Tag archive: internationalisering

Vernieuwde HAN-master International (energy) Business van start

De vernieuwde Master International Business (MIB) van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) gaat tien september voor het eerst van start. De eerste lichting studenten richt zich vooral op de energiebranche.

Werken en Leren
De MIB-studenten die in september van start gaan, doen tijdens de master veel praktijkervaring op. Voordat zij mochten deelnemen aan MIB, moesten zij in dienst zijn van een bedrijf. Een deel van de studenten volgt een leerwerktraject en een deel heeft een vaste baan. De studenten brengen de meeste tijd door in het werkveld. Zij krijgen een keer in de maand drie dagen les op de HAN in Arnhem.

Onder begeleiding van HAN-professionals werken zij aan internationaliseringsvraagstukken voor hun werkgever. In het eerste jaar van hun master schrijven zij een businessplan en in het tweede jaar van het traject houden de studenten zich bezig met de implementatie van het plan.

Energiesector
De master blijkt uitermate geschikt voor bedrijven in de energiegerelateerde sector. Die hebben te maken met een transitie van fossiele naar duurzame energie, waardoor nieuwe producten en diensten ontstaan. Deze zijn wereldwijd toepasbaar, omdat elk land kampt met vergelijkbare energievraagstukken. Samenwerkingsverbanden met buitenlandse partijen zijn bovendien erg interessant, omdat elk land eigen specialismes heeft op het gebied van duurzame energie.

Verreweg de meeste MIB-deelnemers gaan vanaf 10 september in de energiebranche aan de slag. Een student schrijft bijvoorbeeld een businessplan voor Elestor BV, dat betaalbare batterijen ontwikkelt voor grootschalige energieopslag. Een andere deelnemer treedt in dienst bij Qconcepts, dat gespecialiseerd is in design en productontwikkeling. Onder andere de HAN Solarboat wordt daar ontwikkeld.

Netwerk
De HAN heeft een uitstekend netwerk op het gebied van internationalisering en energie. De hogeschool richtte in 2013 het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) op, samen met een aantal vooraanstaande energiebedrijven uit de regio: DNV GL (voormalig KEMA), Alliander, ALFEN, TenneT en kiEMT. Deze partijen opereren al jaren internationaal.

 

Slimme energienetten vragen om een internationale mindset

Door de transitie van fossiele naar duurzame energie ontstaan nieuwe producten en diensten. Mart van der Meijden, innovatiemanager bij netbeheerder TenneT en full professor aan TU Delft, vertelt wat dat betekent voor internationalisering van de energiesector.

“De opkomst van duurzame energie wordt flink gestimuleerd. In 2050 moet de Europese co2-uitstoot met 80 tot 95 procent gereduceerd zijn, ten opzichte van 1990. Dat staat op de duurzaamheidsagenda van de Europese Commissie. Elk land zet zijn eigen policy op het thema duurzaamheid, waardoor in elk land nieuwe initiatieven ontstaan die vaak nog niet op elkaar zijn afgestemd.

TenneT investeert de komende tien jaar zeven miljard in apparatuur die voorheen niet bestond. Dit is noodzakelijk voor een verantwoorde inpassing van de sterk groeiende opkomst van duurzame energie. We investeren vijf miljard euro in ‘stopcontacten’ bij windmolenparken op de Duitse Noordzee. Op land investeren we drie miljard euro in Duitsland en 5 miljard Euro in Nederland. In de Randstad ligt een 380 kV- kabel(een elektriciteitskabel van het meest zwaarbelaste soort) van 20 kilometer, de langste in de wereld van die klasse.

In Duitsland zien we veel beweging, wanneer het gaat om duurzame opwek. Daar krijgt men een terugleververgoeding voor duurzame energie, die zorgt voor grote hoeveelheden wind- en zonne-energie. Het opwekken van windenergie gebeurt veelal op grote afstand van het verbruik en het opwekken van zonne-energie gebeurt vooral heel dicht bij het verbruik. De elektriciteitsstromen in Europa veranderen dus in volume en richting.

Dat zorgt voor een aantal uitdagingen. De elektriciteitsdistributie en het transportnet moeten geschikt zijn voor tweerichtingsverkeer. We hebben ook te maken met balanshandhaving. Als je een bepaalde hoeveelheid elektriciteit gebruikt, moet je op hetzelfde moment produceren. En als je net niet genoeg productie hebt, dan moet je reservevermogen contracteren.

Ik vind het belangrijk dat we binnen Europa beter energie kunnen uitwisselen. Daar kunnen bedrijven een hoop geld mee besparen. TenneT heeft een stuk elektriciteitstransportnetwerk in Duitsland overgenomen. Daardoor kunnen we met gezamenlijke inkoop onze inkoopkosten reduceren.

Goed samenwerken loont. We hebben samen gekeken naar de hoeveelheid systeemvermogen die we in Duitsland en Nederland hadden. Wat bleek: toen we dat in één portfolio samenvoegden, konden we een honderdtal megawatt schrappen en hielden we nog steeds genoeg reservevermogen over voor beide landen.

Reservevermogen wordt nu gecontracteerd bij grote centrales, maar in de toekomst moeten de programmaverantwoordelijke partijen ook een beroep doen op kleine partijen. Dan krijgen we aggregators. Dat zijn bedrijven die bijvoorbeeld namens een groep kleinverbruikers diensten ontwikkelen en deze concurrerend op de toekomstige flexibiliteitsmarkt aanbieden. Met deze nieuwe producten en diensten ontstaan nieuwe businessmodellen.

Als we dat internationaal willen oppakken, moeten we zorgen dat medewerkers internationaal georiënteerd zijn. Niet alleen de technologie, maar ook de systeemconcepten en systeemcodes die wij bij TenneT gebruiken zijn internationaal. Daarom moeten niet alleen onze managers, maar ook onze technici in staat zijn om internationaal contacten op te bouwen. Ze moeten het management adequaat kunnen adviseren. Daarom moeten vakmensen in voldoende mate de strategische, internationale context kennen.

Bij TenneT zijn hele zware technici – met een hbo- of wo-diploma – in dienst zoals netstrategen, technologen en beleidsmedewerkers. Wij willen onze vakmensen de kans geven om een professionele carrière te ontwikkelen zoals we dat ook doen bij managers. Professionals moeten carrière kunnen maken zonder dat ze hun vak als techneut opgeven. Dat betekent: een combinatie van vakmanschap, kunnen samenwerken, communiceren, strategisch denken, effectief adviseren, de omgeving lezen, kansen zien en weten hoe in te springen.

Die kwaliteiten kunnen onder andere worden versterkt door middel van internationaal georiënteerd onderwijs. Ervaring opdoen met andere culturen is erg belangrijk. Ik heb in Zweden gewerkt en ben voor projecten in Griekenland en India geweest. Cultuur kan voor een barrière zorgen. Maar als je daar ervaring mee hebt, kun je die benoemen, een plek geven en daar iets constructiefs mee doen.

Energievoorziening is al heel lang een internationale aangelegenheid. Elektronen stoppen nu eenmaal niet voor landsgrenzen. Maar door de opkomst van duurzame energie ontstaan nieuwe kansen, wanneer het gaat om internationalisering. Daarom moeten onze werknemers goed voorbereid zijn.”