Symposium over laadmogelijkheden schetst complexe toekomst

Hoe worden voertuigen in de toekomst van energie voorzien? En welke gevolgen hebben tank- en laadstations voor het energienet? Deze vragen werden behandeld tijdens het symposium Laadmogelijkheden van de Toekomst, dat vrijdag 6 april plaatsvond in Arnhem.

De hal van het Clean Mobility Center (CMC) op het Industriepark Kleefse Waard werd voor de gelegenheid gebruikt als presentatieruimte. Een toepasselijke locatie. Het CMC faciliteert product- en dienstinnovaties op het gebied van schone, slimme en veilige mobiliteit.

Essentiele vragen
Nieuwe vormen van mobiliteit roepen veel vragen op: welke gevolgen hebben elektrische auto’s voor de energievraag in Nederland? Is het beter om de pijlen te richten op waterstof? En wat is de beste manier om auto’s van energie te voorzien? Onderzoekers en medewerkers van energie-gerelateerde bedrijven gingen tijdens de bijeenkomst op deze vragen in.

Lector Meet- en Regeltechniek Aart-Jan de Graaf van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) trapte het symposium af met een contextuele presentatie. Hij liet zien dat ongeveer een derde van ons energiegebruik in verkeer en vervoer zit. Personenauto’s zijn maar een klein deel van het totaal.

Impact op energievoorziening
Dat betekent niet dat de verduurzaming van verkeer en vervoer onderschat moet worden. Die heeft een enorme impact op het energiesysteem. ‘Onze nationale elektriciteitsbehoefte is ongeveer 10TWh per maand. De vraag is wat er gebeurt als wij onze mobiliteit volledig met elektrische energie voorzien. [..] Als we ervan uit gaan dat elektrische voertuigen vier keer zo zuinig met energie omgaan (in vergelijking tot voertuigen met een verbrandingsmotor, red.), komt er ongeveer 2,5 TWh bij’, aldus De Graaf.

Deze energie moet natuurlijk ergens vandaan komen. ‘Een van de ideeën is dat we op het land nooit genoeg energie kunnen opwekken en dat we grootschalig energie van zee moeten halen. Kan dat? Met een paar berekeningen kun je zien dat het in onze territoriale wateren – in principe – te doen is’, aldus De Graaf. Maar daar komt nogal wat bij kijken. Voldoende mensen opleiden die windmolens opbouwen en onderhouden is bijvoorbeeld een grote uitdaging.

‘Tanken’ in de toekomst
Uit de presentatie van De Graaf blijkt dat we vervoer niet los kunnen zien van de rest van het energiesysteem en de uitdagingen die daarbij horen. En in dat systeem komen steeds meer faciliteiten die elektrische voertuigen en voertuigen op waterstof van energie voorzien. Conventionele tankstations zullen plaatsmaken voor nieuwe varianten.

Hoe ziet het tankstation van de toekomst er uit? Dat wordt onderzocht in het project New Energy Vehicles Fueling Station (NEFUSTA), dat in maart 2017 van start ging. Het NEFUSTA-team wil een multifunctioneel energiestation bouwen, dat geschikt is voor alle vormen van wegvervoer én verschillende energiedragers ondersteunt. Van stroom tot waterstof. Het moet bovendien energie kunnen opslaan en het elektriciteitsnet kunnen ondersteunen. Het tankstation kan als buffer dienen, die onbalans op het net tegengaat.

NEFUSTA
Jonathan Hobelman en Floris Jousma van CGI, partner binnen het NEFUSTA-project, presenteerden een aantal voorlopige projectresultaten. Deze kwamen onder andere voort uit een stakeholderanalyse. Betrokken partijen – bedrijven, overheid en semi-overheid – leverden input op de ontwikkeling. Een belangrijke conclusie: het tankstation van de toekomst kan het beste op een bedrijventerrein worden gerealiseerd, een plek waar auto’s lange tijd stilstaan.

De projectpartners kijken niet alleen naar het tankstation, de voertuigen en de energie-infrastructuur. Er wordt ook rekening gehouden met ‘overige waardes in de keten’. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar nieuwe woonwijken die op zoek zijn naar energieflexibiliteit en naar afvalcentrales die een teveel aan energie hebben. Een vraag die tijdens de presentatie geopperd werd: ‘Kan die afvalenergie worden omgezet in waterstof, waar vuilniswagens op kunnen rijden?’

Laden waar auto’s stilstaan
Het is verstandig om laad- en tankmogelijkheden te organiseren op locaties waar bestuurders toch al moeten zijn, vindt Mereille Klein Koerkamp-Schreurs. De spreekster werkt op de R&D-afdeling van Allego, een bedrijf dat laadoplossingen ontwikkelt. In haar presentatie neemt ze de bezoeker mee naar de toekomst. Ze omschrijft een vervoersysteem met laadpleinen buiten de stad, waar auto’s autonoom naartoe rijden. Volgens haar moeten we af van het beeld van conventionele tank- en laadstations. ‘Misschien investeren we over vijf jaar wel in een autowasstraat die auto’s laadt.’

Dat is natuurlijk een vergezicht. Maar de korte-termijn-projecten, waar op het symposium Laadmogelijkheden van de Toekomst over gesproken werd, laten ook een enorme verandering zien. Voertuigen kunnen op allerlei locaties tanken en laden. En de manier waarop dat gebeurt kan invloed hebben op het hele energiesysteem. Negatieve en – in het geval van NEFUSTA – positieve invloed.

Tijdens het symposium Laadmogelijkheden van de Toekomst kwamen Marion Braams-de Groot (Clean Mobility Center), Aart-Jan de Graaf (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen), Gerard Schuiringa (Resato), Mereille Klein Koerkamp-Schreurs (Allego), Floris Jousma (CGI) en Jonathan Hobelman (CGI) aan het woord.

Bron: HAN Centre of Expertise – SEECE

Delen:
SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise)

SEECE is hét centre of expertise voor duurzame elektrische energie. Deze publiek-private samenwerking jaagt innovatie aan, zorgt voor voldoende arbeidscapaciteit en zet kennis om in financieel haalbare producten en diensten.

Plaats een reactie