de opleiding! Dat kan door een reactie op dit bericht te plaatsen.

In de lijst staan aanvullingen van Jeroen Sluijsmans (namelijk Center for Biobased Economy, HAS Hogeschool, CAH Dronten en inHolland). Ook is een aanvulling (26-09-2014) toegevoegd over een lespakket voor het basisonderwijs van Nina de Jongh (van het Centre of Expertise Biobased Economy.

Wetenschappelijk onderwijs

Wageningen UR
TU Twente Green Energy
Universiteit Utrecht Sustainable Development – Copernicus Instituut

HBO

Lesmaterialen:
– BOGO van groene grondstoffen naar biobased materialen: eigenschappen van polymelkzuur
– BOGO van groene grondstoffen naar biobased materialen: van melkzuur naar polymeren
– IF1405: Biobased Economy, study manual

MBO

• Helicon: Green Engineering – Biobases Business
Veel mbo-opleidingen zijn bezig momenteel bezig met het ontwikkelen van biobased modules of opleidingen. Op Kennisnet Biobased Economy wordt het overzicht regelmatig geactualiseerd.

Voortgezet en basisonderwijs

Hier staat lesmateriaal voor voortgezet onderwijs, zoals de nlt-module Food or fuel?, en voor basisonderwijs, zoals Maak zelf bioplastic.

Voor het basisonderwijs heeft het Centre of Expertise Biobased Economy (Avans en HZUAS) een lessenpakket ontwikkeld voor de PABO. Dit is uitgedeeld bij meer dan 160 basisscholen.

rvo regelingen

Nieuwe regelingen energiebesparing in industrie

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorheen Agentschap NL) komt met nieuwe regelingen voor energiebesparing in de industrie. Het gaat om subsidies op early adopter- en grootschalige pilotprojecten. 

MKB-technologieleveranciers met minimaal twee potentiële eindgebruikers kunnen gebruik maken van de early adopter-projecten. De bedoeling is dat je zicht krijgt op de (technologische) levensvatbaarheid van energiebesparende procestechnologie of concepten. Nieuwe toepassingsgebieden hebben hierbij de voorkeur. Bij de subsidie voor grootschalige pilotprojecten gaat er om dat onderzoekers een representatief prototype testen in een realistische omgeving.

Nieuw is daarnaast de mogelijkheid voor MKB-ondernemingen om een haalbaarheidsstudie voor wind op zee uit te voeren voordat ze aan de slag gaan met een onderzoeks- en ontwikkelingsproject.

Vanaf maart

De regelingen worden vanaf deze maand opgesteld en hebben betrekking op:
•Bio-energie (kostprijsreductie elektriciteits- en warmteproductie)
•Energiebesparing in de gebouwde omgeving
•Energiebesparing in de industrie
•Gas (LNG en Groen gas)
•STEM (Samenwerken Topsector Energie en Maatschappij)
•Wind op zee
•Zonne-energie

Meer informatie 

plastic zonnecel

Plastic zonnecellen: de toekomst van goedkope zonne-energie?

Het aantal zonnepanelen op de Nederlandse daken zet zich gestaag door. Toch bestaat er ook een grote marktgroep die wel interesse heeft in zonnepanelen, maar de investering hierin niet kan opbrengen. Het feit blijft dat silicium zonnepanelen hoge productiekosten kennen. De opkomst van organische zonnecellen biedt hoop voor deze mensen!

Forse investering

De aanleg van veel huidige zonnepanelen is mogelijk gemaakt door subsidies van de Nederlandse overheid. Helaas staan deze subsidies onder constante druk, zeker in tijden van economische crisis. Ondanks het dumpen van Chinese zonnepanelen op de Europese markt, blijven panelen een forse investering. De kosten zijn vooral te wijten aan een duur en energie-intensief productieproces, waarbij de gebruikte materialen zeer zuiver gemaakt moeten worden. Daarom zijn onderzoekers al jaren op zoek naar nieuwe technologieën en materialen voor goedkopere zonnepanelen.

Goedkoop

Eén van de benaderingen is de ontwikkeling van zonnecellen van compleet nieuwe materialen, namelijk organische zonnecellen – ook bekend als plastic zonnecellen. Het gebruik van deze materialen kent een aantal belangrijke voordelen boven gewone silicium zonnecellen. Ze zijn goedkoop te maken uit eenvoudige grondstoffen. Bij de productie zijn geen vacuümsystemen nodig, zoals bij silicium, en het kan bij kamertemperatuur plaatsvinden. Daarnaast zijn de materialen dunner en bovendien flexibel, waardoor ze gemakkelijk te verwerken zijn in kleding, rugzakken en goedkope lichtgewicht elektronica.

Minderwaardigheidsgevoel

In de afgelopen jaren was het rendement van deze zonnecellen nog niet zo geweldig. Waar de reguliere silicium panelen 15 tot 20% van het zonlicht in energie omzetten, bleven plastic zonnecellen lange tijd onder de 10%. Prof. dr. Kees Hummelen, hoogleraar organische chemie aan de Rijksuniversiteit Groningen en één van de pioniers van de organische zonnecel, stelde in 2012 zelfs dat er “een soort minderwaardigheidsgevoel was onder wetenschappers die aan plastic zonnecellen werken”. Deze onderzoekers denken “dat hun zonnecellen nooit zo goed worden als die van silicium”. Dat dit nergens voor nodig was, toonden Hummelen en een collega van de Universiteit van Denver aan met theoretische modellen en computersimulaties. Daaruit blijkt dat plastic zonnecellen in potentie net zo’n hoog rendement kunnen halen als silicium zonnecellen.

Records

Efficiënte organische zonnecellen lijken steeds meer werkelijkheid te worden. Waar in 2001 het rendement nog op 3% lag, was dit in 2011 al rond de 8%. In 2012 vestigde het Duitse bedrijf Heliatek een nieuw record van 12%, wat een sterke potentie biedt voor de toekomst. De Duitsers willen over twee jaar een rendement van 15% halen. Dat lijkt niet onmogelijk aangezien het bedrijf al meerdere records op zijn naam heeft staan.

Tegelijk richt Heliatek zich op de mark en wordt er gewerkt aan de eerste fabriek voor plastic zonnecellen. Dit biedt een interessante blik op de toekomst. Bieden de organische zonnecellen van Heliatek de weg naar een betaalbare, duurzame toekomst?

Keuzegids roept HAN-Master Control Systems Engineering uit tot topopleiding

De Keuzegids Masters 2014 roept de Master Control Systems Engineering (MCSE) uit tot topopleiding! Het Engelstalige HAN-programma staat op nummer 6 in een overzicht met Nederlandse masteropleidingen.

In de bewoordingen van de Keuzegids: ‘Control Systems wordt zeer gewaardeerd. Inhoud en docenten krijgen veel complimenten en de opleiding slaagt erin ruime aandacht te schenken aan onderzoeks- én praktijkvaardigheden’. Uit de gids valt op te maken dat zowel studenten als experts onder de indruk zijn. Zij zijn over alle facetten van de opleiding goed te spreken zijn, met name over de inhoud, docenten, informatievoorziening en faciliteiten. Het is inmiddels het vierde jaar op rij dat MCSE wordt geprezen in de keuzegids.

Verschillende medewerkers van het Instituut Engineering, het lectoraat Meet- en Regeltechniek en het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) zijn betrokken bij dit masterprogramma. Zij werken samen met het bedrijfsleven, waardoor de masterstudenten kennis en vaardigheden opdoen waar bedrijven behoefte aan hebben.

Duurzame energie
Dit studiejaar werd binnen MCSE de specialisatie Energy Management in het leven geroepen, naast de bestaande richtingen Process Industry en Mechatronics. Door de overgang van fossiele naar duurzame energie staan energiebedrijven te springen om medewerkers die verstand hebben van nieuwe energietechnologie.

Keuzegids
Met de Keuzegids Masters 2014 van het Centrum Hoger Onderwijs Informatie (CHOI) wil het CHOI potentiële studenten objectief en onafhankelijk informeren over het masteraanbod in het Nederlandse hoger onderwijs (zie ook www.keuzegids.org).

De kwaliteitsoordelen in de gids zijn voor twee derde gebaseerd op bewerkingen van de Nationale Studentenenquête, en voor een derde op expert-oordelen in het kader van de accreditatie van opleidingen door keurmerkorganisatie NVAO. Dit jaar zijn 730 masters beoordeeld.

handboek EU milieubeleid

Nieuw handboek EU-milieubeleid en Nederland online

Sinds 1 maart 2014 is het Handboek EU Milieubeleid beschikbaar. In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu hebben het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM; Vrije Universiteit), het T.M.C. Asser Instituut en het Amsterdam Centre for Environmental Law and Sustainability van de Universiteit van Amsterdam (ACELS; Universiteit van Amsterdam) het oude handboek vernieuwd. Voortaan wordt het boek regelmatig geactualiseerd, omdat de ontwikkelingen in milieubeleid- en regelgeving niet stilstaan.

Beleidsterreinen

In de publicatie staan per beleidsterrein de hoofdzaken van de Europese en de Nederlandse milieuregelgeving en milieubeleid:
• De hoofdlijnen van het EU-milieubeleid
• Integratie
• Water
• Afval
• Lucht en industriële emissies
• Gevaarlijke stoffen
• Radioactiviteit
• Natuur en landschap
• Geluid
• Milieu-effectrapportage, informatie en planning
• Financiële en economische instrumenten
• Internationale verdragen
• Klimaatverandering

De indeling is gebaseerd op de EU-wetgeving. Het boek meldt ook belangrijke jurisprudentie. Het is niet puur een juridisch naslagwerk; het besteedt ook aandacht aan de achtergronden van het beleid en de bereikte resultaten.

vloeibare batterij

Revolutie in opslag duurzame energie

Een groep onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology is ervan overtuigd dat vloeibare metalen de oplossing kunnen bieden voor het optimaal profiteren van duurzame energie. Ze zijn een aantal jaar geleden de startup Ambri gestart, waarin ze werken aan commerciële toepassingen met batterijen op basis van vloeibare metalen. Die zullen uiteindelijk in staat moeten zijn om op grote schaal duurzame energie op te slaan. Slaagt de startup in zijn opzet, dan zet de nieuwe batterij volgens experts van Bloomberg de hele batterij-industrie op zijn kop.

Bill Gates

Ambri heeft enkele jaren geleden 15 miljoen dollar ontvangen van onder anderen Bill Gates, Vinod Khosla en het Franse energiebedrijf Total voor de ontwikkeling van zijn batterijen. En onlangs won de startup 250.000 dollar van de staat New York om een prototype van een tien meter grote batterij op basis van vloeibare metalen te ontwikkelen en te testen met Con Edison Inc. Over een jaar staan de eerste twee prototypes gepland op een militaire basis in Massachusetts en op een windmolenpark in Hawaii.

Drie keer lagere kosten

De batterij is een uitvinding van MIT hoogleraar Chemische Materialen, Donald Sadoway, die zich liet inspireren door een technologie, gebaseerd op de schaalvoordelen van moderne metalektrokunde en aluminium smelters. De nieuwe technologie zou het mogelijk maken om de opslagkosten te verlagen tot minder dan 500 dollar per kilowattuur, wat drie keer lager is dan de huidige opslagmogelijkheden. Vorig jaar november opende Ambri zijn eerste fabriek.

Bronnen: Ecowatch, Bloomberg, Greentechmedia en Utilities

Veel aandacht voor Arnhemse modeontwerper op SXSW

South by Southwest (afgekort tot SXSW) is een festival dat sinds 1987 jaarlijks in de lente wordt gehouden in Austin (Texas) in de Verenigde Staten. In de beginjaren kende SXSW uitsluitend muzikale optredens. Het festival bestaat sinds 1994 uit drie delen, waarvan een over muziek, een over film en een over interactieve media.

Met name het deel over de interactieve media trekt ieder jaar meer bezoekers (waaronder veel Nederlanders). En niet voor niets, SXSW is de plek waar startups als Twitter en Foursquare succesvol zijn gelanceerd. Nederlandse verslagen zijn o.a. te vinden op Fast Moving Targets en de blog van New Media Brains.

Lees verder

solardak zonnedak Borculo

Nieuw solardak voor 460 gezinnen

Borculo krijgt op industrieterrein Overberkel het grootste solardak van de regio. Voor de zomervakantie worden er op de daken van de bedrijfshallen van B & B Caravantechniek 6.840 zonnepanelen gelegd. Die zijn goed voor een opbrengst van 1,8 MW en kunnen 460 gezinnen van stroom voorzien.

Op eigen houtje

Investeerder Nieuw Hollands Groen, een bedrijf dat is opgericht door enkele Achterhoekse ondernemers uit Noordijk, Lochem en Laren, gaat het zonnepanelendak zonder subsidie realiseren. Vergunningen zijn er ook niet nodig om zonnepanelen op het dak aan te brengen. “Dit is gewoon een mooi project van een stel Achterhoekse ondernemers, die dit op eigen houtje en op eigen risico exploiteren”, aldus CEO Frans Wieringa. Nieuw Hollands Groen wil het duurzaam ondernemen vanuit Nederland bevorderen en investeert in bedrijven die duurzame technieken inzetten en deze aantoonbaar, op termijn, winstgevend kunnen exploiteren.

Gevonden met Google Earth

De investeerder kwam op de bedrijfshallen van B & B Caravantechniek door “gewoon via Google Earth te kijken welke industriepanden qua oppervlakte en ligging het meest interessant zijn voor de plaatsing van zonnepanelen”. Frans Wieringa: “Het pand is één van de grootste op Overberkel en ligt perfect. De hallen hebben zowel daken op het zuiden als op het oosten en westen. Dus je kunt van zonsopkomst tot zonsondergang optimaal profiteren.”

Hans Beerten, de directeur van de bedrijfshallen, werkt graag mee aan het verhuren van zijn daken: “Mijn bedrijf profiteert er van en draait straks helemaal op groene energie van de zonnepanelen op mijn eigen dak. Dat is duurzaam ondernemen.”

Belonen met korting

Voor het zonnepanelenproject in Borculo wordt de lokale coöperatie New Sources Energy Borculo opgericht. Inwoners van Borculo en omliggende postcodegebieden kunnen er lid van worden. In ruil daarvoor krijgen ze groene stroom met een belastingkorting van 9 cent per kWh. Het bedrijf maakt daarbij gebruik van nieuwe wetgeving die vanaf begin dit jaar collectieve energie-opwekking in lokale coöperaties beloont met een belastingkorting van 9 cent per kWh. Voorwaarde is dat alleen inwoners binnen dezelfde en omliggende postcodes mee mogen doen. Daarnaast geldt dat gezinnen niet meer energie mogen opwekken dan ze verbruiken. De regeling is alleen voor kleinverbruikers met een maximumverbruik van 10.000 kWh.

Grootschalig in coöperatievorm

Volgens Frans Wieringa is het Borculose project het eerste in Nederland dat zo grootschalig in coöperatievorm rendabele zonne-energie gaat opwekken. Het is ook het eerste grote project van Nieuw Hollands Groen. Mocht het een succes worden, dan heeft Nieuw Hollands Groen een tweede industriepand in Borculo op het oog voor een vervolg.

zonnepanelen scholen Arnhem

lijsttrekker GL Arnhem: Nu doorpakken op schone energie in Arnhem

Het is tijd om de komende vier jaar aan de slag te gaan met schone energie in Arnhem. De afgelopen jaren is er veel gesproken over duurzame energie, maar het is te veel blijven steken op duurzaamheid als citymarketing. Mooie woorden, maken nog geen schone energie, dat is de afgelopen jaren wel gebleken. De doelstellingen uit het coalitieakkoord zijn bij lange na niet gehaald. In plaats van een daling in het energiegebruik is het gebruik in Arnhem de afgelopen jaren zelfs gestegen.

Laten we daarom nu stoppen met praten en beginnen met acties met bewezen effect. Dit betekent inzetten op meer zonnepanelen, isoleren van woningen en het duurzaam maken van de gemeentelijke organisatie. Het is tijd voor doorpakken op dit thema zodat het energiegebruik over vier jaar wel echt is afgenomen.
Arnhem profileert zich als een groene en duurzame energiestad.

Bij zo’n profiel hoort ambitie: GroenLinks wil dat in 2020 20 procent van de in Arnhem gebruikt energie duurzaam is opgewekt.

Voor scholen zorgt de energierekening voor een grote kostenpost. Geld dat veel beter voor andere zaken ingezet kan worden. De laatste jaren zijn er op vijf scholen zonnepanelen geplaatst. Dit is een mooi begin, maar niet meer dan dat. Scholen die zonnepanelen op hun daken willen, kunnen hiervoor een lening bij het Rijk aanvragen op de voorwaarde dat de gemeente hiervoor garant staat. De gemeente Arnhem wil dit helaas niet. GroenLinks is het hier niet mee eens en vindt dat de ongeveer 50 andere scholen in Arnhem ook steun moeten krijgen in het plaatsen van zonnepanelen. Scholen – en leerlingen – verdienen dit omdat zo geld niet besteed wordt aan stookkosten, maar aan goed onderwijs. Zonnepanelen plaatsen op de Arnhemse scholen levert 12 FTE aan werkgelegenheid op. Hetzelfde geldt voor het isoleren van woningen; wij willen dat de gemeente daarover afspraken maakt met de woningbouwcorporaties. Het verduurzamen van de Arnhemse woningen levert werk op voor fabrikanten, verkopers en installateurs en het bespaart geld voor de bewoners. Het geld kan aan iets anders worden uitgegeven en dat is, zoals we allemaal weten, goed voor de economie.

Naast zonnepanelen op scholen is er nog veel meer winst te halen wat betreft schone energie. GroenLinks wil de komende jaren niet alleen zonnepanelen plaatsen op scholen maar ook op andere openbare gebouwen. Stel je bijvoorbeeld voor dat het dak van Winkelcentrum Kronenburg wordt gebruikt voor het opwekken van zonne-energie. Er is daar meer dan 26.000m2 meter beschikbaar, dit betekent ongeveer 5.800 zonnepanelen. Dit zou een gigantische besparingsmogelijkheid zijn. En zo zijn er meer grote daken van bijvoorbeeld gemeentelijke gebouwen en sporthallen.

Verduurzamen van onze energievoorziening is niet langer een ideaal. Meer dan ooit een reële mogelijkheid. Maar dan moeten we nu wel inzetten op resultaten op schone energie. Dat is niet alleen goed voor het milieu in de toekomst, maar ook goed voor de mensen nu: verduurzaming schept werkgelegenheid, scheelt in de portemonnee en is goed voor onze gezondheid.

Energy made in Arnhem Margreet van Gastel

Wethouder Van Gastel: Met nieuwe energie volle kracht vooruit! Energy Made in Arnhem

Al bijna 70 jaar rijdt de trolley door Arnhem, een prachtig voorbeeld van schoon vervoer en een mooi beeldmerk voor onze Energie-Milieu Technologie stad. Energie transitie is hot,maar hoe krijg je een beweging op gang die vooral ook bijdraagt aan bewustwording en gedragsverandering? Dat is immers de sleutel van het succes in een wereld waar technisch heel veel mogelijk is.

Dat kan alleen door de 5 O’s met elkaar te verbinden: Onderwijs, Onderzoek, Ondernemers, Overheid en Ondernemende inwoners. Vanuit het programma Energy Made in Arnhem stelden we een convenant op met onze gezamenlijke ambitie en meer dan 100 bedrijven ondertekenden.
Voor inwoners presenteerden we als eerste Nederlandse gemeente de zonatlas. Sindsdien is het aantal particuliere zonnepanelen met 300% toegenomen. Geschiktheid dak, hellingshoek en terugverdientijd per adres in beeld gebracht. Natuurlijk heb je als lokale overheid een voorbeeldfunctie, dus werd ook het gemeentelijk vastgoed onderhanden genomen. Groene daken en zonnepanelen zijn steeds zichtbaarder in de stad. Sportcomplexen met zonnepanelen dragen niet alleen bij aan energietransitie,maar,door lagere energiekosten, ook uiteindelijk aan lagere verhuurprijzen voor de sportclubs. En dat betekent dat het voor meer mensen aantrekkelijk wordt om te gaan sporten.

Ziekenhuis Rijnstate financierde de zonnepanelen door crowdfunding, 666 panelen,gelijk aan het aantal bedden, die nu door de omliggende wijk gebruikt kunnen worden. Het project werd gerealiseerd door verschillende partners die elkaar ontmoet hadden middels het convenant.
Speciale aandacht verdient de ondergrond. Ook daar kennen we energie ambities. KWO, geothermie etc. Het is echter bijzonder druk in de ondergrond, er is gebouwd, er liggen kabels en leidingen, riolering,drinkwater en footprints voor KWO die vaak groter zijn dan het gebouw wat er boven staat. De meeste aandacht ging altijd naar de beeldkwaliteit boven de grond. We zullen de maaiveld gedachte los moeten laten en integraal naar boven en ondergrond moeten kijken om de kansen die het biedt optimaal te benutten!
Als eerste gemeente hebben we dat vorm gegeven in onze structuurvisie.

Stedelijke opwarming vraagt aparte aandacht. De drang naar het isoleren van woningen heeft ook een keerzijde. Warmte wordt langer vast gehouden en zorgt er mede voor dat het ’s zomers 7 graden warmer kan zijn in binnen stedelijk gebied. Windcorridors en veel groen moeten ruime aandacht krijgen in de planning. En waar er te weinig ruimte is kan er invulling gegeven worden door verticaal groen, tuinen verbonden aan gevels. We kennen er in Arnhem verschillende voorbeelden van.

Ik heb een aantal voorbeelden beschreven om te laten zien hoe je bij kunt dragen aan bewustwording, want dat is de eerste stap! En als gemeente/wethouder kun je daar een belangrijke taak in vervullen. Regisseren en faciliteren,partijen bij elkaar brengen. Op deze manier krijg je een ander klimaat in de stad, een klimaat waar bedrijven op het gebied van EMT zich graag willen vestigen en dus voor werkgelegenheid zorgt. En bewoners die zich bewust worden van de kansen die energietransitie biedt. Op die manier gaan we met nieuwe energie op volle kracht vooruit!

urgenda

Nederland op 100% duurzame energie in 2030

Nederland kan zijn energievoorziening binnen twintig jaar volledig verduurzamen. Dat is de conclusie van het nieuwe rapport van Urgenda, de actieorganisatie voor duurzaamheid en innovatie. In de duurzame agenda ´Nederland 100% op duurzame energie. Het kan als je het wilt´ zet Urgenda uiteen hoe het anders kan op het gebied van wonen, vervoer, voedsel, produceren en energie opwekken.

Goedkoper en schoner

Een scenario met 100% duurzame energie is volgens het rapport goedkoper en schoner dan doorgaan op de oude voet, schept 150.000 nieuwe banen – vooral in de bouwsector-, biedt energiezekerheid en is een motor voor innovatie.

Stappenplan

De duurzame agenda laat met behulp van een stappenplan en de bijbehorende kosten en baten zien hoe Nederland binnen twintig jaar naar een 100% duurzame energievoorziening kan gaan. Aan de hand van het Energietransitiemodel van het Nederlandse bedrijf Quintel Intelligence (mede gefinancierd en van input voorzien door o.a. Shell, GasTerra en netwerkbedrijven) is berekend wat er nodig is om deze transitie te bewerkstelligen en welke dilemma’s er zijn.

Aanpassingen

Bedrijven zullen vanaf nu tot en met 2030 ieder jaar 2% energie moeten besparen. Ook zullen ze meer moeten investeren in energiebesparende aanpassingen aan hun gebouwen en overgaan over op elektrisch rijden. Het zwaarder vervoer zal in dit scenario overgaan op bio-LNG of bio-CNG, terwijl de tuinbouwsector 75% van alle kassen op aardwarmte laat draaien in combinatie met andere duurzame bronnen. Burgers zullen meer moeten investeren in hun huis om te zorgen dat in 2030 alle huizen energieneutraal zijn. Mensen zullen in de nabije toekomst meer auto’s gaan delen en hun benzine- of dieselauto inruilen voor een elektrische auto.

50% energiebesparing

De besparingen die in het rapport worden voorgesteld voor de bouw-, de mobiliteit- en de voedselsector zorgen al voor 50% minder energiegebruik. De overgebleven energievraag zal in eerste instantie opgelost worden met zonne- en windenergie. Met behulp van nieuwe technieken, zal er op termijn geen biomassa meer ingezet hoeven te worden. In het 100% duurzaam scenario heeft Urgenda deze nieuwe technieken buiten beschouwing gelaten.

duurzaam bouwen regelingen

Belastingvoordeel voor ondernemers die investeren in duurzame gebouwen

De overheid kent diverse regelingen die voordeel bieden voor ondernemers die investeren in duurzame gebouwen. Denk daarbij aan de EIA – voor onder meer isolatie en energiezuinige verwarming -, Regeling Groenprojecten en Mia/Vamil. Deze laatste biedt nu ook belastingvoordeel bij bouwen volgens LEED en Slim Bouwen.

LEED

Om voor het belastingvoordeel in aanmerking te komen moet het gebouw gecertificeerd zijn volgens bepaalde duurzaamheidscriteria. Het fiscale voordeel gold al voor gebouwen met een GroenVerklaring, een BREEAM-NL certificaat of een gevalideerde GPR Gebouw-berekening. Sinds 1 januari 2014 geldt het fiscale voordeel ook voor gebouwen die getoetst zijn volgens LEED of Slim Bouwen.

LEED staat voor Leadership in Energy & Environmental Design en is de Amerikaanse tegenhanger van het Nederlandse BREEAM-NL. Het gaat om certificering via de nieuwste versie van eind 2013. LEED kent een ratingsysteem. Met LEED Platinum mag u meer belasting aftrekken dan bij een Gold-rating. Onder de Vamil krijgen Gold- en Platinumprojecten hetzelfde voordeel.

Slim Bouwen

Slim Bouwen heeft vooral een andere benadering van bouwen als doel. Want door een andere manier van bouwen, is er bijvoorbeeld veel minder bouwafval. En dat is goed voor het milieu. De kernwaarden vat Slim Bouwen samen als FRED:
•Flexibiliteit / levensduurbestendig bouwen
•Reductie van materiaal en volume
•Efficiëntie door industrialisatie van het bouwproces
•Duurzaamheid

Meer over: Duurzame Gebouwen, Milieu-investeringsaftrek, Vrije Afschrijving Milieu-investeringen, Energie-Investeringsaftrek, Duurzaam bouwen en verbouwen