Tag archive: TenneT

Symposium & Installatie dr. Rob Ross

Op donderdagmiddag 12 mei 2016 vindt de installatie plaats van dr. Rob Ross als bijzonder lector Reliable Power Supply bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Via het Lectoraat Reliable Power Supply heeft de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) een sterke link met TenneT. Deze hoogspanningsnetbeheerder is verantwoordelijk voor het hoogspanningsnet in Nederland en een deel van Duitsland, zowel op land als op zee.

Lees verder

Medewerkers Arcadis en USG volgen innovatief hoogspannings-onderwijs bij de HAN

Ontwerp- en adviesbureau Arcadis en detacheringbureau USG Engineering doen steeds meer opdrachten in de technische energiewereld. Om aan de groeiende vraag van energiebedrijven te voldoen, nemen ze deel aan een innovatief opleidingstraject van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Online en – deels – vanuit het buitenland.

Lees verder

Themamiddag: Van “Proof of Concept” versneld naar een volwassen product

Veel MKB-ers zijn bezig met innovaties (o.a. op het gebied van duurzame energie). Helaas zien we dat het ontwikkelen van een innovatie tot een volwassen marktproduct tegenvalt. Een hoogwaardig product vereist kennis over diverse andere zaken dan de vinding zelf!
Onvoldoende doorontwikkeling maakt een succesvolle marktintroductie zeer lastig. Doel van deze themamiddag op 6 april, is om werkwijzen en gereedschappen te presenteren die kunnen helpen om het ontwikkelproces te versnellen.

Lees verder

Nederland krijgt ’s werelds langste supergeleidende hoogspanningskabel

Hoogspanningsnetbeheerder TenneT, De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), TU Delft, U Twente, IWO en Imtech Marine starten een demonstratieproject rondom supergeleiding. De partijen leggen de eerste supergeleidende kabel in het Nederlandse elektriciteitsnet, die tevens de langste supergeleidende hoogspanningskabel ter wereld wordt.

Lees verder

Energiek Arnhem bespreekt EmiA 2.0 op de HAN

Op de faculteit Techniek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) werd woensdag 4 februari gesproken over de toekomst van Energie Made in [Arnhem] (EmiA).

Henk Kok, wethouder milieu, energie en landschap, opende de bijeenkomst met een positief bericht: ‘in het coalitieakkoord “Met de stad!” van april 2014 is EmiA opnieuw als speerpunt benoemd. De komende vier jaar blijven wij focussen op EmiA’, zegt Kok.

Hoe wordt het gemeenteprogramma de komende vier jaar vormgegeven? Anders dan voorgaande jaren. Kok bekende – onder toeziend oog van de ‘founding mother’ van EmiA: Margreet van Gastel – dat de energiedoelstellingen van de gemeente niet geheel zijn gehaald.

“Nu moeten we zorgen voor haalbare doelstellingen. Ik wil dat die niet van de gemeente komen, maar van jullie”, zegt Kok. Hij benadrukt dat de gemeente een faciliterende rol heeft. Kok wil met de convenantpartners en andere belanghebbenden bepalen hoe EmiA wordt voortgezet. In april 2015 wordt een voorstel aangeboden aan de gemeenteraad.

Op de HAN werd alvast een aantal belangrijke discussies gevoerd. Tinus Hammink, programmamanager van SEECE en Paul van Hoof, programmamanager van EmiA gingen bijvoorbeeld in op de unieke profilering van Arnhem als elektriciteitsstad. ‘Wat maakt ons nou echt uniek? Wij hebben grote partijen als TenneT, DNV GL en Alliander. Die zorgen voor een betrouwbare elektriciteitsvoorziening in heel Nederland en zelfs in het buitenland’ zegt Hammink.

En die Arnhemse focus op betrouwbaarheid wordt steeds relevanter. ‘Door de transitie naar duurzame energie wordt een betrouwbare levering van elektriciteit een grote uitdaging. Er is genoeg duurzame energie beschikbaar, maar vaak niet op het juiste moment en de juiste plek. Opslag van energie, bijvoorbeeld in accu’s of waterstof, wordt steeds belangrijker. Dat geldt helemaal voor gebieden waar helemaal geen elektriciteitsnet is en de stroom plaatselijk opgewekt en verbruikt wordt. Arnhemse partijen zijn bezig met unieke oplossingen hiervoor’, zegt Hammink.

Eerstejaars techniektalent werkt aan recordaantal bedrijfsopdrachten

Tijdens de Projectweek Engineering 2015 van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) werkten studenten voor een recordaantal bedrijven. Een groot deel van de projecten had te maken met duurzame energie.

Winnaars
HAN-studenten die een lassysteem voor conische vaten verbeterden, eindigden vrijdag 31 januari op de eerste plaats tijdens Projectweek Engineering 2015. De tweede plek was weggelegd voor studenten die een meetinstrument ontwikkelden voor netbeheerder TenneT. Dit detecteert magnetische velden en is bedoeld voor technici die met hoogspanning werken. En op de derde plek eindigden technici in spé die een systeem bedachten om mest uit stallen te transporteren.

Record
De engineers in opleiding werkten een week lang, in multidisciplinaire groepen, aan 32 uiteenlopende opdrachten van 28 bedrijven. Een recordaantal. Ter vergelijking: in 2012 namen 17 bedrijven deel aan de projectweek.

Publiek-private samenwerking
Het grote aantal deelnemers is te danken aan een toenemende samenwerking tussen de HAN en het bedrijfsleven. Publiek-private samenwerkingsverbanden, zoals het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE), zorgen dat meer bedrijven bij de HAN betrokken raken. Dat is goed voor de onderwijskwaliteit en bedrijven maken kennis met jonge technici. “Dit soort evenementen zijn een goede manier om – in tijden van personeelsschaarste – op het netvlies van potentiële werknemers te komen”, benadrukt SEECE-medewerker Henk Arts.

Goede resultaten
Daarnaast zijn de resultaten van de studentprojecten natuurlijk de moeite waard. “Eerstejaars moeten het nog niet van hun kennis hebben, maar hun creativiteit gebruiken. En dat doen ze heel erg goed”, zegt Marcel Eijgelaar van DNV GL (voorheen KEMA). Hij vroeg studenten om een interface voor smart grids (slimme energienetwerken) te ontwerpen.

En de Franse multinational GDF Suez liet studenten ideeën inbrengen voor het terrein van een oude kolencentrale. Zij bedachten onder andere een sportschool met apparaten die ‘schone’ energie opwekken en een duurzaam speelparadijs waar kinderen proefjes kunnen doen met duurzame energie. Inclusief verwachte investeringen en opbrengst. “Dit is de eerste keer dat we meedoen en ik ben positief verrast. We nemen deze ideeën mee in ons overleg over de toekomst van het terrein”, zegt GDF Suez-medewerker Sander van Doeland.

Doorontwikkeling
Tussen de studentopdrachten zitten parels, bleek afgelopen jaren. Zo wonnen eerstejaars studenten in 2011 de GasTerra Transitie Jaarpijs van 50.000 euro. Zij bedachten de GFT-vreter: een systeem voor betaalbare biogasproductie door en voor huishoudens. En twee studenten die vorig jaar deelnamen aan de projectweek ontwikkelen een duurzaam alternatief voor gasverwarming, op basis van zonne-energie. Zij bouwen momenteel een prototype in een vakantiepark, in samenwerking met verschillende bedrijven.

Systeemintegratie zorgt voor verrassende energieoplossingen

Afgevaardigden uit de energiebranche praatten dinsdag 20 januari over systeemintegratie bij WattConnects. Aanwezigen werden positief verrast door interdisciplinaire visies. Wist je bijvoorbeeld dat een systeem voor biogas uit afvalstromen het elektriciteitsnet kan stabiliseren?

‘We mogen op elkaars tenen trappen’, zegt Mart van der Meijden, innovatiemanager bij TenneT. ‘Met klompen’, voegt hij er met een glimlach aan toe. Van der Meijden spreekt een divers gezelschap toe. De WattConnectszaal zit vol medewerkers van gasbedrijven, netbeheerders, warmte- en koude-experts, belangenorganisaties en meer.

Deze partijen bespreken een mogelijke infrastructuur waarin gas, elektriciteit, koude en warmte worden gecombineerd. Maar welke technieken zijn er eigenlijk? En hoe combineren we die? En wie is er dan verantwoordelijk? Nog voordat de presentaties zijn begonnen, zorgt de zaal voor een spervuur aan vragen.

Groengas en netstabiliteit
Daar weten de sprekers – voor het grootste deel – raad mee. Kirsten Zagt, directeur van Bareau, zorgt dat de mensen in de zaal aan zijn lippen hangen met zijn verhaal over hogedrukvergisting. Hij zet biomassa en afvalwater om in groengas, met een methaangehalte van 90%. ‘Het principe is heel simpel. In een fles champagne gebeurt hetzelfde’, zegt Zagt. ‘Er wordt alleen methaan geproduceerd, in plaats van alcohol.’

Zagt zijn idee om biomassa om te zetten in groengas stamt uit 2003. Sinds die tijd is veel onderzoek gedaan naar het vergistingsproces, bijbehorende apparatuur en financiële haalbaarheid. Met succes. ‘Nu is het tijd om op te schalen’, zegt Zagt. De ondernemer wil het groengas uiteindelijk verkopen aan tankstations.

De technologie van Bareau heeft een aantal opvallende voordelen. Die zorgt niet alleen voor een afname van afvalstromen, zoals vuil water en resten uit de voedselindustrie, maar kan overtollige elektriciteit op een efficiënte en schone omzetten naar gas. Goed nieuws voor netbeheerders. Die moeten zorgen dat er evenveel energie wordt verbruikt als er wordt opgewekt. Maar door de opkomst van windturbines en zonnepanelen ontstaan energiepieken, op momenten waarop het hard waait en de zon schijnt.

Hybride systemen
Die energie kan nog niet als elektriciteit worden opgeslagen voor later gebruik, vertelt Piet Nienhuis van de GasUnie. Althans, dat is financieel nog niet haalbaar, laat hij weten. Nienhuis focust onder andere op de warmtevraag en -aanbod. ‘De komende 20-30 jaar hebben wij sowieso gas nodig. Het is goed om hybride systemen te gebruiken.’ Nienhuis is voorstander van een warmtevoorziening die zowel op elektriciteit als gas kan draaien. Bijvoorbeeld een warmtepomp met een gas-back-up. ‘Als er voldoende duurzame elektriciteit voor handen is, gebruik je die. Zo niet, dan stap je over op gas. Met een hybride systeem kun je per uur beslissen wat het meest voordelig is’, aldus Nienhuis.

Systeemintegratie en businesscases
Dit soort nieuwe energietechnologie heeft invloed op de infrastructuur. Paulus Karremans van netbeheerder Endinet begon zijn werk met een geitenwollen sok aan, grapt hij aan het begin van zijn presentatie. Maar de innovatieve netbeheerder werkt nu vooral uit economisch perspectief. En dat is niet gemakkelijk. ‘De nieuwe technologie is er, maar de businesscases zijn er nog niet. Ik vraag me af: zijn onze kabels in de toekomst wel dik genoeg, als alle warmtepompen aangaan? En die Tesla’s trekken ook aardig wat energie, vooral als ze allemaal tegelijk opladen’, zegt Karremans.

Maar hoe investeer je voor de komende dertig jaar als er zoveel onzekerheid is? ‘De hamvraag is: wat zijn de laagste kosten voor het systeem om als keten de duurzaamheidsdoelstellingen te halen?’ Om die vraag te beantwoorden, maakte Karremans een energietransitierekenmodel. Hij rekent niet alleen uit wat de goedkoopste manier is voor Endinet om te verduurzamen, maar voor een groot deel van de energiesector. En dat scheelt geld. Hij werkt samen met verschillende partners die data afstaan, die in het rekenmodel worden meegenomen. ‘Wij hebben een open karakter, dus als je iets wilt weten of data wilt toevoegen, wees welkom’, zegt Karremans.

Routekaart
Maar zelfs als uiteenlopende energiebedrijven met hun neuzen dezelfde kant op staan, is het veranderen van het energiesysteem gemakkelijk gezegd dan gedaan. Wet- en regelgeving staan bijvoorbeeld in de weg. Dat bleek tijdens een sessie van DNV GL, dat de Routekaart voor Energieopslagsystemen ontwikkelt. Deze gaat aangeven waar de mogelijkheden liggen voor Nederland, op het gebied van energieopslagsystemen. De aanwezigen werden om input gevraagd, die uiteindelijk wordt aangeboden aan het Ministerie van Economische Zaken. ‘Het is belangrijk dat de industrie gehoord wordt’, zegt Martijn Huibers van DNV GL.

Ook een workshop bij WattConnects bijwonen? Houd www.wattconnects.com in de gaten voor meer informatie.

Studenten Elektrotechniek presenteren onderzoeksresultaten bij TenneT

Studenten Elektrotechniek van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) presenteerden de resultaten van hun energieonderzoek donderdag 8 januari op een bijzondere locatie: bij netbeheerder TenneT.

De eerstejaars Elektrotechniekstudenten wachten gespannen tot zij mogen presenteren in het gloednieuwe TenneT-gebouw op Energy Business Park Arnhems Buiten. Met de resultaten van hun onderzoek naar energieneutrale woningen in de hand, staan ze in het gebouw van de grootste Nederlandse netbeheerder tegenover een driekoppige jury en een aantal TenneT-medewerkers.

Hun opdracht: onderzoeken of ze een huis energieneutraal kunnen maken, op basis van zonne-energie. ‘We hebben ze in het diepe gegooid’, liet docente Joke Westra vooraf weten. ‘Ze moesten alle informatie zelf verzamelen.’ En dat bleek niet gemakkelijk. HAN-docent en jurylid Eigbert de Jongh merkte tijdens de presentaties een aantal onjuiste cijfers op en vond de conclusies aan de magere kant.
Jury_presentaties_TenneT_2_500px
Maar de opdracht was leerzaam. De studenten ontdekten dat de vraag en het aanbod van zonne-energie niet overeenkomt. De meeste elektrische energie in woonhuizen wordt ’s morgens en ’s avonds verbruikt. Maar de meeste zonne-energie wordt in de middag opgewekt, wanneer veel mensen op hun werk zijn. Energie die ’s middags wordt opgewekt, kan eventueel worden opgeslagen en later gebruikt worden maar dat is erg duur en accu’s nemen veel ruimte in beslag.

Hoewel TenneT zich niet direct bezighoudt met energieneutrale huishoudens, is het een toepasselijk bedrijf voor de studentenpresentaties. De netbeheerder zorgt op grote schaal dat de hoeveelheid opgewekte energie overeenkomt met de hoeveelheid energie die verbruikt wordt. Dat is nodig om het elektriciteitsnet in balans te houden.

En dat wordt steeds lastiger, door de opkomst van duurzame elektrische energie. ‘De hoeveelheid duurzame energie hangt af van de weersomstandigheden. Die kunnen we deels voorspellen. Maar of een windfront ook daadwerkelijk bij een windmolenpark aankomt, weten we pas als het zover is’, zegt teammanager op de afdeling System Operations, Jaap Hagen.

Om dit soort vraagstukken in de toekomst op te lossen, focust de HAN op duurzame elektrische energie. Alle studenten op het Instituut Engineering verdiepen zich in het thema en via het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) verbindt de hogeschool zich aan belangrijke energiebedrijven, zoals TenneT.

Innovatiemanager TenneT vertelt over internationale energiemarkt

Mart van der Meijden, innovatiemanager bij TenneT en professor aan de TU Delft, gaf donderdag 9 oktober een masterclass international business op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De opkomst van duurzame elektrische energie zorgt voor drastische veranderingen op de internationale energiemarkt.

In de de zaal zitten mensen met uiteenlopende interesses en achtergronden, die de masterclass Impact of energy transition on TenneT volgen. Techniekdocenten, studenten Control Systems Engineering, studenten Master International Business, politici en meer. Een aantal droeg aan het begin van de masterclass onderwerpen aan, die vervolgens werden behandeld.

De opslag van duurzame elektrische energie bleek een populair thema. Dit kan een fundamenteel probleem oplossen, dat een duurzame energievoorziening in de weg staat. Onze energievoorziening wordt voor een groot deel afhankelijk van zon en wind. Maar als deze elementen niet aanwezig zijn, wil men ook stroom verbruiken. Daarom is er opslagcapaciteit nodig. Wanneer er meer elektriciteit geproduceerd wordt dan op dat moment nodig is, slaan energiebedrijven of huishoudens die op en gebruiken de energie wanneer de zon niet schijnt en de wind niet waait.

Van der Meijden is niet persee voorstander van fysieke energieopslag. Hij legt uit dat internationale handel een groot deel van het probleem kan oplossen. “Wij moeten verbindingen zoeken met andere Europese landen. Op momenten dat wij meer duurzame energie opwekken dan we kunnen gebruiken, exporteren we naar het buitenland en op momenten dat wij een tekort hebben, importeren we energie.

Als voorbeeld neemt Van der Meijden een elektriciteitskabel tussen Noorwegen en Nederland. “In Noorwegen halen ze veel elektriciteit uit waterkracht. Maar eens in de tien jaar valt er niet genoeg regen om de inwoners van Noorwegen van elektrische energie te voorzien. In plaats van energieopslag, verkopen de Noren veel duurzame elektriciteit aan landen en importeren ze energie wanneer een tekort in Noorwegen ontstaat. Op die manier creëer je een soort virtuele opslag”, aldus Van der Meijden.

Aan deze tactiek zit wel een keerzijde, laat Van der Meijden weten. “Er zijn Noren die niet blij zijn met de kabel tussen Noorwegen en Nederland. Hierdoor stijgen de energietarieven in Noorwegen. De prijzen in Nederland zijn gunstiger, waardoor Noorse energiebedrijven liever aan Nederland verkopen. Daardoor ontstaat een energietekort in Noorwegen, waardoor de prijzen in dat land stijgen.”

Halverwege de masterclass laat Van der Meijden een kaart van Europa zien, met een aantal duurzame energiebronnen. In de kustgebieden wordt veel windenergie opgewekt, in het oosten wordt veel energie uit biomassa gehaald en in het zuiden wordt veel zonne- en biothermische energie opgewekt. Als een van die bronnen op een bepaald moment niet gebruik kan worden, kan een ander soort bron, in een ander deel van het continent, Europese landen van stroom voorzien. Dit zorgt wel voor een aantal technische uitdagingen. “Je krijgt enorme energiestromen die in verschillende richtingen door Europa lopen. Die richting is afhankelijk van het seizoen. Daar is het huidige net niet op gebouwd. Energiecentrales die fossiele brandstof gebruiken, staan juist heel dicht bij de plek waar energie gebruikt wordt en wekken precies op wat nodig is”, aldus Van der Meijden.

Maar of we één groot ‘connected grid’ krijgen, is maar de vraag. Energieopslag zal in de toekomst goedkoper worden en wellicht mogen we in de toekomst elektriciteit delen met onze buren. (Dat is nu bij wet verboden). Er ontstaan kleine, lokale, ‘slimme’ energienetwerken.

“Ik weet niet hoe en wanneer het energienet verandert”, zegt Mart van der Meijden. “Dat hangt onder andere van prijzen af. Op het moment dat energieopslag goedkoper wordt, komen er andere technische oplossingen dan nu. En die hebben een ander effect op de internationale energiemarkt”, zegt Van der Meijden. “Maar wat ik wel weet: als we geen Europees plan maken, is de transitie naar duurzame energie veel te duur.”

De masterclass van Mart van der Meijden is de eerste in een serie colleges, die onderdeel uitmaakt van de HAN-master International Business.