Tag archive: WUR

Cleantech Tour Gelderland 2015

Twaalf bijzondere bedrijven bezocht provincie Gelderland in de cleantech tour 2015. Ik mocht deze tour voorbereiden, samen met mijn collega’s @WillemHuntink en @g_taat (Gerard). Bedrijfsbezoeken om onze nieuwe Gedeputeerde Jan Jacob van Dijk meer feeling te geven met deze groeiende ‘sector’ die hard werkt aan de energietransitie. Bedrijven waar innovatie centraal staat om de carbon-footprint / milieudruk naar beneden te krijgen en daarmee groene groei te brengen; soms ook wel circulaire economie of biobased economy genoemd. Met alle bedrijven bespraken wij waar zij sterk in zijn, wat hun groeiontwikkeling is en waar ze tegenaan lopen. Trots op deze bedrijven in Oost Nederland breng ik hen graag beeld.

Lees verder

Van Hall Larenstein zet deuren open op 9 oktober tijdens Green Tech Week

Ook de Hogeschool van Hall Larenstein (VHL) doet mee aan de Green Tech Week. Tijdens de zogenaamde Greentour worden ‘bevlogen, duurzame nieuwdenkers’ geïnteresseerd voor de groene benadering en aanpak van de Hogeschool. Duurzame initiatieven staan centraal, zoals een onderwater drone demonstratie en het verhaal van de Ontaarde boom. Lector Circulaire Economie Toine Smits gaat met 2e kamerlid Remco Dijkstra (VVD, milieu) en duurzaam ondernemer Jan de Wit (Rijn en IJssel Energie Coöperatie) in discussie over groene thema’s.

Voor meer informatie over deze Greentour klik hier

Gratis online cursus innovatie vaardigheden

Op 8 oktober start de gratis MOOC over innovatie vaardigheden, een online cursus van tien weken die erg interessant kan zijn voor werkenden in de energie- en milieutechnologie. Deelnemers leren hoe ze nieuwe ideeën kunnen ontwikkelen en implementeren.

De cursus is in het Engels en wordt verzorgd door LLLight’in’Europe, Digital School of Leuphana University of Lüneburg en Zeppelin University.
Meer informatie en inschrijven

LLLight’in’Europa

Hoe kun je innovatie zichtbaar en meetbaar maken in je bedrijf; hoe kun je deze vergelijken met andere bedrijven, andere sectoren en andere landen? Het LLLight’in’Europe research project heeft tot doel participanten te voorzien van de laatste inzichten, waarmee ze hun strategieën kunnen versterken.

Bij LLight’in’Europa zijn vanuit Nederland betrokken: Wageningen University en de Innovation & Growth Academy. Andere Europese partners zijn: Zeppelin University en Ifo Institute, (Duitsland), University of Nottingham (Groot-Brittanië), Danish School of Education (Denemarken), University of Luxembourg (Luxemburg), University of Economics Bratislava (Slowakije).

Duurzame algenteelt krijgt vaste voet aan de grond

De duurzame productie van grondstoffen voor voedsel en veevoer, chemicaliën, materialen en biobrandstof met algen lijkt economisch haalbaar voor 2025. Vier jaar na de eerste optimistische berekeningen blijkt de experimentele teelt van algen te voldoen aan de verwachtingen.

Hoogleraar Bioprocestechnologie aan Wageningen University René Wijffels stelt dit op basis van experimenten in de Wageningse onderzoeksfaciliteit AlgaePARC. Het onderzoek op AlgaePARC wordt gesteund door 50 bedrijven en Biosolar Cells, Centre for Biobased Economy, Europese Commissie, NWO, Technologiestichting STW, TKI Biobased Economy, de provincie Gelderland en Wetsus.

Productie

Via metingen aan zeven algenproductiesystemen en berekeningen is aangetoond hoe de kosten van de productie van microalgen in Nederland variëren naargelang de gebruikte productiemethode. Zo zijn de kosten van het veel toegepaste model, de ‘raceway-vijver’, ruim dubbel zo hoog als die van het moderne vlakkeplaatsysteem. De raceway-vijver is een systeem waarbij water en algen in een open vijver via een schoepenrad voortdurend in beweging worden gehouden. Het vlakke plaatsysteem is gesloten met aan de kussenvormige bovenzijde licht doorlatende folie. De kosten om een kilogram gedroogde algen te produceren zijn bij de raceway-vijver circa 6 euro en bij het vlakkeplaatsysteem nu nog slechts 2,26 euro. Met zo’n zelfde installatie – omgerekend naar een oppervlakte van honderd hectare – op de Canarische Eilanden zakken de productiekosten nog verder tot 1,37 euro per kilogram.

Raffinage

Het in handen hebben van een grote hoeveelheid biomassa is nog niet hetzelfde als een commercieel product. Daartoe dient de biomassa in componenten gescheiden en gezuiverd te worden. De hoofdgroepen aan bestanddelen zijn eiwitten, koolwaterstoffen, vetten en andere waardevolle chemische verbindingen, zoals vitaminen, antioxidanten en kleurstoffen. De kosten voor de bioraffinage schatten de onderzoekers op 1-1,50 euro per kilogram biomassa.

Marktwaarde

Tegenover de kosten voor productie en raffinage (samen ca. 1,75 – 2,25 euro/kg inclusief infrastructuur, arbeid, energie ed.) staan de opbrengsten van de afzonderlijke stoffen in de markt. Eindproducten uit algen zoals biokerosine, bulkchemicaliën, verf en coatings en diverse biopolymeren en hun hulpstoffen zijn opbrengsten waaraan behoefte is. Mochten alleen biokerosine en basischemicaliën uit de algenmassa worden vervaardigd dan is de waarde ervan 2 euro/kg, ongeveer gelijk aan de kosten. Biobrandstoffen zijn weliswaar veelgevraagd (biokerosine zo’n 10.000 ton per jaar in Europa), maar ‘aan de pomp’ is de opbrengst is niet bijzonder hoog, zo’n 500 euro per ton. Het vermarkten van de kostbare voedseladditieven (zoals meervoudig onverzadigde vetzuren – die tien- tot honderdduizenden euro per ton opleveren) kan de waarde van de algenmassa doen stijgen tot ruim 8 euro/kg. Ook deze berekeningen zijn gebaseerd op een opschaling tot 100 hectare van de bestaande half-industriële onderzoeksmodellen op AlgaePARC.

Vergroening economie

Food and Biobased Research en de leerstoelgroep Bioprocestechnologie zien een rooskleurige toekomst voor de algenteelt, maar tekenen aan dat er essentiële stappen zijn te maken in de gehele productieketen. Daaronder vallen het gebruik van reststromen of CO2 uit bijvoorbeeld de voedingsindustrie als ‘meststof’ voor de algen, innovatieve reactoren, het kiezen en ontwikkelen van de geschiktste algenstammen en het opschalen en testen van productiesystemen op verschillende zonnige locaties in Zuid-Europa. Deze acties moeten de kostprijs verder reduceren en de vergroening tot een CO2-neutrale economie verder vorm geven.

WUR-studenten berekenen social return on investment bij emt-innovaties

De maatschappelijke meerwaarde van energie- en milieu-innovaties is een belangrijk verkoopargument, maar blijkt vaak lastig te kwantificeren. Studenten van de Wageningen UR krijgen trainingen in het calculeren van deze ‘social return on investment’ en kunnen dit doen voor bedrijven.

Businessplannen

De social return on investment wordt zelden expliciet gemaakt in de businessplannen van innovatieve energie- en milieu-innovaties. Vreemd, aangezien de meerwaarde voor de maatschappij als geheel vaak van groot belang is. Je kunt dan denken aan vermindering van het broeikaseffect, van vervuiling van water, bodem en lucht, van emissie van giftige stoffen. En aan de verbetering van landschap en biodiversiteit, respect voor de cultuurhistorie, verbetering van de arbeidsparticipatie, welbevinden en gezondheid.

Utrechtse Heuvelrug

Studenten van de leerstoelgroep Milieusysteemanalyse van de WUR worden juist getraind in het berekenen van de social return on investment. Dit deden ze bijvoorbeeld in opdracht van bedrijven in het gebied Utrechtse Heuvelrug. De bedrijven vroegen zich af hoe de groene waarden beter benut zouden kunnen worden. Zo ontstond ‘De Groene Economie van de Utrechtse Heuvelrug’, met onder andere slimme maatregelen die leiden tot minder energie gebruik. Hierdoor kon de energierekening soms met circa de helft worden teruggedrongen. Andere initiatieven die studenten hebben bekeken, speelden bij innovatieve bedrijven in de zorg, streekproducten, mobiliteit, cultuurhistorie, bouw, energievoorziening en arbeidsparticipatie.

Gelderse bedrijven

De leerstoelgroep Milieu Systeem Analyse is op zoek naar innovatieve Gelderse bedrijven die met het concept social return on investment aan de slag willen. Heeft uw bedrijf interesse of wilt u meer weten? Neem dan contact op met Andre van Amstel, tel. 0317-484815, mail: andre.vanamstel@wur.nl

EMT-bedrijven gezocht door studenten WUR

Wageningen UR zoekt ondernemingen in de energie- en milieutechnologie, die studenten een studie willen laten doen naar new businessontwikkeling & innovatie voor hun bedrijf. Dit zullen ze doen in het kader van zogenaamd ‘ondernemerschapschaponderwijs’, wat de WUR vanaf september 2014 als keuze aanbiedt aan al haar master studenten. De WUR verwacht een flinke groei van studenten die hiervoor interesse hebben; daarom komt de WUR graag in contact met bedrijven in de EMT-sector die belangstelling hebben om op een laagdrempelige manier innovatieve ideeën uit te laten uitwerken door een gemotiveerde groep kritische studenten.

Entrepeneurship

Het uitvoeren van ondernemerschapsprojecten bij bedrijven is een belangrijk onderdeel van dit onderwijs. De WUR gaat uit van circa dertig projecten per onderwijsjaar, waaraan zo’n honderd 100 studenten zullen deelnemen.
De onderwijsmodule, entrepreneurial academic consultancy training (E-ACT) genoemd, is mede opgezet door Thomas Lans van de Wageningen Universiteit, die veel met bedrijven samenwerkt om competentiebehoeften in innovatietrajecten in beeld te krijgen, en daarop onderwijs te organiseren. Binnen het E-ACT pakken interdisciplinaire groepjes (internationale) studenten vraagstukken op van bedrijven in een opdrachtgever-nemer relatie. Vanaf september doen ze dat dus ook specifiek op het gebied van entrepreneurship.

Meer informatie is te krijgen bij Thomas Lans via: thomas.lans@wur. Hier staat algemene  informatie over ACT.

WUR opent Innovation Lab voor starters in de biobased economy

Op 10 april 2014 opent Wageningen UR op haar Campus een Innovation Lab voor startende ondernemers in de biobased economy. Het ‘Innovation Lab Biobased Products Wageningen’ (iLAB Wageningen) biedt hen laboratoriumruimte, toegang tot toegepast onderzoek en ondersteuning bij het verwerven van startkapitaal. Het iLAB Wageningen is het eerste iLAB in Nederland dat zich specifiek richt op starters in de biobased economy.

Snelle groei

De biobased economy groeit in snel tempo. Erik van Seventer, manager Biobased Products bij Wageningen UR: “We zien de laatste jaren steeds meer enthousiaste mensen en bedrijven die radicaal vernieuwende biobased oplossingen bedenken. Maar wanneer men een werkbaar productieproces of nieuw biobased product heeft ontwikkeld, is er vervolgens veel doorzettingsvermogen nodig om er aan te verdienen. De omgeving werkt vaak niet mee: banken verstrekken nu minder snel krediet, bestaande belangen werken tegen, stakeholders zijn ongeduldig. Die startende ondernemers, die met hun idee een duurzame bijdrage leveren aan de biobased economy, willen wij binnen iLAB Wageningen ondersteuning bieden.”

Biobased Products

Het iLAB Biobased Products Wageningen richt zich specifiek op ontwikkelingen in de biobased economy, en onderscheidt zich daarmee van andere Innovation Labs in Nederland. Van Seventer: “Waar andere locaties zich richten op chemische innovaties vanuit fossiele grondstoffen, richten wij ons op hernieuwbare grondstoffen: biomassa.” Uit biomassa kunnen met behulp van bioraffinage producten als materialen, chemicaliën en energie gemaakt worden. “De biobased economy ontwikkelt zich razendsnel en vernieuwingen volgen elkaar in hoog tempo op. Juist daarom vinden we het zo belangrijk om startende ondernemers nu te ondersteunen,” aldus Van Seventer.

Startkapitaal en coaching

Startende ondernemers kunnen via het iLAB goed uitgeruste laboratoria, technieken en materialen gebruiken bij Wageningen UR. Daarnaast biedt StartLife, partner van Wageningen UR, de jonge bedrijven ondersteuning bij het verwerven van startkapitaal, huisvesting, coaching en advies. Starters krijgen via het iLAB ook toegang tot het netwerk van Wageningen UR Food & Biobased Research. Erik van Seventer: ”Het iLAB werkt samen met bedrijven in de hele biobased economy keten, van gewasproducenten tot afnemers van biobased producten. Daardoor kunnen bedrijven breed advies verwachten: niet alleen over hun eigen product, teeltaanpak, gewas of techniek, maar ook over de vraag waar nog meer kansen voor hen liggen in de biobased economy.”

Olifantsgras langs A12 voor milieu en papier

Fred Hakvoort, directeur-eigenaar van BKC uit Zevenaar, gaat 7,5 hectare olifantsgras (Miscanthus) planten langs de A12. Hij gelooft dat dit gras daar een positieve bijdrage kan leveren ten aanzien van geluidsreductie en fijnstofopname.

Energy Crop

BKC richt zich op boomverzorging, groen en milieu. Fred gelooft in een duurzame aanpak en neemt mensen én bedrijven in de omgeving mee in zijn plannen. Olifantsgras is een ‘energy crop’, een gewas dat bij uitstek geschikt is om er energie uit te winnen. Maar, zo blijkt, het is ook bijzonder rijk aan cellulose en daarom ook interessant voor de papierindustrie.

Cellulose pulp

Platform Creatieve Technologie Midden Gelderland koppelde Fred aan een andere ondernemer uit het PCT-netwerk: Rene Kort, directeur van Schutpapier. Samen onderzoeken ze nu welke stappen er genomen moeten worden om van het geoogste loof te komen tot cellulose pulp voor de papierindustrie. Voor het project aan de A12 is er via het PCT contact gelegd met de Wageningen University & Research. De WUR is geïnteresseerd in de plannen van Hakvoort en inmiddels hebben twee onderzoekers een bezoek gebracht aan BKC.